EG minder streng met verpakkingen dan Nederland

ROTTERDAM, 17 JULI. De Europese Commissie heeft deze week eindelijk bekendgemaakt hoe ze de berg verpakkingsafval in Europa te lijf wil gaan. De richtlijn uit Brussel (het betreft voorlopig nog maar een concept) komt op een aantal punten overeen met de afspraken die de Nederlandse overheid vorig jaar met het bedrijfsleven heeft gemaakt in het zogenaamde Convenant Verpakkingen. Maar het convenant gaat verder dan de EG-richtlijn.

Niet bekend

Op het eerste gezicht lijkt de concept-EG-richtlijn op het convenant. De geformuleerde doelstellingen zijn vrijwel hetzelfde. In beide gevallen wordt ernaar gestreefd de hoeveelheid verpakkingsafval waarmee niets meer wordt gedaan en die op stortplaatsen belandt, tot een minimum te terug te brengen. Brussel wil dat in 2005 nog maar 10 procent van het verpakkingsafval wordt gestort; Nederland wil sneller verminderen en streeft naar een reductie tot nul in het jaar 2000. Voorts wil de Europese Commissie, net als de ondertekenaars van het convenant, dat minstens 60 procent van de verpakkingen of daarin verwerkte materialen over pakweg tien jaar geschikt is voor hergebruik.

Het verschil tussen de EG-richtlijn en het convenant zit in de doelstellingen die niet door Brussel zijn geformuleerd. De Europese Commissie geeft alleen normen voor de "kwaliteit' van het verpakkingsafval, en niet voor de kwantiteit. De EG-richtlijn schrijft niet concreet, in aantallen tonnen, voor met hoeveel de totale stroom verpakkingsafval de komende jaren moet worden verminderd. In het Nederlandse convenant zijn daarover wèl afspraken gemaakt.

De Nederlandse industrie heeft zich in het convenant verplicht ervoor te zorgen dat de hoeveelheid (in tonnen) nieuwe verpakkingen die in 2000 op de markt worden gebracht onder het niveau ligt van 1986. Daartoe zijn afspraken gemaakt over het verminderen van het gewicht van verpakkingen (dat is bij voorbeeld al gebeurd met de melkfles) en het weglaten van overbodige verpakkingen.

Dat Brussel dit voorbeeld niet zou volgen, zag één van de critici van het convenant al aankomen. “In de EG-richtlijn mag de hoeveelheid verpakkingsafval onbeperkt groeien, zolang negentig procent van het afval maar "recovered' wordt”, stelt Konsumenten Kontakt somber in het jongste nummer van haar blad "Koopkracht'. “Recovered betekent hergebruik, maar dat is misleidend. Onder recovery wordt namelijk ook verbranden verstaan en daarmee is een eenvoudige weg om van verpakkingsafval af te komen, geopend”, aldus de consumentenorganisatie.

Volgens het ministerie van VROM is het nog te vroeg voor die conclusie. (De tekst van de concept-richtlijn was gisteren nog niet bij het ministerie bekend.) Maar Nederland is zeker geen voorstander van het op grote schaal verbranden van verpakkingsafval, zegt een woordvoerster. In het Nederlandse afvalbeleid heeft verbranden als oplossing voor het afvalprobleem een heel lage prioriteit. In het convenant ligt de nadruk op preventie en reductie van verpakkingsafval; de gang naar de verbrandingsovens wordt zo lang mogelijk uitgesteld.

Ook over hoe de Europese Commissie "hergebruik' formuleert, is VROM niet helemaal gerust. Volgens Brussel moet 60 procent van de in verpakkingen verwerkte materialen voor hergebruik geschikt worden gemaakt. Door niet ook een norm te stellen voor hergebruik van héle verpakkingen, komt Brussel volgens VROM tegemoet aan een wens van het bedrijfsleven. “Het is goedkoper om glasbakken te installeren, dan om een retoursysteem op te zetten voor lege flessen.” In het Nederlandse convenant zijn wèl afspraken gemaakt over het hergebruiken van hele verpakkingen.

Het Nederlands Verpakkingscentrum, waarbij vrijwel alle grote merkfabrikanten in Nederland zijn aangesloten, is één van de grootste partijen die bij het convenant zijn betrokken. Directeur G. Schaap verwacht grote problemen voor de concurrentieverhoudingen als de Nederlandse regels strenger zijn dan die uit Brussel. “In dat geval moet het convenant opnieuw worden overwogen.”

Volgens de spelregels van de EG mogen de lidstaten de richtlijnen uit Brussel in hun eigen wetgeving verder aanscherpen. Zolang daardoor de handel met andere lidstaten maar niet wordt belemmerd. Maar dat zal zeker gebeuren, voorspelt Schaap. “En dan moeten we het hebben over wat we van het convenant overeind houden en wat niet.”

De grootste dreiging voor het convenant komt echter uit een onverwachte hoek: van de bedrijven die het convenant niet hebben ondertekend. Het stuk is slechts ondertekend door honderd van de 125.000 bedrijven in Nederland die met verpakkingen te maken hebben. Die anderen kunnen zich straks legitiem beroepen op een zwakkere EG-richtlijn.

Voor wie het convenant een warm hart toedraagt, is er de troost dat de EG-richtlijn in nationale wetgeving moet worden omgezet, zodat ten minste nog een paar doelstellingen van het convenant voor àlle Europese bedrijven gaan gelden.