Meekijken over de schouder van Ellsworth Kelly

Tentoonstelling: Ellsworth Kelly. De jaren in Frankrijk 1948-1954. T/m 23 augustus in het Westfälisches Landesmuseum, Domplatz 10, Münster. Open: di. - zo. 10 - 18 u; ma. gesloten. Catalogus. Prijs DM 48,- (Prestel Verlag)

Tekenen ontnuchtert hem, vertelt de Amerikaanse kunstenaar Ellsworth Kelly in een videofilm bij de tentoonstelling in het Westfälisches Landesmuseum in Münster. De expositie gaat over de jaren 1948-1954 die Kelly in Frankrijk doorbracht. Kelly's uitspraak zegt minder over zijn drankgebruik dan over zijn manier van kijken. Met zijn tekeningen schept hij helderheid in de roes van kleuren en vormen om hem heen. Het ontwaken uit die lichte bedwelming betekent bij Kelly geen ontgoocheling. Integendeel, voor het eerst zie je hoe mooi een doodgewoon wit kilometerpaaltje met een halfronde gele top kan zijn.

Niet alle vormen zijn direct herkenbaar. Het bovenaanzicht van zo'n Frans toilet zonder pot zorgt wel voor enige problemen en het uitgangspunt voor een schilderij als La Combe I uit 1950 is zonder foto niet te traceren. De witte ondergrond is verdeeld in negen gelijke verticale banen. Hierover zijn schijnbaar willekeurig helderrode strepen geschilderd. Alleen door de foto zie je het verband met een ijzeren trap waarop de leuningen een patroon van schaduwlijnen werpen.

In 1948 arriveerde Kelly als 25-jarige in Parijs. Hij was niet voor het eerst in Frankrijk: in 1944 had hij als soldaat deelgenomen aan de landing van de geallieerden in Normandië. De G.I. Bill stelde hem als oudgediende in staat met een beurs in Parijs verder te studeren. Op de tentoonstelling is te zien hoe Kelly in korte tijd de basis legde voor zijn kunstenaarschap. Het is spannend om als het ware over zijn schouder mee te kijken naar de dingen die hij toen ontdekte.

De invloed van Picasso is duidelijk en een groen schilderijtje ontstond na een bezoek aan het toen nog vervallen atelier van Monet in Giverny. Maar ook met oude kunst hield Kelly zich bezig, zo blijkt uit de tekeningen, schilderijen en foto's. De strenge frontaliteit van de Egyptische en Byzantijnse kunst en de Romaanse kerken (onder andere in Poitiers en Tavant) die hij per trein en op de fiets bezocht, spraken hem aan. Alle onderwerpen die hij koos - een gewelf, zeewier of een kapotte bunker - analyseerde hij met dezelfde scherpe blik om ze naar het platte vlak te vertalen.

Een sleutelwerk is Window, Museum of Modern Art, Paris (1949), dat bestaat uit twee doeken gevat in een houten raamwerk in exact dezelfde maatverhouding als de ramen van het huidige Musée d'art moderne de la ville de Paris. Het is geen raam en geen schilderij, maar een anoniem object. Kelly experimenteerde ook met houten reliëfs waarover hij draden spande als een soort tastbare lijnen. “Naar de hel met de ezelschilderijen”, schreef hij aan de componist John Cage, “ze moeten zelf wand zijn, of nog beter, op buitenmuren van grote gebouwen verschijnen.”

Voorlopig was het nog niet zo ver. Maar de blinde muren van Parijse woonhuizen met schoorstenen vormden wel, net als voor Mondriaan in zijn kubistische periode, een bron van inspiratie. Terwijl Mondriaan en andere abstract-geometrische kunstenaars tenslotte elke band met de werkelijkheid verbraken, blijft Kelly vasthouden aan fragmenten die hij heeft gezien, ook al zijn die voor de toeschouwer niet langer herkenbaar. Op dit punt verschilt hij niet alleen met voorgangers, maar ook met de minimal kunstenaars uit de jaren zestig.

In Colors for a Large Wall uit 1951 speelt het toeval een rol. Dit werk, bestaande uit een "schaakbord' van 64 losse panelen die elk in één kleur zijn geschilderd, vormt eveneens een belangrijke schakel in Kelly's ontwikkeling. Door Colors uitsluitend als een voorloper van de Amerikaanse minimal art te beschouwen, gaat men voorbij aan de Europese invloeden waaruit het is voortgekomen, schrijft Yves-Alain Bois in de catalogus. Zo waren bijvoorbeeld de abstract-geometrische collages van Sophie Taeuber-Arp uit 1916-'18 die Hans Arp hem liet zien, volgens Kelly zijn eerste kennismaking met toevalsstructuren. Zij zetten hem verder op het spoor van het anonieme schilderen door het toeval de compositie te laten bepalen. De typische kleuren hebben een readymade oorsprong: het gekleurde papier dat Kelly kocht voor de collages die hij als voorstudie maakte.

Hoewel Kelly tijdens zijn verblijf in Parijs aan verschillende exposities deelnam en in kleine kring een zekere bekendheid genoot, verkocht hij slechts twee schilderijen. Ook nu nog is de belangstelling voor dit vroege werk niet groot: vrijwel alles op de tentoonstelling is afkomstig uit het bezit van de kunstenaar.

Voor wie in 1980 in het Stedelijk Museum Amsterdam de Kelly-tentoonstelling heeft gezien en later de tekeningen in Museum Overholland (1989) is dit alles niet onbekend. Maar het is wel de eerste keer dat het vroege werk als geheel wordt gepresenteerd. Op weg naar de Documenta in Kassel waar Kelly recent werk toont, is een bezoek aan Münster beslist de moeite waard.