Nieuw aidsvaccin pept afweersysteem op

AMSTERDAM, 17 JULI. Op de Vijfde Internationale Aidsconferentie, die in 1989 in het Canadese Montreal werd gehouden, was een klein lichtpuntje. De Amerikaan Jonas Salk, een van degenen die in de jaren vijftig het polio-virus ontwikkelde, meldde daar positieve verwachtingen van experimenten met een aidsvaccin in chimpansees. Dat was opmerkelijk, want het jaar ervoor werd op de conferentie in Stockholm alom meer verwacht van een geneesmiddel tegen de ziekte.

Nu, aan de vooravond van de Achtste Internationale Aidsconferentie die zondag in Amsterdam begint, heeft de Amsterdamse GG en GD een onderzoek aangekondigd naar de werkzaamheid van een vaccin dat door het Amerikaanse bedrijf Genentech is ontwikkeld. Het produkt is resultaat van de bevindingen van onder anderen Salk en tegen het eind van de eeuw mag mogelijk meer worden verwacht van een vaccin dan van een geneesmiddel. Maar dan wel een ander soort vaccin dan de leek kent: het wordt niet preventief gebruikt, maar gegeven aan mensen die al geïnfecteerd zijn. Het geeft bovendien geen bescherming op lange termijn, maar moet geregeld worden gebruikt en het ruimt het virus niet op. Het moet het lichaam wel in staat stellen het complex van ziekten dat Aids heet onder de duim te houden.

Halverwege de jaren tachtig was er al enig optimisme rond de mogelijkheid mensen in te enten tegen het aidsvirus (HIV). Dat kwam onder andere door het werk van de Fransman Daniël Zagury, die in Zaïre was begonnen mensen te vaccineren. Kenners huiverden weliswaar van Zagury's escapades, feit was dat over de gehele wereld werd geëxperimenteerd met chimpansees, een diermodel dat zich wat betreft deze ziekte nog het best laat vergelijken met mensen. Het is Zagury niet vrolijk vergaan; vorig jaar op de conferentie in Florence verweet de congresleiding hem venijnig bezig te zijn met een soort "heksensoep', waarmee de wetenschap alleen maar in diskrediet werd gebracht.

Het begrip vaccin staat niet meer voor een eenduidige preventieve maatregel vóór een infectie, zoals de cocktail die pasgeborenen krijgen toegediend om zich teweer te stellen tegen een reeks kinderziekten. Er worden nu tal van varianten onder dat begrip geschaard. Vaccins zijn in elk geval wel bedoeld het afweersysteem een handje te helpen bij de bestrijding van ziektekiemen als bacteriën en virussen, in dit geval nadat infectie al heeft plaats gevonden.

Daartoe wordt het immuunapparaat geconfronteerd met die ziektekiemen of goed herkenbare delen daarvan. Voor het geval ze later het lichaam binnendringen weet het afweerapparaat ze te herkennen, aan te pakken en af te voeren.

Het idee is afkomstig van de Britse plattelands-arts Edward Jenner, die in 1796 een man inspoot met vocht uit een koepok om te zien of hij daarna tegen pokken beschermd zou zijn. Pokken is nu de wereld uit.

Iemand "preventief' inspuiten met HIV zou regelrechte moord betekenen, maar er zijn nogal wat alternatieven. Zo kan iemand worden gevaccineerd met een levend, maar verzwakt virus. Ook dat wordt echter te gevaarlijk geacht. Inspuiten met een compleet, maar dood virus kan ook, alleen durft niemand het nog aan. Zo zijn er ook mogelijkheden mensen in te enten met zogeheten anti-idiotypen, chimeer, synthetische peptiden, of deeltjes van het virus, die via de recombinant DNA-techniek worden gemaakt. In dat laatste geval wordt gesproken van een geïnactiveerd virus; het immuunapparaat herkent zijn mombakkes, maar er zit geen gevaarlijk virus achter dat daarna voor infectie zorgt.

Experimenten met rhesusapen die met het geïnactiveerd ape-virus (SIV, simian immunodeficiency virus) werden geïnfecteerd, zijn hoopvol gebleken. Nadat de aap later als proef op de som daadwerkelijk werd geïnfecteerd bleek het immuunapparaat zich toch te wapenen tegen de indringer.

Het komt er in dit experiment op neer dat het afweerapparaat weliswaar niet in staat is zich te ontdoen van het virus, maar er wel langere tijd controle over weet te houden houden. Probleem is echter dat HIV zich laat indelen in een groep van "snelle' en "langzame' virussen. Met de snelle lijkt na vaccinatie vlot korte metten te kunnen worden gemaakt. De langzame duiken onder in een witte bloedcel en worden pas op termijn actief. Het vaccin moet dus van tijd tot tijd worden toegediend, opdat het immuunsysteem weer een "boost', een oppepper krijgt.

Genentech is er in geslaagd een vaccin te maken dat door de zeer strenge Amerikaanse autoriteiten in elk geval als veilig wordt gezien. Of het echt veilig is voor mensen die nog niet zijn geïnfecteerd, blijft overigens de vraag. Naast veilig moet dat vaccin voor het immuunapparaat vooral heel goed herkenbaar zijn. Op de "pasfoto' van het virus is vooral het eiwit gp 120 heel karakteristiek. Gp 120 is een zogeheten epitoop, een eiwit op de buitenkant van het virus. Er zijn meer dan twintig van die epitopen bekend, maar gp 120 leent zich het best voor het maken van een vaccin omdat het de zogeheten "V3-loop' bevat, een lus van aminozuren die een essentiële rol speelt in de aanmaak van neutraliserende anti-stoffen. Duidelijk is dat die V3-loop een belangrijke rol speelt bij zowel de afweer als de ontwikkeling van aids.

Het virusdeel dat als vaccin door de GG en GD gebruikt zal worden, heet daarom gemakshalve gp 120. In de Verenigde Staten wordt al een maand of twaalf mee geëxperimenteerd bij seropositieven, wier immuunapparaat in meer of mindere mate gevoelig blijkt voor deze "booster'. Daar wordt de stof overigens ook aan seronegatieven gegeven in risico-groepen, zoals homoseksuelen en spuitende druggebruikers. In Amsterdam wordt dat niet aangedurfd, en beperken de onderzoekers zich voorlopig tot zo'n 25 seropositieven. Leider van het onderzoek, professor dr. R.A. Coutinho zegt dat de proeven over een maand of twee, drie kunnen beginnen. Eerst moet het onderzoeksprotocol nog door een aantal commissies worden goedgekeurd. Bij het experiment zijn ook het Academisch Medisch Centrum en het Centraal Laboratorium voor de Bloedtransfusiedienst van het Rode Kruis betrokken.