Meciars partij vertoont al autoritaire trekjes

BRATISLAVA, 17 JULI. De portier van het Slowaakse ministerie van cultuur schudt zijn hoofd. “Het lijkt wel of die mensen helemaal niet weten waarmee ze bezig zijn. Dat is nou steeds zo, dat hier bezoekers de halve dag zitten te wachten zonder dat iemand ze komt ophalen. Zijn ze dat weer vergeten.”

De portier weet waarover hij het heeft: hij werkt hier al tientallen jaren, maar nog nooit was het zo'n chaos als de afgelopen tien dagen, toen een nieuwe minister van cultuur, Dusan Slobodnk van de Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS), hier de scepter is gaan zwaaien. Tegelijk met de minister is, zoals op vrijwel alle Slowaakse ministeries, de hele garnituur van hoge ambtenaren ingewisseld voor leden van de HZDS van de Slowaakse premier, Vladimir Meciar.

Een zuivering noemen sommigen het, vergelijkbaar met die in 1948, toen de communistische partij aan de macht kwam. Zo lijkt nu de HZDS bezig op alle sleutelposten in de Slowaakse samenleving eigen stromannen te zetten en iedereen die tegen de partij is in een kwaad daglicht te stellen.

“Onze angst dat de HZDS ondemocratisch zou optreden werd bewaarheid toen er allerlei mensen uit parlementaire commissies werden gegooid”, zegt Jan Carnogursky, de (christen-democratische) premier van de vorige Slowaakse regering en fervent tegenstander van Meciar. “Maar de oppositie is in de minderheid en het enige dat we kunnen doen is druk uitoefenen.”

De manier waarop de HZDS haar tegenstanders bestrijdt roept sterke herinneringen op aan de praktijken van totalitaire regimes. Zo heeft de parlementsvoorzitter voorgesteld om de stemming over de Slowaakse soevereiniteit, vandaag, niet geheim te laten zijn. Integendeel: elke afgevaardigde moet volgens het voorstel opstaan en duidelijk “ja”, “nee” of “onthouding” zeggen, en dat voor het oog van de televisiecamera's waarvan het beeld wordt geprojecteerd op een reuzenscherm buiten op het plein. Wie het lef heeft om tegen te zijn wordt zo publiekelijk aan de "schandpaal' genageld.

“Op deze manier worden we onder druk gezet om voor te stemmen”, zegt Bugár Béla, de jonge voorzitter van de MKDH, de Hongaarse christen-democratische beweging. Hij herinnert eraan dat vorig jaar, toen de nieuwe taalwet werd aangenomen, Hongaarse afgevaardigden die voor hadden gestemd klappen kregen van een boos publiek. De HZDS wil die taalwet weer zodanig wijzigen dat ook in plaatsen met een overgrote Hongaarse meerderheid Slowaaks moet worden gebruikt, want dat is de "staats-taal', een categorie die overigens nergens in de wet staat omschreven. Bugár denkt dat de verdachtmakingen tegen de Hongaarse minderheid zullen leiden tot een klimaat van angst. Bugár: “Meciar beweert bijvoorbeeld dat "andersdenkende politici de zaak saboteren' en dreigt dan dat hij "op dienovereenkomstige wijze zal handelen'. Op de televisie wordt gezegd dat, als er na het uiteenvallen van de Tsjechoslowaakse federatie onrust zou ontstaan, dat alleen te wijten zal zijn aan de Hongaarse minderheid. Dit soort uitspraken zaait juist onrust en vrees onder de mensen voor wat er met ons zal gebeuren.”

Het is een tactiek die Meciar kennelijk ook gebruikt tegen Hongarije zelf. Op een persconferentie, waarop hij de Tsjechen beschuldigde een “Koude Oorlog” te voeren tegen Slowakije, beweerde de Slowaakse premier dat de Hongaarse luchtmacht oefeningen houdt “groter dan die van de NAVO” en dat Hongarije een aanval voorbereidt. Telkens als er in een onbelangrijk Hongaars blaadje een artikel staat over de Hongaarse minderheid in Slowakije wordt dat enorm opgeblazen en uitgelegd als teken van de agressieve bedoelingen van de Hongaarse regering.

Onder Slowaakse intellectuelen groeit de bezorgdheid over de autoritaire en monopolistische trekken van het nieuwe regime. Ivan Hoffman, die commentaren schrijft voor Lidové Noviny en werkt voor de Slowaakse afdeling van Radio Free Europe, zegt het gevoel te hebben dat er in Slowakije op het ogenblik een ouderwetse “normalisering” aan de gang is, de terugkeer naar de situatie voor 1989. “Men kan zeggen dat Slowakije '92 in niets meer lijkt op Slowakije '89. Natuurlijk, er is nog wel ruimte, maar er worden steeds nauwere grenzen getrokken om de vrije meningsuiting.” Berucht is de manier waarop Meciar omgaat met hem onwelgevallige journalisten. Niet alleen belegt hij persconferenties waarop alleen de "goeden' worden uitgenodigd, maar een kritische journalist weigerde hij kortgeleden zelfs antwoord te geven op een vraag. “Ik antwoord u pas als u uw verontschuldigingen aanbiedt voor de leugenachtige stukken die u over mij schrijft”, zo voegde de premier de verblufte vragensteller toe.

De HZDS, zo vertelt Hoffman, houdt nauwgezet een lijst bij van journalisten die niet welkom zijn. “Ze vindt belangrijker wat men over Slowakije denkt dan wat er van Slowakije wordt.” Onder journalisten is dan ook al een beweging “voor een correcter beeld van Slowakije” opgericht. In de Oostslowaakse stad Kosice is een voorzichtige verklaring opgesteld waarin gewaarschuwd wordt voor de tekenen van machtsusurpatie door de HZDS. Tot dusver zijn er al tienduizend handtekeningen verzameld. “Mooi,” zo zou een nationalist hebben gereageerd, “dan weten we tenminste precies wie we moeten aanpakken.”

Een van de eerste slachtoffers van de pogingen van de HZDS de Slowaakse samenleving volledig naar haar hand te zetten is Zuzana Bartosová geweest. Zij was tot begin deze maand directeur van het Slowaakse nationale museum, een functie die ze gekregen had na 1989, maar nog voor haar echtgenoot, Ladislav Snopko, Slowaaks minister van cultuur was geworden. Haar beleid is er steeds op gericht geweest moderne kunststromingen aan bod te laten komen, maar dat is kennelijk niet naar de zin van de opvolger van haar man, de bovengenoemde Slobodnk. Zuzana Bartosová moest haar ontslag vernemen via een mededeling van de minister zelf op de televisie, zonder dat ze nog maar een ontslagbrief had gekregen. Afgezien van een groot aantal onverkwikkelijke details die te pas en te onpas als reden voor haar ontslag worden aangevoerd is volgens Zuzana de belangrijkste achtergrond dat haar opvattingen over kunst diametraal staan tegenover de ideeën die de HZDS aanhangt: kunst moet serieus zijn, voortkomen uit de nationale tradities en een weergave vormen van de nationale wortels. Een nieuwe term is ook al gevonden. Het sociaal-realisme van de vorige vier decennia onder het communisme wordt eenvoudig vervangen door het “nationaal-realisme”. “Ik heb de afgelopen twee jaar dat ik directeur was zoveel mogelijk geprobeerd om zo weinig mogelijk gepolitiseerde kunst te brengen. Nu wordt de zaak weer teruggedraaid en wordt de kunst opnieuw geideologiseerd. Het is heel gevaarlijk. Als dit zo doorgaat zal er zeker weer een dissidentenbeweging ontstaan.”

Ivan Hoffman beaamt dat, maar betwijfelt of hij dat nog zal meemaken. Zijn vrouw is Tsjechische en heeft al aangekondigd dat ze, zodra de federatie uiteenvalt, wil emigreren, een paar honderd kilometer naar het Westen.