Amerikaanse politieke partijen spelen geen belangrijke rol meer; De meeste Amerikanen vinden politici nog altijd leugenachtige en corrupte zakkenvullers; Ross Perot kwam, zag, en vertrok en liet een geruïneerd politiek systeem achter

Ross Perot kwam, zag en vertrok en hij liet een geruïneerd politiek systeem achter. Zijn verwerping van de presidentskandidatuur heeft de Democraten en Republikeinen nog niet gered. De meeste Amerikanen vinden politici nog altijd leugenachtige en corrupte zakkenvullers. De aanwezigheid van Perot was de enige factor die voor een hogere opkomst bij de verkiezingen dit najaar kon zorgen.

Perots supporters, van wie velen zich nog nooit met politiek hadden beziggehouden, zijn nu nog verder gedesillusioneerd en vrezen voor de oude, vastgelopen partijpolitiek. Zal Clinton als rechtgeaarde Democraat hun belastinggeld weer verspillen, vragen ze zich af. De miljardair was hun enige hoop op politieke verandering. Hij leek op de tuinman uit Kosinsky's boek Being There (verfilmd met Peter Sellers in de hoofdrol), wiens primaire uitspraak over de televisie I like to watch door het publiek als diepzinnig werd gezien omdat zij zo anders was.

Perot is een zakenman wiens beeldspraak clean out the barn (ruim de schuur op) werd verward met een echte oplossing van de problemen. Nu galoppeert de cowboy op het witte paard na het eerste salvo van de tegenstander weg uit de vuile stal. Hij is geen toegewijde politicus, maar een zakenman die bijtijds zijn verliezen neemt. President Truman, met wie Perot soms werd vergeleken, zei altijd: “Als je de hitte niet aankunt, blijf dan uit de keuken!”

Perots neergang van de laatste maanden laat zien dat politieke ervaring en een politieke organisatie onontbeerlijk zijn voor een overwinning. Maar dat is dan ook de enige functie die de partijen nog hebben.

Een herverkiezing van president Bush zou geraamten van de partijen overlaten. Omdat de overgebleven Amerikaanse kiezers zich nauwelijks nog aan een partij gebonden voelen, verkeren de Democratische meerderheid van het Congres en het Republikeinse Witte Huis al jaren in een patstelling. De Amerikaanse kiezer wil een Republikeinse president om zijn belastingen laag te houden, en een Democratisch Congreslid om het federale overheidsgeld naar zijn district te brengen. Beide partijen hebben hun functie goed vervuld, de Republikeinen hielden de belastingen laag, de Democraten strooiden met het geld. Dit gezamenlijke gedrag heeft geleid tot een rampzalig tekort van vierhonderd miljard dollar.

Slechts weinig politici durfden ook offers te vragen, uit angst hun zetel te verliezen. De Republikeinen hebben twaalf jaar lang de schuld aan Washington gegeven, alsof zij er zelf geen deel aan hadden: de kiezers hadden zichzelf niets te verwijten.

Uiteindelijk hebben steeds meer kiezers zich walgend van het politieke proces afgewend. Na Reagans federale belastingverlagingen zijn hun totale lasten alleen maar gestegen. Perot wekte, net als Reagan en Bush, de illusie dat alles kosteloos kon worden hervormd en dat was een van de redenen van zijn populariteit.

Voortzetting van de patstelling tussen beide partijen na volgend jaar, zal het cynisme van de kiezers alleen maar vergroten. De binnenlandse programma's van president Bush zullen te beperkt zijn om de Democraten te laten meewerken. En als de Democraten de verkiezingen verliezen, zullen ze dat beschouwen als bewijs dat hun draai naar het politieke midden en hun perfecte conventie van de afgelopen dagen zinloos zijn geweest. Alleen de opheffing van partijdigheid zou een politieke verandering kunnen brengen, zoals gebeurde in de eerste jaren na de verkiezing van president Reagan.

De ontmanteling van de Amerikaanse politieke partijen is sinds de vorige eeuw aan de gang. De Amerikaanse partijleiders kiezen hun kandidaten allang niet meer zelf, zoals in veel Europese politieke partijen gebeurt. In 1880 werd de stemming geheim, zodat niemand op zijn stemgedrag kon worden aangekeken. Maar het stemgeheim werd op allerlei manieren omzeild.

In 1912 werden de eerste open, massale voorverkiezingen gehouden. De partijleiders hadden nog grote invloed op de uitslag, dankzij vakbonden en hun lokale partij-apparaat, waarvan de deelnemers in ruil voor verleende gunsten op de aangewezen kandidaat stemden. Voor veel nieuwe immigranten, zoals Oosteuropese joden, Italianen en Ieren, bood de partijmachine toegang tot de politieke establishment, het stadhuis en de overheidsbureaucratie.

Maar naarmate meer deelstaten open voorverkiezingen hielden en de media het verkiezingsproces verder opengooiden, verloren de partijleiders steeds meer greep op hun kandidaten. President Bush is de eerste insider in het Witte Huis sinds president Nixon. Jimmy Carter, Ronald Reagan en Bill Clinton komen van buiten.

Kandidaten voor het Congres, de gemeenteraad of de countyraad zijn kleine, onafhankelijke ondernemers geworden. Ze besluiten zelf om de handschoen op te nemen tegen een kandidaat in de voorverkiezingen. Aanbevelingen van zittende politici helpen meestal weinig.

Verkiezingsgeld voor televisiecampagnes is wèl belangrijk. De partij heeft niet zoveel geld meer te verdelen, dus staat de kandidaat er alleen voor om bedrijven en lobbygroepen het hof te maken.

De media hebben van de partijleiders de rol van bemiddelaar overgenomen. Zij presenteren de kandidaten aan het publiek. Wie zo lang mogelijk overeind blijft in de hordenloop van hindernissen en slechte berichten, wint de race.

De Democratische politieke conventie in New York heeft slechts rituele waarde, zoals Prinsjesdag. Het partijprogramma is al geschreven, de kandidaten voor het Witte Huis zijn al gekozen en het draaiboek voor de kroning van de presidentskandidaat is tot op de minuut uitgewerkt. Het is een mooie bonus voor de vele partij-activisten die in hun districten het werk moeten doen. En de lobbyisten kunnen zich eens onderhouden met politici, die toch niet zoveel werk hebben.

Maar het belangrijkste van een conventie voor de partij, is de gratis tijd en ruimte: voor tientallen miljoenen dollars aan verhalen wordt er geschreven. Tegenover vijfduizend vaste delegatieleden staan vijftienduizend journalisten. Die moeten hun hotelkosten en declaraties ook rechtvaardigen.

Bovendien is de hele Democratische partij op één plek te vinden. Er bestaat in Amerika een ongeschreven regel dat tijdens de conventie de positieve kant van de kandidaten en de partij wordt bekeken. Er heerst een wapenstilstand. Na maandenlang negatieve berichtgeving over schandaaltjes en wangedrag valt er nauwelijks nog een onvertogen woord.

Een conventie kan een man als Perot niet in elkaar zetten, terwijl Bush en Clinton beschikken over een heel apparaat met vaste contacten en netwerken. De conventie wordt steeds meer een goed georganiseerde show voor het publiek. De Amerikanen volgen het niet van minuut tot minuut, maar kunnen het niet ontlopen in het avondnieuws op de tv en in hun kranten. Maar de meeste kiezers vinden het niet belangrijk. Uit een peiling blijkt dat 55 procent van de ondervraagden een nieuwe partij wil; 85 procent vindt dat de partijen het contact met de bevolking hebben verloren.

Maar de pers, die heeft bijgedragen aan de ondermijning van politieke partijen, houdt de schamele resten nog in stand. Als de impasse tussen de partijen de komende verkiezingen overleeft, zou een meer ervaren en volhardende politicus het sloopwerk dat door Perot is begonnen kunnen afmaken.