Duitse rente op recordniveau sinds de oorlog

BONN, 17 JULI. Tegen de zin van de Duitse regering en ondanks internationale pleidooien om dat niet te doen heeft de Bundesbank de disconto-rente, die de centrale bank berekent aan handelsbanken die hun klanten kredieten geven, met 0,75 procent verhoogd tot het na-oorlogse record van 8,75 procent.

Volgens Bundesbank-president Helmut Schlesinger is tot die stap besloten om de inflatie en de te grote krediet- en geldomvang terug te dringen. En om het vertrouwen in de D-mark “ook onder de tijdelijk moeilijkere omstandigheden in het verenigde Duitsland” te versterken. De voor nationaal en internationaal geldverkeer belangrijkere Duitse Lombard-rente blijft 9,75 procent.

Na het besluit van de “Zentralbankrat” van de Bundesbank, dat werd genomen in aanwezigheid van minister Jürgen Möllemann (FDP, economische zaken), zei Schlesinger dat hij er geen grote conjuncturele nadelen van verwacht, “al zal de ene of andere order misschien niet tot stand komen”. De Bundesbank kon niet anders, gaf hij gisteren te verstaan, nu de inflatie dit jaar boven 4 procent blijft (doelstelling: 2), vele te dure CAO's tot ver in '93 doorwerken en de geldgroei al maanden 4 à 5 procent boven de gewenste (en gehandhaafde) norm van 3,5 tot 5,5 ligt. De geldgroei volgens de zogenoemde M-3 norm omvat contanten, vrije bankrekeningen, deposito's tot vier jaar en spaartegoeden met opzegtermijn. De Bundesbank weigert “de handen in de schoot te leggen” bij een maandenlange groei van de liquiditeit van circa 8,7 procent.

Naar het heette was het debat in de Zentralbankrat gisteren “controversieel”. De vorige, óók internationaal gekritiseerde, discontoverhoging (van 7,5 naar 8 procent) was medio december '91. Volgens onbevestigde berichten waren Schlesinger en zijn plaatsvervanger Hans Tietmeyer toen eigenlijk tegen verhoging, maar overstemd.

De reacties uit het Duitse bedrijfsleven zijn over het algemeen positief. Maar de Duitse banken, die gevolgen voor hun florerende kredietbedrijf vrezen, en de regering in Bonn hebben teleurgesteld gereageerd. Op de recente top van de zeven grootste industriestaten in München (de G-7) had de Duitse regering onder meer aan economisch stagnerende landen als Groot-Brittannië en de VS laten doorschemeren dat de rente niet zou worden verhoogd. Gisteren liet minister Theo Waigel (CSU, financiën) koeltjes weten dat hij “kennisnam” van het besluit van de Bundesbank. Hij hoopt dat het “de economische ontwikkeling in Oost- en West-Duitsland niet zal bemoeilijken”. Minister Möllemann zei ronduit dat hij hoopt dat de rente spoedig weer omlaag kan.