Op de jurk droeg zij een lichaam

Jacques Damase, Sonia Delaunay. Fashion and Fabrics. Thames & Hudson (1991). 176 pag, 180 illustraties. ƒ 90,70.

“Men moet naar Bullier om meneer en mevrouw Delaunay bezig te zien met de hervorming van kleding,” schreef Guillaume Apollinaire in januari 1914 in de Mercure de France. “Het echtpaar is bij de orkestbak te vinden waar het uiterst serieus de monotone kleren van de dansende dames en heren bestudeert.” Robert en Sonia Delaunay staken opvallend af tegen het grijs en zwart op de dansvloer. Robert droeg een door zijn vrouw ontworpen "simultaankostuum': een rode jas met blauwe kraag, een groen colbertje en een hemelsblauw vest; daaronder een zwarte broek met rode sokken en een zwarte en een gele schoen; een vuurrood klein strikje om zijn nek completeerde het geheel. Zijn vrouw Sonia zag er minder bizar uit, hoewel ook de kleuren in haar tenue "simultaan' met elkaar contrasteerden. Sonia hield het bij een paars mantelpakje met een groen/paarse ceintuur en droeg daaronder een blouse in afwisselend heldere en bestorven kleuren: oudroze met oranje, scharlakenrood en paars.

Het was Parijs, vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De Delaunays hadden hun faam gevestigd en bewogen zich in de beroemdste avantgardistische kringen. Onder hun vrienden telden zij Kandinsky, de Arps, de dichters Blaise Cendrars en Tristan Tzara, Breton en Apollinaire. Robert had zijn kubistische experimenten verruild voor abstracte kleur- en lichtcomposities. En ook Sonia was "bevrijd van figuratieve dwang', zoals zij het noemde. De eerste simultaanschilderijen kwamen tot stand. Het waren kleurvlakken die zodanig tegen elkaar waren afgezet dat ze een haast hallucinerende werking op de toeschouwer uitoefenden.

Het verhaal van Robert en Sonia Delaunay is bekend. Er zijn talloze boeken over hen verschenen en verschillende grote tentoonstellingen georganiseerd. Als strijdlustig en compromisloos theoreticus (zijn vrienden noemden hem "Vuistslag') kreeg Robert apocrief de meeste aandacht.

Boeken over Sonia Delaunay belichten meestal haar ontwerpactiviteiten. En dat is niet verwonderlijk, want na haar huwelijk in 1910 hield zij zich steeds meer bezig met toegepaste kunst en steeds minder met schilderen. Zij ontwierp boekbanden voor onder anderen Rimbaud, Mallarmé en Apollinaire; maakte kostuums voor Diaghilews "Ballet Russes'; illustreerde gedichten van Cendrals en Tzara, en bedrukte stoffen voor kleding, lampekappen, kussens en parasols. Sonia nam alles om zich heen onder handen. De inrichting van hun huis, de inhoud van hun klerenkasten, de voorwerpen die het echtpaar gebruikten: overal zag ze "simultane contrasten'.

Het overzichtswerk Sonia Delaunay. Fashion and Fabrics van Jacques Damase brengt wat invalshoek betreft weinig nieuws. De met Sonia bevriende uitgever en kunsthandelaar Damase heeft al verschillende publicaties over Sonia Delaunay op zijn naam staan, en met dit fraai gellustreerde boek voegt hij vooral in visueel opzicht iets toe aan wat bekend is. Damase erfde van Sonia alle originele proef- en stofontwerpen, en liet deze nu voor het eerst uitgebreid fotograferen. Zeker 140 van het in totaal 176 pagina's omvattende boek worden gevuld door illustraties: prachtige gouaches voor sjaals, handtassen, kostuums en avondjurken die duidelijk maken waarom Sonia zo in de smaak viel bij de Westeuropese chic. Confectiestoffen uit die tijd verdwijnen in het niet als je ze vergelijkt met Sonia's ritmische ontwerpen van rechthoeken, lijnen, cirkels en diagonalen.

Het nadeel van het boek is de tekst. Het komt zelden voor dat een flaptekst informatiever is dan de tekst in het boek zelf, maar in Sonia Delaunay. Fashion and Fabrics is dit jammer genoeg het geval. Damase had denk ik een luchtig mozaëk van artikeltjes voor ogen waarin letters vooral niet de aandacht van de afbeeldingen moesten afleiden. Hij selecteerde Blaise Cendrars' gedicht "Sur la robe elle a un corps' (1914), lovende voorwoorden uit tentoonstellingscatalogi, een fragment uit Robert Delaunay's Du Cubisme à l'art abstrait (1923), en "versierde' hier het boek mee. Damases eigen bijdragen - stukjes over simultane mode en stofontwerpen - ademen kritiekloze bewondering uit voor de totaalkunst van Sonia.

Onbeantwoord blijft steeds de vraag waarom Sonia na haar huwelijk afstand deed van het vrije kunstenaarschap. Sonia verdedigde haar keuze altijd met het argument dat er voor haar geen wezenlijk onderscheid bestond tussen schilderkunst en toegepaste kunst. Toegepaste kunst betekende voor haar "een vrije ontdekking, een overwinning op de ruimte om haar heen'. Maar stak er achter deze nobele opvatting niet veel meer?

Al vanaf hun allereerste ontmoeting was de wat introverte Sonia gemponeerd door Roberts verbaal optreden in het openbaar en zijn intellectuele vermogens. “Hij dacht na, terwijl ik schilderde,” schreef ze in haar autobiografie; en hiermee raakte ze denk ik niet alleen de kern van hun relatie, maar ook de manier waarop ze zichzelf beschouwde. Sonia zag Robert als de denker, de uitvinder, het genie, en zichzelf als de praktische uitvoerder, het "minderwaardig' instrument van zijn gedachten. Daarom vond zij het vanzelfsprekend om met schilderen te stoppen op het moment dat financiële problemen - Robert verkocht tussen 1920 en 1940 nauwelijks iets - Roberts ontwikkeling in de weg stonden.

Sonia was Robert volledig toegewijd: ze hing palet en penseel in de wilgen en maakte van haar toegepaste ontwerpen een groot commercieel succes. Overdag hield ze toezicht op een atelier vol naaisters en onderhandelde met klanten en leveranciers. In de avonduren steunde ze Robert, onvermoeibaar en vastbesloten. Pas halverwege de jaren vijftig, toen Roberts werk erkenning kreeg, wilde ze aandacht vestigen op haar eigen kunst. Dat Sonia hierdoor zichzelf lange tijd te kort deed, bewijzen haar schilderijen. Want daar zitten er een paar tussen die met gemak de beste werken van Robert evenaren.