Concurrentie in de kinderkamer; Over Thomas, Heinrich, Katia, Klaus, Erika, Michael en Frido Mann

Zowel Thomas als Heinrich Mann putten voor hun boeken inspiratie uit de geschiedenis van hun familie. Biografen beschrijven nu de twist tussen de broers. Onlangs verscheen het tweede deel van Peter de Mendelsohns biografie van Thomas Mann en werden Thomas' dagboeken uit de jaren vijftig uitgegeven. De sociologe Marianne Krüll schreef een biografie van de familie Mann tot en met kleinzoon Frido, als engelachtig knaapje bewonderd door Thomas Mann, maar uit zijn eigen autobiografische roman spreekt opluchting als grootvader eindelijk begraven is.

Peter de Mendelssohn: Der Zauberer. Das Leben des deutschen Schriftstellers Thomas Mann. Uitg. Fischer. Twee delen. Deel 1: 1185 blz. Deel 2: 435 blz. Prijs (samen) ƒ 200,-.

Marianne Krüll: Im Netz der Zauberer. Eine andere Geschichte der Familie Mann. Uitg. Arche, 475 blz. Prijs ƒ 78,20.

Thomas Mann: Tagebücher 1949-1950. Uitg. Fischer, 776 blz. Prijs ƒ 162,55.

Thomas Mann: De uitverkorene. Vert. Tinke Davids. Uitg. De Arbeiderspers, 267 blz. Prijs ƒ 39,90.

Arosa, 10 maart 1933. Thomas Mann logeerde samen met zijn vrouw Katia enkele weken in dit Zwitserse bergdorp om op adem te komen na een zware lezingentournee die onder meer langs Amsterdam voerde. Manns lezing over Wagner in het Concertgebouw - overigens eerder al in München gehouden - had in Duitsland veel stof doen opwaaien; bekende kunstenaars ondertekenden er een officieel protest tegen. Er vonden alarmerende ontwikkelingen plaats. Kort na Hitlers machtsovername was de Rijksdag in brand gestoken, zo had men via de radio vernomen.

De koffers waren al gepakt toen Mann naar de balie van het Waldhotel geroepen werd: zijn dochter Erika belde uit München. Mann toonde zich in dit gesprek uitermate traag van begrip. Erika waarschuwde voor het slechte weer in München, haar ouders moesten maar wat langer in Arosa blijven. Maar Mann hield zijn opgewonden dochter voor dat hij bij regen bijna nog geïnspireerder schreef. Volgens Erika was het thuis in de Poschingerstrasse een troep. Dat maakte niet uit, knorde Thomas Mann ongeduldig; het lukte Katia altijd wel een rustig hoekje voor hem in te richten. Ten slotte zei Erika maar waar het in werkelijkheid om ging: hij liep gevaar wanneer hij naar Duitsland terugkeerde. De lezing over Wagner zou door de nazi's als voorwendsel gebruikt worden om Mann eens flink aan te pakken.

De thuisreis werd uitgesteld, tot 1949 om precies te zijn; toen bezocht Mann Duitsland voor het eerst weer, om de Goetheprijs op te halen.

Over de gebeurtenissen in 1933, "het zwaarste jaar uit het leven van Thomas Mann', schrijft Peter de Mendelssohn in het onlangs verschenen tweede deel van zijn Thomas Mannbiografie, Der Zauberer. Das Leben des deutschen Schriftstellers Thomas Mann, bijna 17 jaar na de verschijning van het omvangrijke eerste deel. Door het overlijden van de biograaf is de biografie gedoemd onvoltooid te blijven, wat vooral wrang is omdat een bijna maniakale volledigheidsdrift het boek kenmerkt.

Het kostte de uitgeverij veel moeite om dit fragmentarische tweede deel, voorzien van registers en stambomen, uit te brengen. Om die registers zaten de lezers van het eerste deel te springen, want dat is door de overvloed aan materiaal erg onoverzichtelijk. Gedeeltelijk is hier ook de romantiserende aanpak van de biograaf aan schuldig. De Mendelssohn identificeerde zich vergaand met zijn studieonderwerp; door de licht ironische toon en de zorgvuldig opgebouwde, ellenlange zinnen heeft zijn boek wel iets van een verzameling Thomas Mann-apocriefen. Opvallend is overigens dat de biograaf bij de beoordeling van Thomas Manns persoonlijke handel en wandel aanzienlijk minder scherp kijkt dan bij de analyse van diens oeuvre. De stoutmoedigste diagnose waartoe De Mendelssohn het brengt is dat Thomas Mann een egocentrische aanleg had.

Broedertwist

Voor de broedertwist die Mann met zijn broer Heinrich tot ver in de jaren twintig cultiveerde, valt de biograaf graag terug op bewijsmateriaal in de vorm van brieven en boeken; aan een psychoanalytische benadering van de gecompliceerde verhouding tussen de beide broers brandt hij zijn vingers liever niet. De Mendelssohn houdt het er op dat Betrachtungen eines Unpolitischen (1918), een pamfletachtig boek van Thomas vol romantisch-conservatieve opmerkingen over politiek en cultuur, de directe aanleiding vormde. In de Betrachtungen valt Thomas Mann zijn broer aan die voor hem de personificatie was van alles wat er mis was met Duitsland. Heinrich steunde na 1918 van harte de Republiek van Weimar, terwijl Thomas veel meer vertrouwen had in zoiets geordends en overzichtelijks als het vroegere keizerrijk.

De sociologe Marianne Krüll schrijft over deze twist veel helderder dan De Mendelssohn. Im Netz der Zauberer. Eine andere Geschichte der Familie Mann behoort tot het beste wat er over de schrijversfamilie verschenen is. Soms verbindt Krüll gedurfde conclusies aan haar bevindingen, waardoor haar boek ook onderhoudend is op punten waar argumenten te kort schieten. Zij legt er de nadruk op dat Thomas zijn oudere broer al in de kinderkamer de loef afstak. Bij zijn eerste publikatie kreeg hij ook meteen een veel beter contract dan Heinrich. Later moest Thomas zijn broer vaak bijspringen omdat die wel een gat in zijn hand leek te hebben.

Krüll laat zien hoe beiden de familiegeschiedenis als inspiratiebron gebruikten, Thomas doorgaans afstandelijk, Heinrich meer betrokken. Met die familie hadden de broers het goed getroffen. Zo waren er nogal wat zelfmoorden te registreren en leek er herhaaldelijk sprake van incest. Niet alleen pleegden de twee zusters van Heinrich en Thomas zelfmoord, op een van hen was Heinrich heftig verliefd geweest, tot ergernis van Thomas, die uit het thema "incest' twee keer literaire munt sloeg.

Thomas' zoon Klaus bezweek in 1949 aan een overdosis slaaptabletten. Krüll legt een deel van de schuld aan diens dood bij zijn vader. Waarschijnlijk komt ook de zelfmoord van zijn jongste zoon Michael op diens conto. Michael begon in 1976 aan een editie van de dagboeken van zijn vader en las tijdens de voorbereiding zwart op wit wat hij sinds de novelle Unordnung und frühes Leid (1926), waarin Thomas Mann een liefdeloos portret van hem verwerkte, al vermoedde - dat hij een ongewenst kind was. Alleen als producent van nakomelingen mocht Michael zich koesteren in de aandacht van zijn vader. Michaels zoontje Frido was zo'n engelachtig knaapje dat Thomas Mann zijn hele familie wel voor hem wilde inruilen. Frido zou veel later in de autobiografische roman Professor Parzifal (1989) uitkomen voor zijn gevoel van opluchting toen de alles overschaduwende grootvader Thomas eindelijk begraven was.

Homoseksueel

Voorop in de studie van Krüll staat de verhouding tussen Thomas en Klaus Mann. Thomas raakte al vroeg in de war door de gevoelens die zijn homoseksuele zoon in hem wakker maakte. Zijn eigen homoseksuele geaardheid onderdrukte Mann altijd, terwijl Klaus, naar het voorbeeld van oom Heinrich, veel impulsiever leefde. Pijnlijk is de reactie van Thomas Mann op het bericht van Klaus' zelfmoord. Hoezeer hij er zelf onder leed wordt niet duidelijk, hij neemt het Klaus vooral kwalijk dat hij dit Katia aandeed.

Het is na te lezen in Thomas Manns dagboeken uit de jaren 1949-1950, die onlangs werden uitgegeven door Inge Jens. Zij nam enkele jaren geleden de fakkel over van De Mendelssohn, de bezorger van de eerste vijf dagboekdelen. In nauwgezetheid doet Jens niet voor hem onder, maar het is wel hinderlijk om in het uitvoerige notenapparaat over allerlei foutjes te moeten struikelen bij de spelling van Nederlandse namen. En bij sommige ontboezemingen van Thomas Mann had ik Inge Jens de scherpzinnigheid van Marianne Krüll toegewenst, zoals in een passage waarin Mann met een zekere boosaardigheid noteert hoe hij samen met "het vogelbrein' op een hotelterras ontbijt. Die opmerking ontglipt hem in een periode dat hij hartstochtelijk verliefd is op de hotelbediende Franzl, zijn laatste grote liefde, zoals hij ergens verzucht. Katia's nabijheid ervaart hij natuurlijk als storend. Hij was echter volkomen afhankelijk van haar, zij nam hem altijd als een hulpeloze kleuter bij de hand. Hiervoor wreekt hij zich met de kwalificatie "vogelbrein'. Alleen moet de lezer deze conclusie zelf trekken, want Inge Jens, die zich met haar notities over bijna elk terzijde buigt, wil hier van de prins geen kwaad weten.

Koeterwaals

Voor Nederlandse lezers is dit dagboekdeel precies op het juiste moment verschenen, omdat de ontstaansgeschiedenis van Manns laatst voltooide roman, Der Erwählte, een vrolijk verhaal over incest en boetedoening, er zo goed door te volgen is. Onlangs verscheen de vertaling onder de titel De uitverkorene. Helaas is er veel op aan te merken. Het spelen met de taal is in De uitverkorene belangrijker dan het verhaal zelf, een navertelling van een middeleeuws verhaal. Maar zelden pakte een navertelling zo origineel uit als hier. Virtuoos mengt Mann modern Duits en Middelhoogduits, doorspekt hij het hier en daar met Latijn, Engels en Frans, wat het begrip volgens de verteller, de "geest van het verhaal', niet schaadt, want "boven de talen staat de taal'.

In veel gevallen ontbreekt een passend Nederlands equivalent dat de sfeer van het origineel weergeeft, en er slopen slordige fouten in de vertaling. Maar ondanks deze tekortkomingen valt er veel te genieten. In een hoofdstuk dat zich op een eiland afspeelt spreken vissers bij voorbeeld een koeterwaals dat Thomas Mann schuddebuikend moet hebben opgeschreven. Hij las deze scène graag voor in kleine kring. Het hilarische effect zit hem in de onuitgesproken verwijzing naar een ander kunstwerk. Abt Gregorius wacht op de terugkeer van zijn vissers: "Ik voel de sterke neiging hun 'Ho-he, hoi-ho' toe te roepen met mijn handen bij mijn mond, maar zulk gedrag past een geestelijke niet."

Misschien is dit niets voor een geestelijke, maar van de moordlustige barbaar Hagen in Wagners opera Götterdämmerung die op juist deze wijze anderen zijn groet toeloeit, verwacht men niet anders. Door zulke parodistische verwijzingen lijkt het proza van Thomas Mann voortdurend stiekem te knipogen.