Huwelijk Van Ommeren en Ceteco bloeide nooit

ROTTERDAM, 17 JULI. “Deze fusie wordt een goed huwelijk”, zei ir.W.H. Brouwer, bestuursvoorzitter van Van Ommeren, in 1987 ter gelegenheid van de fusie met handelshuis Ceteco. Geen ongebruikelijke beeldspraak in het bedrijfsleven als het gaat om fusies en overnames. Dat een op de drie huwelijken in Nederland op de klippen loopt, was toen ook al een bekend feit. Drs C.J. van den Driest, die Brouwer begin 1991 opvolgde, heeft de ontbinding van het huwelijk inmiddels ter hand genomen.

Dat het in huize Van Ommeren Ceteco geen koek en ei was, werd wel duidelijk toen Van Ommeren begin dit jaar aankondigde de naam Ceteco van het naambordje te halen. Sinds 1 juni heeft Van Ommeren afscheid genomen van de pretentieuze afkorting VOC en staat het alleenstaande havenfonds weer onder de naam Van Ommeren op de beurs genoteerd. Het andere grote olie-opslagconcern in de Rotterdamse haven, Pakhoed, keerde al eerder terug op zijn schreden. Pakhoed trok zich terug uit het onroerend goed en de luchtvracht.

Beleggers zijn nooit erg onder de indruk geweest van de trouwerij. Na de eerste huwelijksnacht daalde de koers van Van Ommeren gestaag van 35 naar zo'n 22 gulden eind 1986, terwijl de omzet met 50 procent gestegen was. Sindsdien is de koers gestegen tot een niveau van gemiddeld 42 gulden.

Van Ommeren heeft weinig plezier gehad van het bijna vijfjarige huwelijk met handelshuis Ceteco. Het bedrijf leed verlies en moest flink gereorganiseerd worden om het aantrekkelijk te maken voor nieuwe gegadigden.

Ceteco, dat in 1890 werd opgericht, heeft ook geen prettige herinneringen aan de huwelijkse staat. Toen Van Ommeren in september 1987 handelshuis Ceteco overnam, was het een onderneming waar 4780 mensen werkten met een omzet van 687 miljoen gulden (1986). Nu het bedrijf over gaat in handen van handelsconcern Borsumij Wehry is het aantal werknemers bijna gehalveerd en de omzet geslonken tot 230 miljoen gulden. In de loop van de tijd heeft Van Ommeren al delen van Ceteco afgestoten of ondergebracht bij Cetes, Van Ommerens levenmiddelen- en chemicaliënhandelsdivisie.

Van Ommeren had naast de divisies tankopslag en transport al een aantal handelsvestigingen in China, Noord-Amerika en Australië met een gezamelijke omzet van 363 miljoen gulden. Ceteco (detail- en groothandel voor duurzame consumentengoederen in Latijns-Amerika), zou hier geografisch naadloos op aansluiten. Door de fusie was de handelspoot van Van Ommeren in één klap goed voor 57 procent van de omzet van ruim 1,8 miljard gulden.

Van Ommeren betaalde een slordige 200 miljoen gulden voor Ceteco. Dat kwam overeen met 13 keer de jaarwinst van 15,5 miljoen over 1986, terwijl de gemiddelde koers/winstverhouding op de beurs toen ongeveer 11 bedroeg.

Zoals altijd bij een fusie waren de vermeende synergie-effecten niet van de lucht. Niet alleen vulden de bedrijven elkaar geografisch perfect aan. Ook werden de diversificatie en de daarmee samenhangende risicospreiding als belangrijke voordelen genoemd. Dat Ceteco in hele andere produkten handelde, gaf niet.

Ceteco verkoopt huishoudelijke apparaten in Latijns-Amerika en heeft ook een paar (assemblage)fabrieken in Venezuela waar tv's, wasmachines, koelkasten en fornuizen worden gemaakt. De handelsondernemingen van Van Ommeren deden van alles en nog wat. Ze exporteren onder andere vlees vanuit Australië naar de VS en handelen in chemicaliën in Hongkong, Australië, China en de VS. “We denken niet in produkten, maar in markten. Als je de markt hebt, kun je het produkt er wel bij vinden”, zei een Ceteco-bestuurder destijds.

In 1987 zag het ernaar uit dat Van Ommeren, zelfs als alle synergievoordelen uitbleven, in elk geval een redelijk renderend bedrijf had overgenomen. Hoewel 1986 een “teleurstellend” jaar was voor Ceteco, behaalde het nog een rendement van 10 procent op eigen vermogen tegen 6 procent bij Van Ommeren, dat nu overigens weer op 10 procent zit. Maar de synergie kwam absoluut niet uit de verf en het rendement viel ook vies tegen.

In de tijd dat Ceteco overging in handen van Van Ommeren opereerde het bedrijf nog op relatief afgeschermde markten in Latijns-Amerika. De produkten die in Venezuela werden geassembleerd, konden met goede marges worden afgezet. Sindsdien zijn deze markten alleen maar opener geworden en moest Ceteco opboksen tegen keiharde concurrentie uit het Verre Oosten en leed Ceteco onder de daling van dollarkoers, die deze dollar-gerelateerde handel flink raakte.

In de armen van de nieuwe partner lijkt Ceteco meer mogelijkheden te hebben. Volgens Borsumij-topman J. Noordam is er weer sprake van geografische aanvulling - Borsumij is actief in Azië - maar ditmaal handelen beide concerns in consumentenelektronica en dat biedt gezamelijk inkoopvoordelen. Niet iedereen is hiervan overtuigd. Er zijn analisten die beweren dat Borsumij zich beter alleen op Azië kan richten.