Wie gene voelt, doet mijn boek maar dicht; Dan Franck over zijn autobiografische roman La Separation

De Franse schrijver Dan Franck was verbaasd dat zijn laatste boek, La Séparation, werd bekroond met de Prix Renaudot. “Het heeft iets paradoxaals: tragiek, verdriet wordt beloond.” Francks verslag van een scheiding was volgens de literaire kritiek een verhaal dat je alleen kunt schrijven als je het zelf hebt meegemaakt. Een gesprek met de auteur over de kinderen van mei 1968 en de autobiografische elementen in zijn roman. “Ik zal nooit vertellen wat wel en niet in mijn eigen leven is gebeurd.”

Dan Franck: La Séparation. Ed. du Seuil, 212 blz. Prijs ƒ 42,55. De Scheiding. Vert. Dirk Zijlstra. Uitg. Goossens, 176 blz. Prijs ƒ 29,50.

Aan de binnenzijde van de voordeur van zijn fraaie appartement, in het 14de arrondissement van Parijs, hangt, als een soort naambordje, een kindertekening met slechts vier letters, schots en scheef op het papier gezet: papa. In de gang en boven het bureau hangen foto's van zijn kinderen. Een jongetje van zes en een jongetje van twee. Op schoot bij hun vader.

Na lezing van zijn laatste roman, La Séparation, die Dan Franck (40) de Prix Renaudot opleverde - na de Prix Goncourt de meest vooraanstaande literatuurprijs in Frankrijk - krijgt een en ander een eigen dimensie. La Séparation (De scheiding) is de "autopsie van een breuk', zoals het tijdschrift L'événement schreef. Franck beschrijft met pijnlijke nauwkeurigheid de verwijdering tussen een man en een vrouw die eindigt in een scheiding. De kinderen, een jongetje van 7 maanden en een van 5 jaar, gaan met hun moeder mee.

De Franse pers was enthousiast over het boek en verviel in massaal medelijden met Dan Franck. Want één ding was zeker, volgens de critici, zo'n boek kun je alleen schrijven als je het zelf hebt meegemaakt. La Séparation, de zesde roman van Franck, werd zowel voor de Goncourt als voor de Renaudot genomineerd.

Op de terugweg, op de motor, houdt ze zich vast aan de motor, strengelt niet haar armen om zijn tors, legt niet haar wang tegen zijn rug, zoals anders. (-) Hij trekt kleren aan die zij mooi vindt, scheert zich elke dag zorgvuldig, is attenter dan ooit. Tevergeefs. Hij loopt naakt rond, laat zijn baard staan, doet of zij er niet is. Tevergeefs. Hij heeft geen vat meer op haar.

De schrijver - donkere krullen, olijke ogen, vriendelijk - bekent dat hij zachtjes wanhopig wordt van alle vragen en opmerkingen over het autobiografisch aspect van La Séparation. “Een boek moet op zichzelf staan, geen band hebben met de auteur. Al die speculaties werken enorm beperkend, ze overschaduwen het literaire aspect van het boek. Ik zou willen dat de lezers massaal zeiden: "ik herkende er van alles in, dat vond ik mooi.' ”

“Ik heb van La Séparation bewust een roman gemaakt”, legt hij uit, met zijn benen op tafel. Het is geschreven in de derde persoon, de vrouw wordt aangeduid als "zij', de kinderen als "de oudste' en "de jongste'. “Dat kan dus iedereen zijn. Die afstand heb ik bewust gecreëerd. Mijn persoon is niet belangrijk genoeg om een heel boek aan te wijden.”

Soms, heel even, vergeet Dan Franck de afstand die hij wil bewaren tot de inhoud van zijn boek. Bij voorbeeld als hij vertelt dat hij slechts vijf weken nodig had om La Séparation te schrijven. “Normaal doe ik een jaar of twee over een roman. Het verschil is dat ik bij dit boek geen gevecht hoefde aan te gaan met mijn verbeelding. Ik hoefde niet eerst te verzinnen hoe de meubels in het boek er uit moesten zien, want ze stonden om me heen.”

Of als hij vertelt dat hij La Séparation heeft geschreven voor zijn kinderen. Hij zwijgt even en zegt dan: “Natuurlijk, het boek is gedeeltelijk autobiografisch, maar dat is elk boek. Ik zal nooit vertellen wat wel en niet in mijn eigen leven is gebeurd.”

Dan Franck reageert heftig als ik hem een recensie in de Belgische krant Le Soir voorlees waarin staat: “Je neemt het jezelf kwalijk dat je getuige bent van zo'n intieme bekentenis. Hier kun je niet zonder gêne naar luisteren.” Hij haalt zijn benen van tafel en roept: “Die vent is gek, schrijf maar op, gek! Een criticus moet zich op het literaire vlak houden, hij moet over literatuur schrijven, wat hij goed vindt aan mijn boek, of slecht, maar hij begeeft zich hier op het persoonlijke vlak. Met deze uitspraak maakt hij duidelijk dat hij autobiografische kunst haat en dus de helft van de wereldliteratuur. Deze man kan nooit Simone de Beauvoir lezen, en zo kan ik nog wel tweehonderdvijftig schrijvers noemen die hij niet moet lezen.”

Na even nadenken zegt hij: “Als een criticus gêne voelt, doet hij gewoon het boek dicht en zoekt hij een andere baan. Die man moet faits divers gaan schrijven. Zoiets zou in Frankrijk nooit geschreven zijn. Hier beperkt men zich tot wat men goed of niet goed vindt aan een boek.” Na een nieuwe stilte voegt hij er bijna verontschuldigend aan toe: “Hard hè?”

Ik besluit om hem niet de rest van de recensie voor te lezen, waarin de criticus zich afvraagt: “Hij schrijft omdat hij niet anders kan. Het zal best, maar betekent dat ook dat het gepubliceerd moet worden?”

Hij maakt aantekeningen. Hij schrijft omdat het moet, en niet omdat daar eventueel een boek uit zou kunnen ontstaan. (-) Hij schrijft om zich te louteren, om zijn verwarde gevoelens te ordenen en, misschien, om haar te veroveren. Hij schrijft omdat hij niet anders kan. Bij het teruglezen ziet hij iets romanesks in de feiten en handelingen die honderdduizenden voor hem al eens hebben meegemaakt.

Was Franck voorbereid op vragen over de relatie tussen het boek en zijn eigen leven? “Ik was op niets voorbereid”, antwoordt hij nors. Maar vergoelijkend voegt hij er aan toe: “Het hoort erbij, al die vragen, het betekent dat je iets bijzonders hebt gepresteerd.” Toch was hij verbaasd dat zijn boek werd bekroond. “Het heeft iets paradoxaals: tragiek, verdriet wordt beloond. Maar ik hou wel van paradoxen in het leven.”

Franck begrijpt niet waarom juist dit boek een prijs heeft gekregen. “Ik heb veel betere geschreven.” Hij noemt Le cimetière des fous, een prachtig boekje dat sterk doet denken aan het absurdisme van Kafka en Beckett. “Het sombere, het beklemmende speelt in mijn boeken een grote rol. Het absurde is overal, ook in je eigen leven. De tragedie staat me nader dan de komedie.”

Zijn schrijfstijl hangt nauw samen met zijn stemming, vertelt Franck. Behalve romans schrijft hij ook filmscenario's. Als hij vrolijk is werkt hij het liefst aan de "populaire semi-literaire' boeken over de verslaggever-detective Boro, samen met zijn vriend Jean Vautrin. In La Séparation figureert Vautrin als de vriend V. met wie de hoofdpersoon samen een boek schrijft.

“Het is heel grappig om samen een boek te schrijven. Het is spelen, we schrijven om de beurt, hij is veel opener dan ik, ik schrijf tamelijk strak." In het schrijven van scenario's, vier inmiddels, zoekt hij het contact met anderen. “Schrijven is een geïsoleerd bestaan. Verder wil ik niet opgesloten worden in een genre. Ik hou van al die "exercices de style'.

La Séparation noemde hij "een boek over de kinderen van mei 1968'. “De generatie die deze tijd heeft meegemaakt heeft het nu moeilijk,” legt hij uit. “Ze zouden alles anders gaan doen, anders leven, anders denken, maar de ideologie van '68 is een totale mislukking geworden. Ze zijn er niet in geslaagd hun leven te veranderen.”

Zelf was Franck in mei '68 nog net te jong om op de barricaden te staan in het Quartier Latin. “Maar dat maakt het misschien wel erger. Als je toen twintig was, wist je dat er tegenslagen konden komen. Op je zestiende besefte je dat niet en geloofde je onvoorwaardelijk in een nieuwe tijd. En dan komen de klappen extra hard aan.”

Ze geven geld voor de Koerden en aan andere goede doelen, geven tienfranc-stukken aan de zwervers in de Rue Mouffetard (-). Ze reizen met het vliegtuig, nemen de taxi, gaan naar premières, (-) regelen hun zomervakantie in februari (-), hebben een elektrische waterkoker, een kruimeldief (-), zijn vermoeid, soms verdrietig, nauwelijks nog wanhopig. Ze zijn volwassen.

“De generatie van '68 is een generatie geworden van verliezers. Niet iedereen, maar wel veel van hen.” Aan een muur hangt een tekening met een dansend figuurtje en de tekst: Vive Dan!