Billen

Omdat velen dezer dagen afreizen naar warme streken om zich aldaar te voegen bij het mierenleger van het internationale toerisme, deze week een verhandeling over de billen en in het bijzonder over de vrouwenbillen. Die zullen weer in grote getalen over de stranden paraderen, in allerlei vormen, soorten en maten.

Van oudsher is de mens (lees de man) gefascineerd geweest door vrouwenbillen. Reeds Darwin viel het op dat bij de hottentotten de vrouwen met het verst uitstekende achterwerk het meest begeerd werden, een observatie die later is bevestigd door de antropoloog Sir Andrew Smith. Hij stelde vast dat de vrouw, die door de Hottentotten alom geroemd werd om haar schoonheid, zulke enorme billen bezat dat “zij niet uit zich zelf kon opstaan als zij op de grond zat, maar dat zij daarvoor eerst naar een heuveltje moest kruipen”. Volgens Burton, een collega van Smith, is het in Somalië de gewoonte om alle huwbare kandidates op een rij te zetten, waarna de man op zoek gaat naar het meisje met de omvangrijkste billen, een ritueel dat met enig passen en meten gepaard schijnt te gaan.

Wij stuiten hier al direct op een groot psychologisch verschil tussen vrouwen- en mannenbillen. Door haar zachtheid nodigen de vrouwenbillen uit om geaaid te worden. Zo staat er in het Antwerpse museum voor Schone Kunsten een beeldje van een waternimf met zulke levensechte billen, dat niemand daar van af kan blijven. In de loop der jaren zijn die billen door aanraking der bezoekers helemaal glad gepolijst.

Feministen zullen tegenwerpen dat de hoge aaibaarheidsfactor van vrouwenbillen tot onwenselijke taferelen aanleiding heeft gegeven, maar zij moeten daarbij wel bedenken dat de man in dit opzicht vaak slechter af is. Wanneer de man zijn billen aan de wereld toont door zich te bukken, dan is de neiging bij de omstanders groot om even een flinke schop uit te delen. Vaak wordt daar nog om gelachen ook. Waar vrouwenbillen uitmunten door een vertederende verleidelijkheid, maken onbeschermde mannenbillen kennelijk een sado-masochistisch leedvermaak in ons wakker. Charlie Chaplin, Oliver Hardy en Stan Laurel hebben veel te danken aan de trap tegen het achterwerk.

Dit kan geen vulgair stukje worden, want hoe vaak zijn vrouwenbillen niet de inspiratiebron geweest voor de kunstenaar? François Villon heeft reeds in de vijftiende eeuw uitvoerig de lof der vrouwenbillen bezongen. En dan was er François Boucher, ongetwijfeld de grootste billenschilder uit de geschiedenis van de beeldende kunst. Toegegeven, zijn leerling Fragonard, had eveneens een fijn oog voor wat de Fransen la culotte noemen, maar Boucher was de grootste.

Zijn femme nue couchée toont ons de goddelijke billen van een vrouw, die liggend op haar buik, een been op en een been naast het bed heeft gespreid. In het Playboy-jargon heet deze positie bottom-up, maar daarbij is het wel van belang dat wij het geslachtsdeel juist niet te zien krijgen. Ook hier geldt de wet dat ware erotiek onthult maar tegelijkertijd ook verhult. Madame de Pompadour, die in de billen van Bouchers naakt iets van zich zelf herkende, was zo onder de indruk van het kunstwerk dat zij ervoor zorgde dat de schilder de titel Premier peintre du Roi kreeg toegekend.

De laatste jaren is onder de Europese vrouwen de gewoonte gegroeid om alles van zich af te werpen, zodra een strand of grasveld in zicht komt. Ik heb dat altijd een betreurenswaardige ontwikkeling gevonden. Vroeger, als een vrouw zich uitkleedde dan droeg zij op haar huid de melkwitte afdruk van een topje of een bikinibroekje. Ja, opa! Zeker jongen, maar toch gaf dat teken van wat verborgen moest blijven ons een zeker gevoel van exclusiviteit. Nu weerspiegelt de volledig gebronsde huid van een vrouw de grijnzende blik van de opgeschoten jeugd, die half verveeld de Griekse stranden afstroopt.

Volgens mij is het verval begonnen bij de introductie van de tanga, een miniscuul stukje textiel, opgehangen aan een touwtje dat ten slotte in de bilspleet verdwijnt. Als Boucher nu had geleefd, zou hij zijn modellen zeker niet op de Europese stranden hebben gevonden.

N.B.: Vorige week was het zetduiveltje mij erg slecht gezind en kwam de naam die uit Freuds brieven was geschrapt onherkenbaar over. Bedoeld was: Ferenczi.