Wapens in oorlog Joegoslavië komen uit hele wereld

Filmbeelden van het begin van het conflict in het vroegere Joegoslavië hebben al een jaar geleden de onwerkelijke aard van de gevechtshandelingen blootgelegd. Artilleristen van het federale leger richtten een kanon op een kerk. In de klokketoren bevond zich een Kroatische uitkijkpost. Na enkele vergeefse pogingen trof een granaat de toren. De toren stortte tot halve hoogte in. De bemanning van het kanon juichte.

Een ander nieuwsfragment liet zien hoe Servische milities anti-tankraketten afvuurden op luxe motorjachten in de haven van Dubrovnik. Eén voor één gingen de witte schepen in vlammen op. Nog een fragment: een Servische tank schoot van veertig meter afstand een Sloveense vrachtwagen van de weg.

Dit soort acties heeft weinig met oorlogvoeren te maken. Die aanvallen waren niet gericht tegen militaire doelen. De artilleristen leken eerder verheugd over de in puin geschoten kerk dan om de verwijderde uitkijkpost. Motorkruisers en trucks vormen doorgaans geen bedreiging voor modern bewapende troepen. Eerder worden ze als symbool van de tegenpartij gezien.

De fragmenten laten het wezen van elke burgeroorlog zien: oneigenlijk en dus onkundig gebruik van wapentuig en een surrealistisch vijandbeeld. Niet tactiek en logistiek lijken de leidraad van de gevechten te zijn, maar wraak en agressie pur sang.

Burgeroorlogen worden per definitie in eerste instantie altijd uitgevochten door groepen inwoners die zich in een of ander opzicht van elkaar onderscheiden. Het nationale leger, burgermilities, politie en paramilitaire eenheden splitsen zich op of vormen of kiezen partij. En burgers worden bewapend. Zware wapens zijn er niet of kunnen niet worden bediend.

Na verloop van tijd is er pas sprake van een samenhangend front, van tegenover elkaar staande legers en van georkestreerde operaties. De Spaanse en de Russische burgeroorlogen vormen hiervan de beste voorbeelden. De Joegoslavische burgeroorlog bevindt zich in zijn tweede jaar op het breukvlak van het complex van ongecoördineerde acties en de situatie waarin sprake is van echte militaire manoeuvres.

Aan de ene kant staat, naast de Servische milities, het Joegoslavische Volksleger. Dat heeft ernstig te lijden gehad onder desertie van niet-Servische dienstplichtigen - ongeveer de helft van het totaal van 100.000. Om dit gemis te ondervangen zijn veel Servische reservisten opgeroepen. Daarnaast zijn uit Macedonië twintigduizend officieren en manschappen naar Servië overgebracht. Het grootste deel van dit leger bevindt zich in Servië, hoewel veel van de tanks en stukken geschut aan Servische milities zijn overgedragen. De Joegoslavische luchtmacht heeft een ernstig tekort aan piloten: de verschillende bevolkingsgroepen waren evenredig in haar gelederen vertegenwoordigd. De overgebleven operationele toestellen zijn niet vaak meer in actie. Volgens bronnen in Belgrado zijn al 46 vliegtuigen ten prooi gevallen aan Sloveens, Kroatisch of Bosnisch luchtafweergeschut.

De doelen van de Servische strijdkrachten en milities zijn in een eerder stadium al bereikt: gebieden waar Serviërs wonen zijn onafhankelijk verklaard en worden "etnisch gezuiverd' van niet-Serviërs. Maar natuurlijk moeten deze gebieden geconsolideerd worden. Milities en versterkingen uit Servië zelf hebben er een krachtige defensie opgebouwd. Krajina bijvoorbeeld, een aanzienlijke Servische enclave in West-Kroatië, heeft een eigen militie van twaalfduizend man op de been gebracht. Uit Servië zijn daar nog eens duizenden Servische vrijwilligers bijgekomen. Deze eenheden zijn vaak uitgerust met tanks van oud model uit opslagplaatsen van het Joegoslavische leger.

Servië probeert corridors naar Krajina en naar de twee Servische gebieden bij Gorazde - waar de afgelopen dagen hard is gevochten en ook de Joegoslavische luchtmacht is ingezet - en Slavonië te handhaven.

Aan de andere kant staan de zich snel bewapenende eenheden van Kroatië en Bosnië, die vorige maand een wankel bondgenootschap vormden.

Kroatië was vorig jaar nog overgeleverd aan de tanks van het Joegoslavische Volksleger. De enige wapens die het bezat waren afkomstig van opslagplaatsen van het territoriale leger. Maar met guerrilla-tactieken, waarin het leger in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen niet is geoefend, en door betere kennis van het terrein, konden de tankcolonnes in ieder geval uit de meeste Kroatische gebieden worden verdreven. De eerste nieuwe wapens die de Kroatische milities gebruikten waren uit eigen werkplaatsen afkomstig. Vrachtauto's en landbouwvoertuigen werden voorzien van stalen platen. Ze waren niet te onderscheiden van pantservoertuigen uit de Eerste Wereldoorlog.

Maar dat duurde niet lang. Volgens schattingen zijn de Kroatische milities nu uitgerust met 150 tanks van redelijk recent model. Volgens de Kroaten bevinden zich daar ook moderne Duitse Leopard-tanks onder. Ook de artillerie, waaronder zelfrijdend geschut, is inmiddels tegen de Servische eenheden in stelling gebracht. Lichtere wapens, zoals vuurwapens en Armbrust anti-tankraketten, hebben via allerlei sluipwegen hun weg gevonden naar de Kroaten. Een correspondent van het blad Military Technology sprak onlangs na een bezoek aan het front zijn verbazing uit over het aantal verschillende vuurwapens waarmee de Kroatische troepen waren uitgerust. Oude Duitse geweren werden naast de modernste Amerikaanse pistolen gebruikt. Chinese en Britse van de schouder af te vuren luchtafweer-raketten, en Duitse en Tsjechoslowaakse anti-tankraketten waren naast elkaar in de inventaris opgenomen. Het aanzienlijke aantal neergeschoten Joegoslavische jachtbommenwerpers en wrakken van tanks langs de weg getuigen van het succes van deze nieuw verkregen wapens. In totaal omvatten de Kroatische strijdkrachten nu ongeveer 190.000 manschappen. De Bosnische milities zijn kleiner en minder goed bewapend.

Kroatië heeft daarnaast maandenlang geprobeerd een luchtmacht op te bouwen. Kroatische regeringsfunctionarissen gaven eerder dit jaar te kennen met de Verenigde Staten te willen onderhandelen over de aanschaf van F-16's. “Indien we in het bezit komen van geavanceerde Westerse toestellen, kunnen we het met minder toestellen opnemen tegen de tegenstander”, zei de commandant van de Kroatische luchtmacht, Imre Agotic. Tot op heden is die luchtmacht uitgerust met één toestel: een MiG-21, die een overgelopen piloot begin februari van dit jaar in Zagreb aan de grond zette. Een enkele keer kiest het uit propaganda-overwegingen het luchtruim boven Zagreb.

De Kroatische en Bosnische strijdkrachten willen allereerst Sarajevo ontzetten, de sterkste Servische eenheden binden en de corridors van Servië naar de Servische enclaves in Kroatië en Bosnië doorbreken. Daarbij komt in een later stadium zeker de herovering van Slavonië en de andere aan Servië verloren gebieden.

De vrede komt met dit alles nauwelijks dichterbij. De strijdkrachten raken steeds meer aan elkaar gewaagd en het diepgewortelde wantrouwen jegens elkaar maakt een einde aan de gevechten onwaarschijnlijk. De VN lijken daar weinig aan te kunnen veranderen. Sancties tegen Servië verzwakken weliswaar de Servische militaire kracht, maar het is juist de herbewapening van de Kroaten die voortzetting van de gevechten waarschijnlijk maakt.