Boksen: Cassius Clay en Mohammed Ali

Donderdag 6 augustus, vanaf 13.0 uur: halve finales alle gewichtsklassen

Het olympische boksen gaat over drie ronden van drie minuten in twaalf verschillende gewichtsklassen.

Boksers mogen niet jonger dan 17 jaar en niet ouder dan 33 jaar zijn. Het is op de Spelen de enige sport met een maximumleeftijd. Lambertus ("Bep') van Klaveren uit Rotterdam won goud in 1928 in Amsterdam in het vedergewicht. Een andere Nederlander, Karl Leendert Miljon, won in dat jaar brons in het lichtzwaargewicht. Zwaargewicht Arnold Vanderlijde probeert dit jaar zijn bronzen successen uit '84 en '88 te overtreffen.

De vermaardste olympische winnaar is Cassius Marcellus Clay Jr. Hij werd geboren op 17 januari 1942, had een IQ van 83 maar was een genie. Voor zijn gouden medaille in 1960 in Rome had hij al 108 amateurgevechten achter de rug. Vier jaar later was hij wereldkampioen bij de professionals. Hij sloeg Sonny "Godzilla' Liston in zes ronden murw. De dag na het gevecht kondigde Clay zijn transformatie aan tot de gelovige moslim Mohammed Ali. In 1966 weigerde hij dienst voor Vietnam, waarna de Amerikaanse boksbond hem tot 1970 schorste. In de jaren zeventig leverde Ali adembenemende gevechten met Joe Frazier en George "the sledgehammer' Foreman, twee andere voormalige olympische kampioenen. In 1981 bokste Ali zijn laatste gevecht.