Akkoord maakt einde aan beleg campus Nablus

TEL AVIV, 18 JULI. Een etmaal voor de komst van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, naar Jeruzalem is de Israelisch-Palestijnse crisis om de Al-Najah universiteit in Nablus opgelost.

Na intensieve onderhandelingen, waarbij beide partijen gezichtsverlies leden, liet Israel zes gezochte Palestijnen die zich op de campus van de universiteit hadden verschanst, door het Rode Kruis naar Jordanië begeleiden. Volgens de bereikte overeenkomst zullen de zes Palestijnen, allen lid van de Al-Fatah jeugdorganisatie Shabiba, gedurende drie jaar niet naar de Westelijke Jordaanoever mogen terugkeren. De in hun bezit zijnde wapens zouden via het Rode Kruis aan het Israelische bezettingsleger worden overgedragen. De ruim tweeduizend Palestijnse studenten die vier dagen door het Israelische leger op de campus waren omsingeld, namen huilend en Palestijnse liederen zingend afscheid van de zes.

Onmiddellijk na het vertrek van het konvooi Rode Kruiswagens met de zes Palestijnen naar de Allenby-brug over de Jordaan werd het uitgaansverbod in Nablus opgeheven en trokken de Israelische troepen zich van de universiteit terug.

De Palestijnse leider Feisal Husseini, die een hoofdrol in het overleg met de Israelische autoriteiten heeft gespeeld, zei dat de instemming met het vertrek van de zes Palestijnen naar Jordanië beslist geen precedent is. “Wij hebben alleen met deze oplossing ingestemd wegens de bijzondere omstandigheden” (de komst van Baker), zei hij.

Israels opperbevelhebber, generaal Ehud Barak, sloot gisteravond niet uit dat er op de campus meer dan zes gezochte Palestijnen waren. “We zullen ze weten te vinden”, zei hij. Volgens hem waren de Palestijnen die gisteren naar Jordanië gingen betrokken bij moordpartijen op Palestijnse collaborateurs. Evenals Feisal Husseini is generaal Barak van oordeel dat de gevonden uitkomst voor de crisis onder de gegeven omstandigheden de beste oplossing was.

Bestorming van de campus zou volgens hem tot het doden van onschuldige Palestijnen hebben kunnen leiden. Overigens werd gisteren tijdens een incident nabij de universiteit een Palestijn door Israelische soldaten gewond.

In rechtse Israelische politieke kringen wordt van een “vernedering voor Israel” gesproken. In deze kringen wordt de regering Rabin er van beschuldigd reeds in de eerste dagen van haar bewind het hoofd te hebben gebogen voor de Palestijnse terreur. “Israel zal daarvoor een hoge prijs betalen”, waarschuwde Rehavam Ze'evi, de leider van de Vaderland-partij.

Met moeilijke Israelisch-Palestijnse onderhandelingen over de Palestijnse bestuursautonomie in het vooruitzicht duidt het gisteren bereikte akkoord erop dat er aan weerskanten bereidheid bestaat serieus het vredesproces voort te zetten.