Krasjes op de kinderziel

- Waarom gedraag je je zo stinkend vervelend?

- Je bent toch geen baby meer of wel soms?

- Schaam je je niet? Ga dat dan maar eerst eens een tijdje zitten doen. Daarna praten we wel verder.

- Als jij een staart had, zou je het ook niet leuk vinden, als iemand daar aan trok.

- Hou op met huilen om niks. Anders zal ik je een reden geven om over te huilen.

- Ik heb geen medelijden met je. Ik heb het je honderd keer gezegd: sambal is niet lekker.

- Je zusje huilt. Heb je nu je zin?

- Papa is boos, mama is boos. Heb je nu je zin?

- Wacht maar tot papa thuis is, dan zul je het van een ander horen.

- Hoe weet je nu dat je het niet lekker vindt. Je hebt het niet eens geproefd.

- Ga uit mijn ogen voor ik een ongeluk bega.

- Zo, dus je hebt de pest in. Hoe denk je dat ik me voel?

- Het kan me niet schelen wie er begonnen is. De oudste moet de verstandigste zijn.

- Het kan me niet schelen dat-ie een gluiperd is, hij blijft je neef.

- Hoe krijg je het voor mekaar om zoiets stoms te verzinnen?

- Waarom doe je zo chagrijnig? Heb ik je iets misdaan soms?

- Als je maar wilt, dan kun je het best.

- Wees toch eens wat opgewekter.

- Doe toch eens wat nuttigs in plaats van maar voor die tv te hangen.

- Als de hele klas van de brug afspringt, ga jij dat dan ook doen?

- Je moet niet huilen om die nietsnut. Er zijn genoeg andere vissen in de zee.

- Kom nou, je weet zelf toch wel beter dan dat.

- Kijk eens wie daar aan komt zetten. Dus jij denkt dat ik hier een hotel drijf.

- Als je geen zin hebt, dan maak je maar zin.

- Omdat ik het zeg, begrijp je, omdat ik het zeg en verder nergens om.

- Het is voor je eigen bestwil.

- Die arme kindertjes uit Biafra/Bangla Desh/Ethiopië zouden wat blij zijn met een maaltje tuinbonen.

- Toevallig ben ik niet ieder ander kind z'n moeder.

- Toen ik zo oud was als jij...

- Heb je soms je tong verloren?

- Weet je zeker dat je de waarheid vertelt? Denk nog eens goed na.

- Zo ben je helemaal niet. Vertel eens, door wie heb je je nu weer op sleeptouw laten nemen? Nee, wacht, laat me raden. Het was natuurlijk die ellendige Maikel.

- Later zul je me dankbaar zijn.

- Wie z'n billen brandt, moet op de blaren zitten.

- Nu zijn we de hele dag in Disneyland geweest en nog ben je niet tevreden.

- Wat hadden we afgesproken? Zeg het eens in je eigen woorden. Of moet ik je geheugen opfrissen?

- Neem eens een voorbeeld aan je oudste broer/jongste zus/de kinderen van de buren.

- Oké, dit is de eerste en de laatste keer dat we naar het planetarium/open-luchtmuseum/zeeaquarium zijn gegaan.

- Je wilt niet meer mee op vakantie? Dat komt goed uit, want je mag niet meer mee op vakantie. Dat wordt volgend jaar voor jou een boerderijkamp op de Mokerhei.

- Je bent toch niet van suikergoed.

- Nee, we nemen geen hond, nu niet en nooit niet. Je neemt maar een hond als je groot bent.

- Je denkt zeker dat het geld me op de rug groeit.

- Hoe komt het toch dat je elke avond urenlang aan de telefoon zit te kletsen en hier aan tafel geen boe of ba zegt.

- Waarom nodig je die, kom hoe heet ze, Trieneke niet uit? Dat is toch zo'n aardig meisje. Fatsoenlijke ouders ook.

- Als je niet ogenblikkelijk die hamsterkooi gaat verschonen, zet ik hem in zijn geheel bij het grofvuil.

- Laten we nog eens recapituleren. Wie doet hier de boodschappen? Wie kookt er? Wie doet de was? En wie is er nog te beroerd om een keer in de week zijn eigen kamer op te ruimen? Juist.

- Ik hoop dat je later net zulke kinderen krijgt als je zelf bent.