Knuppelpremie

Wat is er nu onschuldiger dan een jong kalf. Net geboren uit het grote warme koeielijf, nog wat wankel op de poten, kijkt het met grote ogen vol vertrouwen de wereld in. Toch zien de Europese ministers van landbouw in pasgeboren kalveren de schuldigen van de rundvleesoverschotten.

Hun zakelijke redenering is simpel: het kalfje groeit op, wordt een grote koe of stier en belandt uiteindelijk bij de slager. Om het probleem van de Europese vleesberg bij de wortel aan te pakken, stelden de ministers de "Herodes premie' in. Deze premie, die in het pakket maatregelen van EG-landbouwcommissaris MacSharry zit, is vernoemd naar de koning van Palestina vlak voor de christelijke jaartelling. De wrede, listige Herodes de Grote gaf opdracht kinderen te vermoorden. Naar zijn voorbeeld besloten de landbouwministers een premie van 265 gulden te geven op het slachten van kalveren jonger dan tien dagen.

Of minister Bukman deze premie daadwerkelijk in Nederland invoert, is niet zeker. Hij mag van de EG ook kiezen voor een andere regeling met een vergelijkbaar effect. Zo zou overheid ook stieren van 150 tot 250 kg in het kader van de interventie-regeling kunnen opkopen. Door een deel van deze jonge stieren voortijdig uit de markt te nemen, wordt eveneens voorkomen dat deze dieren groter en zwaarder worden en nog meer zullen bijdragen aan de overschotten. De overheid heeft diverse stuur- en werkgroepjes ingesteld die zich moeten buigen over de invulling van de plannen van MacSharry. Zij zullen de minister ook adviseren inzake de keuze tussen de Herodes-premie en de interventieregeling voor jonge stieren.

Het Nederlandse landbouwbedrijfsleven keert zich massaal tegen de Herodes-premie, in boerenkringen denigrerend "knuppelpremie' genoemd. Allereerst zijn er ethische bezwaren. Is het acceptabel om een koe te bevruchten, enkel en alleen om haar aan te zetten tot het produceren van melk en daarna het kalf als nutteloos afvalprodukt te vernietigen? Deze gevoelloze regelgeving getuigt van weinig respect voor dieren. Ook in Engeland en Duitsland bracht de mogelijke premie opschudding teweeg. De Duitse dierenbescherming maakte een tv-spotje waarin kalfjes te zien zijn met daarbij de tekst: "Deze heeft nog acht dagen te leven'.

Er is een tweede reden waarom voor Nederland de premie slecht zou uitpakken. Deze heeft niets met ethiek te maken, maar alles met de portemonnee. Ons land is al sinds jaar en dag een melkvee-land. Omdat een melkkoe nu eenmaal ieder jaar een kalf moet krijgen, zijn wij dus tevens een grote "producent' van kalveren. Deze zijn niet allemaal nodig om op te fokken tot melkkoe. In de meeste landen worden de overtollige kalveren van melkveerassen afgemest tot vrijwel volwassen dieren met een geslacht gewicht van circa 400 kg; de zogenaamde roodvleesproduktie. De Europese vleesberg bestaat uitsluitend uit rood vlees.

Voor de wat minder goede kalveren, die eigenlijk niet geschikt zijn voor de mesterij omdat ze maar weinig aanleg hebben voor het aanzetten van vlees, heeft Nederland een methode ontwikkeld die een exclusief produkt levert: Dutch Veal, blank kalfsvlees. Gespecialiseerde bedrijven mesten jonge kalveren op een rantsoen van melkprodukten en leveren die af op een geslacht gewicht van ruim 150 kg. In het jargon heet dit de witvleesproduktie.

Nederland is de belangrijkste producent en exporteur van dit blanke vlees. Zelf eten we het nauwelijks: 95 procent van de totale produktie, ter waarde van 1,3 miljard gulden, gaat naar het buitenland. De voornaamste afnemers zijn Italië, Frankrijk en Duitsland. Het leeuwedeel van de ruim 2000 gespecialiseerde kalvermesters zit op de Veluwe. Hun economisch belang is ook voor de melkveehouderij aanzienlijk, want ze zorgen voor een goede vraag naar jonge kalveren en bovendien nemen ze enorme bergen melk- en weipoeder af om aan hun dieren te voeren. Desondanks kunnen kalvermesters in de publieke opinie niet rekenen op veel sympathie. Met name door misstanden met illegale groeibevorderaars en dier-onvriendelijke huisvestingsmethoden is steeds meer weerstand tegen deze sector ontstaan. In een tijd waarin klantgericht denken centraal staat is dat dodelijk.

In een poging het imago op te poetsen hebben kalvervoederindustrie, kalverhouders, veehandel en slachterijen de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector in het leven geroepen. Deze SKV moet de sector streng controleren op verboden stoffen en mag bij overtredingen zeer zware straffen opleggen. Daarnaast experimenteren kalverhouders en onderzoekers met betere systemen voor de huisvesting van de dieren. Nu wordt 20 procent van de kalveren in groepen gehouden. Mede door de op handen zijnde Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren en door een groeiende vraag naar diervriendelijk kalfsvlees stijgt dit aandeel. Albert Heijn verkoopt al enige tijd kalfsvlees van dieren die in groepen zijn gehuisvest; het zogenoemde GG-kalfsvlees (Gegarandeerde Groepshuisvesting).

Wanneer Nederland de "knuppelpremie' invoert zullen ook de kalvermesters de dupe worden. Nu kopen ze kalveren vanaf prijzen beneden de 100 gulden. Na invoering van de premie komt de minimumprijs op 265 gulden. Het gevolg zal niet zijn dat er kalveren verdwijnen, maar dat kalvermesters meer voor hun dieren moeten betalen. En dat, terwijl ze part noch deel hebben aan de Europese (rood)vleesberg.

Zo hangt het zwaard van Damocles, in de vorm van de "knuppelpremie', niet alleen boven de kalveren, maar boven de hele Nederlandse kalfsvleessector. Dat ligt anders in landen als Frankrijk, Spanje en Portugal, waar weinig blank kalfsvlees wordt geproduceerd. Met kalveren die niet nodig zijn voor aanvulling van de melkveestapel en niet geschikt zijn om af te mesten, weet men in die landen eigenlijk niet goed raad. Zelfs zonder premie worden daar kalveren voortijdig afgemaakt. Zij zullen - in tegenstelling tot Nederland - de eventuele "knuppelpremie' dan ook met open armen ontvangen.