Dasa laat zijn tanden zien: geen garanties voor Fokker

AMSTERDAM, 17 JULI. Dasa heeft gisteren in de persoon van zijn onderhandelaar M. Bischoff vriendelijk glimlachend zijn tanden laten zien.

De charmante maar zeer zelfbewust ogende Bischoff wilde in de pers even laten zien waar voor Dasa de grenzen liggen, nu Den Haag een publicitair offensief heeft geopend tegen de overname van Fokker. Minister J. Andriessen (economische zaken) en Dasa-topman J. Schrempp hebben bij hun gesprek van maandag, waarin wordt beslist over voorzetting van de onderhandelingen, een diepe kloof te overbruggen. Een lijstje van de discussiepunten: Dasa wil de nieuwe generatie vliegtuigen - de F70 en F130 die respectievelijk de F50 en F100 moeten opvolgen - bouwen op de goedkoopste plek, dus mogelijk in Duitsland, Italië of Frankrijk. Volgens Bischoff gaat dat volgens het systeem van het Europese vliegtuigbouwconsortium Airbus, waarin de deelnemers offertes indienen. Andriessen wil de zekerheid dat deze vliegtuigen in Nederland worden gebouwd. Nederland kan van Bischoff een plaats krijgen in de negenkoppige raad van commissarissen van het toekomstige Fokker. Die commissaris moet vertrekken als de staat zijn pakket in Fokker volledig heeft verkocht (naar schatting binnen drie jaar). Andriessen wil twee commissarissen, van wie er een ook na verkoop blijft zitten. Zo'n eeuwige commissaris is voor Dasa niet acceptabel.

Het al toegezegde veto van Nederland over wijzigingen van het contract vervalt wat Dasa betreft als het staatsaandeel is verkocht. De Nederlandse overheid mag na verkoop niet voor zakenman blijven spelen en moet zijn natuurlijke rol op de achtergrond weer op zich nemen, zegt Bischoff die duidelijk maakt dat dit voor Dasa een keihard punt is. Andriessen wil het veto pas opgeven als de ontwikkeling van de F130 gegarandeerd vergevorderd is (naar schatting in 2000).

Fokker moet genoegen nemen met een coördinerende rol voor het segment van 65 tot 130-zitters, dat 80 procent van de huidige produktie beslaat. Over de rest krijgt Fokker niets te zeggen, laat Bischoff weten. De leidende rol in het consortium die Andriessen voor Fokker in gedachten heeft is voor Dasa onacceptabel.

Het voorafgaande betekent dat Fokker wat Dasa betreft niets te zeggen krijgt over de toekomst van "turboprop' F50, die concurrentie krijgt van de geplande Regio-liner van Dasa en zijn partners Aerospatiale en Alenia. Andriessen wil meer zekerheid over de toekomst van de F50.

Dasa geeft geen garantie dat de F130 wordt gebouwd, want zo zegt Bischoff, het is onmogelijk de vraag van de markt te voorspellen. Andriessen komt pas over de brug met het ontwikkelingskrediet van 1,8 miljard als de ontwikkeling van de F130 zeker is.