Komeet Shoemaker-Levy aan nachtelijke hemel waarneembaar

In de maand juli valt de op 6 oktober 1991 door het echtpaar Shoemaker en hun collega David Levy ontdekte komeet, zij het met behulp van een prismakijker, hoog boven de noordelijke hemel waar te nemen.

Bij de werkgroep "Kometen' van de Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde kwamen reeds eind juni de eerste meldingen van enthousiaste waarnemers, die de komeet met behulp van eenvoudige optische instrumenten hadden kunnen waarnemen.

Kometen, hemellichamen behorend tot ons zonnestelsel, hebben een uiterst geringe massa en bestaan in hoofdzaak uit stof en ijsachtig materiaal.

Ieder jaar ontdekken astronomen één of meer kometen. Meestal zijn dat zogenaamde "telescopische kometen', ze zijn alleen maar waar te nemen met behulp van zeer lichtsterke instrumenten.

Bij de ontdekking op 6 oktober 1991 was het object slechts van de 16e grootte en op geen enkele wijze aktueel voor welke amateur dan ook. Uit daarna uitgevoerde berekeningen bleek de komeet medio juli door het perhelium te gaan. Dat is het punt van de baan van een hemellichaam waarin dit de kleinste afstand tot de zon heeft, en daardoor een object voor waarnemende amateurs zou kunnen worden.

Nu is niets zo onzeker als het voorspellen van de helderheid van een komeet in de onmiddellijke nabijheid van de zon. Toch kan nu reeds met grote stelligheid worden aangenomen dat het een object van de 6e grootte wordt, dus waarneembaar door een op statief staande lichtsterke prismakijker.

Wat een komeet altijd zo boeiend maakt is het ontwikkelen van een staart. Deze begint namelijk altijd op dat punt van zijn baan, waar hij de zon het dichtst is genaderd. De kop (coma) begint dan door de intense zonnestraling steeds meer gassen en stof uit te stoten. Deze verenigen zich door de stralingsdruk tot de fameuze staart - steeds van de zon afgekeerd - die dikwijls een lengte kan hebben van vele miljoenen kilometers.

Zeer heldere kometen kunnen soms prachtige staarten vertonen. Hoewel vele gevallen daarvan in de geschiedenis bekend zijn, blijft zo'n mysterieus hemellichaam als opvallende verschijning aan het firmament een grote uitzondering.

Meestal zijn de kometen, die binnen de waarnemingsmogelijkheden van de belangstellenden vallen, nevelachtige objecten, zich bewegend tussen de sterren en geleidelijk veranderd van helderheid.

De komeet van Shoemaker-Levy bevindt zich ongeveer twaalf graden onder de Poolster en beweegt zich verder in de richting van het overbekende sterrenbeeld Grote Beer.

Het object staat de gehele nacht ruim veertig graden boven de horizon, wat als een zeer gunstige omstandigheid beschouwd kan worden.

Er zijn echter twee factoren die de waarneming aanzienlijk zouden kunnen bemoeilijken. In de eerste plaats is er in juli nog steeds sprake van de zogenaamde "grijze nachten', nachten waarin het eigenlijk niet helemaal donker wordt. De zon komt namelijk in die tijd niet ver onder de horizon. Daardoor is het moeilijk om nevelachtige en vrij lichtzwakke objecten aan het firmament op te sporen.

In de tweede plaats maakt de toenemende lichtvervuiling het waarnemen van dit soort objecten ook niet eenvoudiger. De gevolgen hiervan werden door George Beekman 25 juni jl. uitvoerig in deze krant besproken. De toegenomen verlichting van onze steeds maar uitbreidende steden en wegen belemmert voor velen het zicht op een met sterren bezaaide nachtelijke hemel.

Voor het waarnemen van deze komeet is het dan ook een absolute voorwaarde dat men dit doet op het platteland, ver van deze stadslichten. Een goede lichtsterke prismakijker, het meest ideale instrument voor dit soort waarnemingen, alsmede een goede sterrenkaart zijn de daarbij komende voorwaarden.

Ten overvloede kan nog worden medegedeeld dat men de meeste kans van slagen na middernacht heeft. Het negatieve effect van de grijze nachten is dan het minst storend.