DE TOUR

Tour de France. Wielerkronieken uit l'Equipe 1954-1980 door Antoine Blondin 220 blz. Arbeiderspers 1992 (L'Ironie du Sport, 1988, vertaling Paul Syrier), f 29,90 ISBN 90 295 02584 4

Als je naast hem zat in een altijd rumoerige perszaal ergens in een etappeplaats van de Tour de France, hoorde je hem zachtjes kreunen. Soms mompelde hij wat, dan weer snurkte hij. Dan was Antoine Blondin in slaap gevallen. Vulpen tussen zijn vingers, smeulende sigaret in een asbak, leeg wijnglas naast zijn hoofd. Soms sprong hij op met een zachte kreet, schuddend met zijn hoofd, ontwakend uit een droom. Dan pakte hij weer zijn pen, streek hij met zijn vingers door zijn baard en begon hij te schrijven. Langzaam, zijn woorden afwegend, geconcentreerd zijn pennestreken neerzettend op zomaar een velletje papier - soms de achterkant van een communiqué.

Antoine Blondin was vaak dronken. Dat begon al tijdens het middageten als hij met zijn collega's journalisten van l'Equipe en le Parisien het nodige aan alcoholica nuttigde. Soms zag je hem 's middags liggen slapen, tijdens de koers, achterin de auto van l'Equipe. Of je zag hem door het raam naar buiten staren. In welke toestand hij ook verkeerde, hij moet nauwgezet de wedstrijd hebben gevolgd en de sfeer hebben opgezogen. Want als je dan de volgende dag zijn column in l'Equipe las, wist je dat hij de koers beter had gezien, beter had dóórzien. Zijn schrijfstijl moet voor veel collega's in de perszaal een voorbeeld zijn geweest. Zo zou iedereen zijn kijk op het leven in de Tour de France willen beschrijven. Vorig jaar, op 7 juni, overleed de geest van de Tour de France toen hij 69 jaar was. Blondin volgde al enige jaren niet meer de Tour, zijn gezondheid liet dat niet meer toe. Maar hij bleef aanwezig.

Blondin was als jongen een sportman. Hij voetbalde en deed aan atletiek op school en aan de universiteit. Hij studeerde filosofie, Spaans en werd schrijver en journalist. Hij schreef over kunst en sport. Voor de krant van 14 april 1954 vroeg Tour-directeur en hoofdredacteur van l'Equipe Jacques Goddet drie schrijvers over sport te schrijven. Jacques Perret werd naar de rugbywedstrijd Frankrijk-Engeland gezonden, Gabriel Arout naar de wielerklassieker Parijs-Roubaix en Antoine Blondin naar de voetbalwedstrijd Frankrijk-Italië. Het beviel zo goed dat Blondin en enkel andere schrijvers werd gevraagd bij toerbeurt een column over de Tour de France te maken. Blondin zou niet meer uit de Tour weggaan. Hij klom achter op de motor om de koers te volgen, zat tot diep in de nacht te luisteren naar de connaisseurs van het cyclisme en te filosoferen over het leven in de Tour. Want zonder de Tour had hij geen leven. Hij wilde de Tour begrijpen, de wielersport begrijpen.

Een selectie van wielerkronieken die hij tussen 1954 en 1980 schreef, werd gebundeld in 1988 in l'Ironie du Sport. Ze werden dit jaar in het Nederlands vertaald onder de titel Tour de France. Hoe moeilijk het proza is te begrijpen, laat staan te vertalen is gebleken. Maar wat gelukkig overeind blijft is zijn transparante kijk op de Tour in al zijn geledingen. ""We hebben te maken met een van die zeldzame hedendaagse auteurs die het Frans als moedertaal gebruiken, had onze taal niet bestaan dan had hij haar uitgevonden', schrijft in zijn voorwoord Jacques Laurent van de Académie Francaise in 1988. In 1959 schreef Blondin na de doorbraak van de Franse renner Henri Anglade: ""De wielrennerij is de sport van de ambiance. Als zelfvertrouwen, als de zekerheid dat men tot nog toe niet onderkend talent bezit op andere gebieden tot succes bijdragen, dan geldt dit hier in nog sterkere mate, omdat hier de prestatiehiërarchie directe gevolgen heeft voor de hiërarchie in de menselijke verhoudingen, omdat hier de euforie bepalend is voor het klimaat. Anglade is de wees van de armenzorg wie men heeft verteld dat hij de zoon van een hertog is. Zijn adel verplicht.'

Een paar jaar geleden werd een prijs voor Franse wielerjournalisten naar hem vernoemd. Natuurlijk is geen prijswinnaar er in geslaagd Blondins proza te evenaren - zelfs niet met alcohol. Dat zal wel altijd zo blijven.