Lieve B.,

Wanneer kom je terug? Kan ik de voordeur al versieren? Mijn reiswekkertje heeft me zojuist ('t is 5.30 uur, ochtend) tot de orde van de dag geroepen. Ik heb weer eens teveel hooi op mijn vork genomen. Ben ik te gretig, kan ik niemand iets weigeren? Zeg jij het maar, je kent me beter dan wie ook. Morgen moet ik twee omslagen inleveren. Twee. En ik heb nog geen regel gelezen. Gisteren moest het portret van M. af, die nu in een taxi naar Schiphol zit. Was ik ook al een week te laat mee, ze heeft immens ingewikkeld haar. Ik moest je de groeten doen.

Ik zit met een kopje koffie op m'n balkon en staar wazig (glazig?) in de diepe achtertuinen: blauwzwarte spelonken vol kwetterende vogeltjes. Schimmige contouren van boomkruinen, net ouwe truien.

Groot nieuws, sinds een week maak ik ochtendwandelingen. Straten vol zuurstof, verdwaalde reigers op het Museumplein, een slapende zwerver op een bankje, een auto helemaal uit Frankrijk, vol Libérations. Misschien neem ik volgende week wel een zwembad in de route op. 't Maakt me rustig, ik krijg veel ideeën voor mijn vrije werk. Als dàt namelijk niet vlot, kan ik m'n toegepaste bezigheden wel vergeten.

Gisterochtend stond ik plotseling oog in oog met een dronken meisje. Vuurrood opgestoken haar, waanzinnig. Een reuzenvlinder leek de hele straat te vullen. (Zit een groot doek in).

't Is kwart voor zes, schat. Ik ga weer aan de wandel.

Mille bises.