Het zwarte gat

In het Museum of Modern Art in New York is tot negen augustus een tentoonstelling van ongeveer honderd litho's gemaakt door Antoni Tàpies.

Wie in de buurt is, verzuime het niet. Maar terwijl ik tevreden aan het kijken was, vroeg ik me opeens af in welk stadium het sokkendebat in Barcelona is. Men herinnert zich dat Tàpies voor het Nieuwe Museum van Catalaanse Kunst een negentien meter hoge sok met een gat had ontworpen. Door het gat zou het publiek het gebouw in en uit kunnen lopen. Er ontstond een storm van verontwaardiging. Het hoongelach en de opmerkingen die door deze storm werden aangevoerd kan men zich voorstellen. De wethouder van kunstzaken heeft toen een compromis bedacht: de Sok zou in een buitenwijk worden opgericht.

Sindsdien heb ik er niets meer van gehoord. Ik stelde voor dat Amsterdam de sculptuur zou aankopen voor het Museumplein, als een begin van vernieuwing. Dat voorstel is in het Amsterdamse Zwarte Gat terecht gekomen, middenin de Beeldentuin van Christiaan Braun op het dak van Museum Overholland.

Het versieren van een stad met beelden blijft een gevaarlijke zaak. Aan de veiligste kant ben je als je, gedragen door een andere uit het volk voortgekomen storm - die van geestdrift - een beeld van een eigentijdse held weet neer te zetten. Op het Leidseplein staat het bewijs.

Een stad zonder beelden is geen stad. Maar de tijd dat we koningen te paard mooi vonden is lang voorbij. Als ik me niet vergis komt er ook langzamerhand een einde aan die gewichtige vorm van kunstnijverheid waaraan we de symbolisch geladen raamkozijnen, aan elkaar gelast oud roest en de rest van die geweldige verzameling pseudodada en Tinguelykopie te danken hebben. Blijft de vraag: wat dan?

In de foyer van de Stopera komt een violist uit de grond. Het is een beeld dat de kunstenaar eert, bij iedere aanblik weer verrast, en mooi is zonder dat je wordt aangevlogen door een zware boodschap. Kunnen we niet meer in dat genre hebben? Op Liberty Plaza, bijna aan het begin van Broadway - gemakkelijk te vinden - zit al tien jaar een bronzen zakenman op een bankje, gebogen over een zakenkoffertje zijn papieren door te nemen. Dit beeld heet "Nog even controleren". Om er zeker van te zijn dat zijn hoofd er niet was afgezaagd of door grafittisten onherkenbaar gespoten ben ik gaan kijken. Ongeschonden! Op de zakjapanner in zijn koffertje had iemand een sandwich gelegd. Naast hem zat onbewegelijk nog een onberispelijk geklede zakenman in een houten koffertje te kijken. De bronzen zakenman, gemaakt door J. Seward Johnson Jr., is ondanks zijn glanzend brons onmiskenbaar een exemplaar uit de white male middleclass. De zakenman naast hem was zwart, behalve zijn gezicht dat spierwit was geblanket. Voor hem op de grond stond een bakje waarin de voorbijgangers hun honorarium voor deze prestatie konden deponeren. Zo zie je hoe zo'n beeld een onverwachte functie kan krijgen.

Na tien minuten lopen sta je in Battery Park aan het water. Daar is op het havenhoofd, bij de ligplaats voor de brandweerboten, vorig jaar het oorlogsmonument voor de bemanningen van de Amerikaanse handelsvloot opgericht: drie zeelieden die de vierde uit het water proberen te trekken. De beeldhouwer, Marisol, heeft gewerkt naar een foto van een schipbreuk. Deze groep, hoewel volstrekt niet speels, hoort in zekere zin tot hetzelfde genre. Het is realisme, geen dogmatische heroïek, er worden mensen mee vereeuwigd die daarmee in dit geval ook worden geëerd, op een andere manier dan de zakenman die misschien wel van plan is met voorkennis in aandelen te gaan handelen. Hij is meer een Master of the Universe zoals je bij Tom Wolfe tegenkomt. Veel verder naar de andere kant van de stad, in Midtown, aan de Zevende Avenue tussen de 39ste en de 40ste Straat opnieuw een gewoon mens uit het leven gegrepen: de Kleermaker, van Judith Weller; een man die aan een tafeltje met een naaimachine confectie zit te maken.

Zo is er in New York nog een aantal. De meeste staan met foto en locatie in de Guide to Manhattan's Outdoor Sculptures; niet allemaal want dit boekje is van 1988 en sindsdien zijn er weer bijgekomen, wat erop wijst dat we hier met een levend genre en een school te maken hebben. Misschien veroorzaak ik een misverstand. Die beelden hebben in de verste verte niets met wat voor sociaal-realisme ook van doen. Er is geen propagandistische bedoeling in verscholen, er wordt je niets anders aan het verstand gebracht dan dat je een mooi beeld ziet. Ik wil er ook niet mee zeggen dat alle beelden realistisch zouden moeten zijn of dat je "moet kunnen zien wat ze voorstellen'. Ik zag alleen plotseling een schrikbeeld voor me: op het vernieuwde, totaal gehercoördineerde Museumplein opeens weer zo'n stuk gewichtige kunstnijverheid van een of andere vondstenaar. Ik bedoel dat het een aangename verrassing is, op de openbare weg een mens in brons tegen te komen, zo menselijk in de vriendelijkste zin dat je er wel een praatje mee zou willen maken.