Family en faith

DE DEMOCRATISCHE partij van Amerika is vannacht teruggekeerd naar haar oorsprong, de omhoogstrevende middengroepen, de mannen en vrouwen die door hard werken en burgerzin hun eigen leven trachten te verbeteren, de kansen voor hun kinderen willen vergroten. Bill Clinton, tot presidentskandidaat genomineerd, gaat de partij en, als hij slaagt, het Amerikaanse volk voor in "good old religion'. “Family en faith”, gezin en geloof, “old-fashioned Americans for a new time”, zoals de kandidaat het zelf in zijn aanvaardingsrede noemde.

Maar de sociale revolutie van de jaren zestig - die de Democratische partij als politieke organisatie vernietigde - is niet vergeten. De "heelheid' van de samenleving die Clinton de "hippies' van weleer nazegt, zijn pleidooi tegen vooroordelen en voor minderheidsgroepen, zijn herhaald opkomen voor vrouwen en milieu moeten onderstrepen dat de Democraten ook een actiegroep voor allen willen zijn, een overkoepeling van de verlangens en wensen van iedereen die zich door de profetie van het individualisme van het Reagan/Bush-tijdperk in de steek gelaten voelt. Perots aanhang is welkom.

DRIE TRADITIES vloeien in Clinton samen. Met zijn aanvallen op "big government', de logge regeringsbureaucratie die meer neemt dan geeft, staat hij op één lijn met voorgangers als Carter en Reagan. Evenals zij wil hij de outsider zijn die aan het politieke Sodom en Gomorra dat Washington ten behoeve van de electorale beeldvorming wordt geacht te zijn een einde maakt. Tegelijkertijd heeft hij dat bestuurlijke apparaat nodig, wil hij de hervorming van de grond krijgen die hij als echo van presidenten als Roosevelt en Johnson belooft. Maar de politieke en maatschappelijke organisaties die zij in het leven riepen en steunden zijn niet meer of zijn aangetast door de verloedering die Clinton te lijf wil gaan. Hij staat er vrijwel alleen voor. Vandaar zijn beroep in de stijl van Kennedy op iedere burger om het land te hulp te komen. Het gaat er niet om wat ieder van ons kan nemen, wij allen moeten geven aan onze natie, parafraseerde hij de woorden van die omstreden president.

Reagan projecteerde een Hollywood-versie van de Amerikaanse geschiedenis op de jaren tachtig. Clinton schetst de eenvoud en oprechtheid van het landelijke en kleinsteedse Arkansas van zijn jeugd als voorbeeld voor het Amerika van de 21ste eeuw. Want zijn pretentie is de president van de volgende eeuw te zijn. De man die de ware betekenis van de Amerikaanse belofte zegt te kennen, leidt zijn volk naar de scheidslijn van eeuw en millennium. Niet meer, maar zeker niet minder. In Al Gore heeft hij dan niet alleen zijn vice-president, maar ook zijn opvolger als prediker van nieuwe zekerheden aangewezen.

Het is boeiend te zien hoe de arsenalen uit het verleden, door deze "new-born Democrats' bijeengebracht en opgepoetst, in stelling worden gebracht om de nog onbegrepen vraagstukken van de actualiteit te overwinnen.