Het knuffeldier wordt onderdrukt; Gesprek met de Newyorkse popgroep Sonic Youth

De leden van de New-Yorkse popgroep Sonic Youth bespelen hun gitaren met schroevedraaiers, drumstokjes en bierflessen. Op hun binnenkort te verschijnen cd Dirty klinken de gitaarriffs als optrekkende motoren. Het thema van Dirty is de repressie die volgens de groepsleden Amerika beheerst. “Ik vind het vervelend dat ik een nummer moet zingen over politieke leugens, over deze zogenaamd "vrije' samenleving”, zegt zanger Thurston Moore.

Dirty van Sonic Youth verschijnt 21 juli bij BMG-Ariola.

Aan Houston Street, de brede weg in Downtown Manhattan die SoHo van Greenwich Village scheidt, ligt de Knitting Factory. Onder het primitief geschilderde uithangbord leidt een trapje naar een lange kelder waar een bar is en versleten stoelen staan. Het plafond is bespannen met aan elkaar genaaide truien, ter illustratie van de naam. Achter in de kelder is de toegang naar de een verdieping hoger gelegen concertzaal. De Knitting Factory, die zes jaar geleden werd opgezet als een avontuurlijke jazzclub, heeft zich ontwikkeld tot een locatie voor groepen in alle genres. Zeven avonden per week spelen er jazzbands, hardrockgroepen, singer/songwriters, avantgardisten en gitaarvirtuozen.

Op deze avond is de zaal, waar volgens een bordje boven de deur precies 152 mensen in kunnen, helemaal vol. Het publiek verdringt zich om te zien wat zich op het kniehoge podium afspeelt. Er staan twee vrouwen, allebei hebben ze een gitaar om en een honkbalpetje op. Beiden dragen een leren minirok en plateaulaarzen. Zo te horen gaat er in de uitvoering van de nummers wel wat mis, maar het duo laat zich er niet door van de wijs brengen. De een gaat beurtelings op en onder haar gitaar liggen en de ander roept haar toe: “Hey Kim! As our mothers used to say: If you wanna be a star, you'd better play guitar!” De blonde vrouw knikt. Het is Kim Gordon, de bassist van Sonic Youth.

Na het volgende nummer meldt Gordon: “We are Kitten, and you suck!”, en de twee vrouwen verlaten het podium. In de zaal staat Gordons echtgenoot Thurston Moore, zanger/gitarist van Sonic Youth. Hij vertelt dat de groep zojuist de opnamen van een nieuwe cd voltooid heeft en dat de leden zich nu vermaken met andere musici. Kim Gordon heeft Kitten opgericht met de vroegere bassist van Pussy Galore, Julie Cafritz, drummer Steve Shelley heeft een hardcoreband met zanger/gitarist Jad Fair, Mosquito, en Thurston Moore speelt zelf samen met jazzdrummer William Hooker.

Erupties

Sinds het begin van de jaren tachtig is Sonic Youth voor de Newyorkse muziekscene wat The Velvet Underground was in de jaren zestig en Television in de jaren zeventig: een aanzet tot vernieuwing, eerst omstreden, daarna geïmiteerd. De manier waarop de gitaristen Lee Ranaldo en Thurston Moore (beiden "leerlingen' van de Newyorkse gitaarmagiër Glenn Branca) hun instrument laten klinken, is revolutionair. Geholpen door een meedogenloos volume bedwelmen ze bij optredens het publiek met kaatsende boventonen en gewelddadige erupties. Ze bespringen hun gitaren en bespelen ze met schroevedraaiers, drumstokjes en bierflessen. Ondertussen zingt Kim Gordon, de Madonna van de alternatieve muziek, met omfloerste stem over haar verlangens, afgewisseld door Thurston Moore die cool en ironisch blijft.

Tot 1990 bracht Sonic Youth cd's uit via onafhankelijk opererende platenmaatschappijtjes. De nieuwe cd Dirty verschijnt echter net als de voorganger Goo bij de grootschalige David Geffen Company, de maatschappij die vorig jaar plotseling zo succesvol was met de underground-gitaarrock van Nirvana. Het was op aanraden van de leden van Sonic Youth dat Geffen de band uit Seattle contracteerde. Van Nirvana's cd Nevermind zijn inmiddels zeven miljoen exemplaren verkocht en in Amerika worden orgelversies van de hit "Smells like Teen Spirit' als begeleiding van ijshockeywedstrijden gedraaid.

In het luxe Geffen-kantoor op Broadway, waar het enige tijd kost om het in de muur weggewerkte liftknopje te vinden, vertellen Steve Shelley, Kim Gordon en Thurston Moore over Dirty, hun elfde cd. Voor het eerst werkte de band met een producer, Butch Vig, bekend van Nevermind. “We hebben Butch gekozen omdat hij wist hoe wij live klinken. Hij vond dat dat het geluid van de cd moest worden”, zegt Steve Shelley. Anders dan Nirvana's Nevermind, dat helder en "open' klinkt, maakte Vig Dirty chaotisch en opwindend. De structuur van de nummers is losser en laat zich pas na enkele keren luisteren ontdekken in het opdringerig gemixte gitaarspel.

In plaats van de hypnotiserende dissonanten van vorige cd's heeft Dirty een gemeen hardrockgeluid. Gitaarriffs klinken als optrekkende motoren en Kim Gordon zingt met zoveel verbeten razernij dat het luisteren soms pijn doet, zoals in het nummer "Swimsuit Issue', genoemd naar de jaarlijkse speciale uitgave van het tijdschrift Sports Illustrated. Hierin tonen bekende modellen de nieuwe badmode in opwindende poses en zorgen daarmee voor de best verkochte editie van het blad. Geïnspireerd door foto's als in het Swimsuit Issue vallen manlijke werknemers hun vrouwelijke collega's lastig, zegt Gordon. “Mannen trekken zich af boven de tafel van hun secretaresse of steken hun pik in haar oor”, somt Gordon glimlachend de misdragingen op. Maar in "Swimsuit Issue', als ze zich verplaatst in een secretaresse, is haar verontwaardiging hoorbaar:

Don't touch my breast

I'm just working my desk.

Don't put me to test

I'm just doing my best.

Hoewel onvrede met sociale en politieke omstandigheden in Amerika al eerder een rol speelde in het werk van Sonic Youth (met de titel van de cd Daydream Nation uit 1988 werd bij voorbeeld Amerika aangeduid), was deze niet eerder zo direct als op Dirty. Gevangen in een patroon van zenuwachtige gitaren geeft Thurston Moore in het nummer "Youth Against Fascism' een opsomming van de rotte plekken in het Amerikaanse systeem: de Ku Klux Klan, het leven in de getto's, het bewind van Bush. In het refrein komt steeds een regel terug: "This is the song I hate'. Moore: “Ik vind het vervelend dat ik een nummer moet zingen over politieke leugens, over deze zogenaamd "vrije' samenleving. Eigenlijk is er hier een oorlog aan de gang, tussen de domoren en de democraten.”

Knuffeldieren

Om aan te geven dat de repressie die volgens de leden van Sonic Youth het land beheerst, het belangrijkste thema van de cd is, werd de oorspronkelijke titel, My Life to Live, vervangen door Dirty. Op de hoes zal een foto te zien zijn van de Californische kunstenaar Mike Kelley, met daarop een versleten knuffeldier. “Knuffeldieren vertegenwoordigen het ideale kind, net zoals filmsterren de ideale volwassenen zijn. Ouders kopen een knuffeldier voor hun kind, maar zodra het menselijke trekjes van het kind overneemt, zoals de geur, wordt het minder aantrekkelijk voor de ouders. Dus dan gooien ze het weg en kopen een nieuwe. Voor ons is deze foto hèt symbool van onderdrukking”, zegt Kim Gordon.

Voor het hoesontwerp van hun platen vraagt de groep altijd een kunstenaar, zoals Richard Kern voor Evol en Raymond Pettibon voor Goo. Lee Ranaldo en Kim Gordon hebben beiden op een academie voor beeldende kunst gezeten. Ranaldo houdt zich nog zijdelings bezig met video en film. Gordon heeft de beeldende kunst achter zich gelaten. Gordon: Veel beeldend kunstenaars "lenen' van de populaire cultuur. Ik werk zelf liever met een kunstvorm die deel uitmaakt van de populaire cultuur, dan met een die er gebruik van maakt.''