Simons breidt vermogenstoets voor zorg uit

DEN HAAG, 17 JULI. Staatssecretaris Simons (Gezondheidszorg) wil voor verpleeghuizen en andere AWBZ-voorzieningen een vermogenstoets invoeren. Bejaarden die in een verpleeghuis worden opgenomen moeten ook nu al een eigen bijdrage betalen, van maximaal 2200 gulden, afhankelijk van hun inkomen. Die bijdrage moet van de staatssecretaris omhoog naar 2700 gulden, waarbij niet alleen het inkomen maar ook het vermogen moet meetellen.

Dinsdag, tijdens de parlementaire vakantie, zond Simons de Tweede Kamer twee notities over de invoering van een vermogenstoets, naar aanleiding van een Kamerdebat op 25 juni. VVD en CDA reageerden negatief, en ook de PvdA heeft bedenkingen. Simons is zelf waarschijnlijk nauwelijks enthousiast over zijn plannen. Hij wordt ertoe gedwongen door een kabinetsbesluit in het kader van de Tussenbalans, in februari 1991. Toen werd besloten dat op die manier 135 miljoen gulden moet worden bespaard.

Het is bijna tragisch. Eerst was Simons, nadat de medicijnen waren overheveld naar de volksverzekering AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten), niet bij machte de particuliere verzekeraars tot lagere premies te bewegen. Per saldo waren de bovenmodale burgers daardoor meer geld kwijt. En nu wil diezelfde staatssecretaris ook nog eens de AWBZ-rechten van deze groep aantasten.

Het kabinet vond een hogere bijdrage in februari 1991 nodig en redelijk. Nodig om de sterk oplopende kosten van de AWBZ te drukken, en redelijk omdat verpleeghuizen en bejaardenoorden steeds meer op elkaar lijken. Bewoners van bejaardenoorden zijn al sinds mensenheugenis verplicht hun vermogen “op te eten”. Hun totale jaarlijkse eigen bijdrage bedraagt nu 1,8 miljard gulden, waarvan 275 miljoen wordt verkregen door het interen op eigen vermogen. Door het strenge toelatingsbeleid in bejaardenoorden ligt de gemiddelde leeftijd daar al op 80 jaar, tegen 84 jaar in de verpleeghuizen. En als het kabinet zijn zin krijgt vallen de bejaardenoorden straks onder dezelfde verzekering als de verpleeghuizen, dus de AWBZ. Dan is gelijke behandeling geboden en wordt een vermogenstoets bij verpleeghuizen onvermijdelijk.

De Sociaal-economische raad en de Ziekenfondsraad adviseerden ruim tien jaar al geleden negatief. De AWBZ-premie is reeds inkomensafhankelijk (wie meer verdient betaalt meer premie), en een eigen bijdrage naar draagkracht is dan dubbelop. Inkomensafhankelijke vergoedingen zijn bovendien in strijd met de verzekeringsgedachte, aldus de adviezen. In feite straf je op die manier een “spaarzame” levenswijze af. Per 1 januari 1983 werd niettemin een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor alle voorzieningen in de AWBZ ingevoerd. Het parlement stemde daar toen mee in. Wie jonger is dan 65 betaalt maximaal 1350 gulden per maand en ouderen betalen maximaal 2200 gulden; gehuwden met een partner buiten een AWBZ-inrichtingen hoeven niet meer dan 185 gulden te betalen. In een advies van 26 september 1991, uitgebracht naar aanleiding van de Tussenbalans, heeft de Ziekenfondsraad haar negatieve standpunt herhaald. Ook de Raad van State adviseerde negatief, op 30 oktober.

Het kabinet besloot daarna de vermogensafhankelijkheid met een afzonderlijke wet te regelen. Bovendien zou die nieuwe wet niet alleen op verpleeghuizen van toepassing zijn, maar ook op langdurige thuiszorg, zwakzinnigenzorg, geestelijke gezondheidszorg, etc. Die uitbreiding zou overigens weinig opleveren: hooguit 10 miljoen gulden, bovenop de opbrengst voor de verpleeghuizen die nu niet meer op 135 maar op 130 miljoen gulden wordt geschat.

Het pleidooi dat Simons in zijn notities aandraagt vóór een vermogensafhankelijke bijdrage is mager. “Inkomensafhankelijkheid en vermogensafhankelijkheid zijn twee kanten van dezelfde medaille,” heet het. De staatssecretaris gaat daarmee voorbij aan het verschil tussen lopende inkomsten (uit AOW bijvoorbeeld) en een vermogen dat door een leven lang spaarzaam leven is opgebouwd.

“Het gaat duidelijk om een politieke keuze”, aldus de staatssecretaris. Maar er is ook een andere keuze: moeten bejaardenoorden wel onder de AWBZ vallen? Een wetsontwerp is er nog niet en zelfs als beide coalitiepartners hun bezwaren opzij schuiven zal de vermogenstoets op zijn vroegst over een jaar worden ingevoerd.