Spoorstaking greep vooral in persoonlijk leven in

ROTTERDAM, 16 JULI. De spoorwegstaking van maandag 6 en dinsdag 7 april heeft bijna uitsluitend ingegrepen in het persoonlijke leven van Nederlanders die voor hun vervoer van de NS afhankelijk zijn. Driekwart van hen heeft die dagen privé-afspraken moeten afzeggen of verschuiven. Van de treinforensen kon op maandag 25 procent en dinsdag 17 procent niet op zijn werk verschijnen.

Dat blijkt uit een onderzoek van het ministerie van verkeer en waterstaat naar de effecten van de NS-staking op het verplaatsingsgedrag en de verkeersafwikkeling. De gegevens zijn verkregen door middel van een telefonische enquête onder 700 personen direct na de staking en uit de permanente waarnemingen van verkeersintensiteit en filevorming.

Volgens het onderzoek vinden op een doordeweekse dag zo'n 47 miljoen keer plaats en wordt daarbij een afstand van 365 miljoen kilometer afgelegd, waarvan 138 miljoen gedurende de ochtend- en avondspits. Bijna de helft van het aantal verplaatsingen gaat per voet of fiets (bij elkaar zo'n 58 miljoen kilometer). Nog eens 45 procent gaat met de auto en zo resteren voor het openbaar vervoer niet meer dan 2,35 miljoen verplaatsingen, waarvan eenderde per trein, die dus een bescheiden rol speelt in het verplaatsingsgedrag van de Nederlander. Met de trein naar het werk gaan op reisafstanden van meer dan 10 kilometer - waar voet, fiets en bus als concurrent achterblijven - slechts ongeveer 250 duizend mensen. Dat is eentiende van het aantal dat achter het stuur zit of meerijdt als passagier (respectievelijk 2,25 miljoen en 250 duizend).

Op maandag 7 april is 1,5 procent van degenen die naar hun werk wilden gaan thuis gebleven wegens de staking. Het onderzoek van verkeer en waterstaat toonde aan dat het hierbij vrijwel enkel om NS-klanten ging. Van de kwart miljoen treinforensen bleven 74 duizend thuis. De tweede dag nam hun aantal af tot 48 duizend Van de NS-afhankelijken die wel naar hun werk gingen, deed 65 procent dat met de auto (waarvan een derde als passagier; ongeveer de helft bezit een auto). Het bracht maandag 55 duizend extra auto's op de weg en dinsdag 72 duizend. Het aantal personen per auto steeg marginaal van 2,7 naar 2,8.

Van de automobilisten klaagt 17 procent dat ze tijdens de staking langer over hun reis deden. Driekwart wijt dit aan files, de rest voornamelijk aan toegenomen moeilijkheden bij het vinden van een parkeerplaats. De tweede dag zegt 10 procent van de automobilisten langer onderweg geweest te zijn. Het onderzoek bevestigt dat die dag door een grotere spreiding van de drukte files uitbleven. Men had geleerd van de congestie van maandag, toen de totale duur van de files met 50 procent steeg. Dinsdag was het nog maar 25 procent drukker dan normaal. Volgens de onderzoekers zijn deze cijfers niet veronrustend, want van slecht weer heeft het verkeer doorgaans veel meer last dan van de op 6 en 7 april door de staking toegenomen drukte.