Kasplantje Indurain is na jaren sproeien een boom geworden

DOLE, 17 JULI. Een honderdtal gezinnen, jonge jongens en jonge meisjes verdringen zich op Place Grevy in Dole voor de ramen van het Grand Hotel Chandioux, waar de grote favoriet voor de Tour-zege logeert.

Binnen zit Miguel Indurain geflankeerd door zijn ploegleider Echavarri en zijn manager Lafarge achter een tafel vol microfoons en cassetterecordertjes. De Spanjaard geeft luid en duidelijk antwoord op alle vragen die hem worden gesteld. Indurain blijkt gegroeid, vergeleken met vorig jaar. Hij is niet meer zo verlegen, hij straalt zelfvertrouwen uit, hij praat verstaanbaar. Indurain is een persoonlijkheid geworden.

Op de tafel staat een taartje met twee kaarsjes, waarvoor twee zilveren cijfers: een twee en een acht. Indurain is jarig. Dat moet gevierd worden. Hij krijgt cadeautjes van Spaanse journalisten, gaat met hun op de foto en neemt ter afsluiting van de séance op eigen initiatief het woord. “Als u zich omdraait”, zegt hij, “ziet u een tafel met champagne. Neemt u een glas, want ik ben vandaag jarig.”

Voor wie mocht hebben getwijfeld, de Spaanse bio-robot heeft meer menselijke eigenschappen dan door menigeen wordt verondersteld. Uit het kasplantje, dat jarenlang is besproeid en gekoesterd door Echavarri, is een boom gegroeid. De Tour-overwinning van vorig jaar en de Giro-overwinning van dit jaar hebben hem gesterkt in zijn geloof in eigen kunnen. Of hij de Tour zal winnen, weet hij niet. Zegt hij. Maar hij is niet bang meer. Zijn historische tijdrit in Luxemburg, waar hij 65 kilometer met een onwaarschijnlijk recordgemiddelde van ruim 49 kilometer per uur reed, is voor hem het teken geweest dat hij deze Tour de sterkste is.

De explosie van Indurain in Luxemburg zou aanleiding kunnen zijn om hem op één lijn te stellen met Coppi, Merckx, Anquetil en Hinault. Dat voert natuurlijk veel te ver. Als tijdrijder benadert hij de grote renners van weleer zeker. Maar op andere onderdelen is hij nauwelijks beter dan pakweg Joop Zoetemelk. Indurain is een indrukwekkende stilist, maar hij is geen aanvaller. Hij heeft er nog geen blijk van gegeven dat hij in de bergen kan versnellen, als een allescontrolerende leider op kop kan rijden zoals zijn grote voorgangers. Indurain klampt zich aan het wiel van zijn concurrenten vast. En wat ze ook ondernemen, hij zal niet breken.

Indurain neemt voorsprong en haalt in in tijdritten. Zoals hij in de proloog in San Sebastian en in de lange tijdrit van Luxemburg deed en mogelijk op de slotzaterdag zal doen. Maar in de vlakke, gevaarlijke etappes door het Franse noorden en door België reed hij omringd door zijn ploeggenoten veilig in de schoot van het peloton. Terwijl Lemond en Chiappucci aanvielen, bleef hij voorzichtig toekijken. Hij nam geen initiatief om de aanval te counteren, hij mocht dat niet van ploegleider Echavarri. Want Indurain is het niet gewend om over Vlaamse wegen te rijden. Zijn lichaam raakt ontregeld door de kou en de regen. En Echavarri wenste zijn renner te sparen om in de tijdrit terug te kunnen slaan.

Indurain had het geluk dat Bugno zich eveneens van zijn voorzichtigste zijde liet zien en dat de Italiaan in de tijdrit niet in zijn beste vorm stak. Dat is het opvallende aan Bugno dit jaar. De hele lente heeft hij al zijn wedstrijden in dienst gereden van de Tour. Maar op het moment dat hij klaar moet zijn, in de eerste week van de Tour, voelt hij zich niet goed. Gelukkig maar, anders zou men kunnen veronderstellen dat wielrenners geen normale mensen zijn. Dat van hen met een inspanningsfysioloog, een arts en een psycholoog, een infuus en een paar pilletjes per dag een Tour-winnaar geconstrueerd kan worden.

Vraag het Erik Breukink. Hij was toch een potentiële Tour-winnaar en een onverslaanbare tijdrijder. Maar op zijn 28ste blijkt hij over bijna evenveel menselijke zwakheden te beschikken als de wielerinsiders en supporters. Er zullen wel weer tal van nieuwe formules aangedragen worden om van Breukink alsnog een Tour-winnaar te maken. Hij zou zich kunnen toeleggen op het winnen van zware klassiekers om harder te worden. Hij zou een hardere ploegleider moeten hebben, een betere ploeg. Breukink zal alle methodes om een nog betere wielrenner te worden al voor zichzelf hebben doorgenomen. “Maar als het niet gaat, dan gaat het niet”, zei Zoetemelk altijd. En die won toen hij al 33 jaar was eindelijk de Tour de France. Twintig renners in de Tour-historie waren ouder dan 30 toen zij de Tour wonnen, onder wie Bartali (34), Coppi (33), Bahamontes (31) en Kübler (31).

Met de twee zware Alpen-etappes van zaterdag (naar Sestrière) en zondag (Alpe d'Huez) voor de wielen, rijst de vraag wie Indurain nog kan bedreigen. Bugno zal de aanval moeten kiezen. Maar hoe ver reiken zijn mogelijkheden? Bugno is een twijfelaar geworden. En wie een twijfelaar als kopman heeft, weet als knecht niet meer waar hij aan toe is. Het zal Bugno en de ploegleiders Stanga en Corti (en de psycholoog De Michelis die zich vanavond meldt) moeite kosten de rijen in het team gesloten te houden.

Lemond zal de komende dagen aanvallen tot hij sterft. Maar gezien zijn krampachtige en vergeefse pogingen om een goede tijdrit te rijden en gezien zijn opmerkelijke inzinking in de heuvels van de Elzas heeft het er veel van weg dat de Amerikaan zijn krachten overschat. Het opportunisme van Lemond en de onblusbare aanvalsdrift van Chiappucci kunnen de koers daarentegen nog ondoorgrondelijker maken dan hij al is. Voor Indurain kunnen zware tijden aanbreken. Want als de vele vluchtpogingen aanhouden zou er een moment kunnen komen dat de Spanjaard zich vergist. Voor het eerst in zijn loopbaan moet hij de koers, de rol van favoriet, dragen.

Hoe houdt Indurain zich in het echte hooggebergte? Op de Iséran (ruim 2700 meter) die tussen de col des Saisies (1600), de Cormet de Roselend (1900) en de Mont Cenis (1700) en Sestrières (2000) ligt en morgen beklommen moet worden? En zondag op de Galibier (2600), die voorafgaat aan de Croix-de-Fer (2000) en Alpe d'Huez (1800)? De Spanjaard heeft nog nooit de Iséran beklommen. Toen hij er dit voorjaar wilde gaan trainen, lag er sneeuw. Maar hij zegt niet bang te zijn. “Als ik in de klim verlies, blijft er nog voldoende ruimte in de afdaling en in de volgende kilometers om terug te komen. Ik vrees eerder de klim naar Sestrières en Alpe d'Huez. Als ik daar achter raak, kan ik niet meer terugkomen, omdat daar de finish ligt.” De Galibier kent hij al van zijn eerste Tour, zeven jaar geleden. De mooiste col - wat betreft panorama - van de Alpen, is niet zwaar genoeg en ligt bovendien te vroeg in de etappe.

Indurain vreest nog het meest de aanvalsdrift van Chiappucci. In de afgelopen Giro d'Italia probeerde de kleine Italiaan steeds in afdalingen weg te springen. “Daar zal Chiappucci weer op uit zijn”, blikte hij gisteren vooruit op het weekeinde. Als Indurain de Tour niet wint, dan wint Chiappucci. Hij is er aan toe, de man die kleur geeft aan de wereld van rekenaars. Maar Indurain voelt zich sterk. Sterker dan vorig jaar, beweert hij. Die kracht heeft hij opgedaan in de Giro. Voor het eerst reed hij ter voorbereiding op de Tour de Ronde van Italië. En hij won ook nog, zonder grote problemen. Die overwinning heeft hem de kracht en de overtuiging gegeven dat hij de Tour kan winnen. “Voor het eerst, want vorig jaar, was ik niet eens favoriet. Dat was Lemond. En toch won ik.”

Indurain is dicht bij de dubbel (Giro en Tour), die alleen Anquetil, Merckx, Hinault en Roche volbrachten. Hopelijk zal hij zijn riante positie niet zonder slag of stoot tot Parijs kunnen handhaven. Met de toenemende aandacht op de Olympische Spelen in de laatste week als concurrent zou de Tour dan wel eens stilletjes in Parijs kunnen eindigen.