IEA: Frankrijk steunt te veel op kerncentrales

ROTTERDAM, 16 JULI. Frankrijk moet zijn elektriciteitsvoorziening minder eenzijdig afhankelijk maken van kerncentrales door meer gebruik te maken van andere brandstoffen als aardgas.

Dit adviseert het Internationaal Energie Agentschap (IEA) de Franse regering in een analyse over de Franse energievoorziening. Het IEA is de organisatie van Westerse olie-importerende landen en Japan. Aanleiding voor het op onderdelen vrij kritische rapport is de toetreding van Frankrijk tot de organisatie. Bij de oprichting van het IEA na de oliecrisis van 1973 wilde Frankrijk geen lid worden uit vrees dat zijn betrekkingen met de olieproducerende landen daaronder zouden leiden, want het IEA werd beschouwd als tegenvoeter van het oliekartel de Opec.

Frankrijk heeft zelf nauwelijks eigen olie- en gaswinning. Niettemin slaagden de Fransen erin hun afhankelijkheid van geïmporteerde energie (olie, kolen en aardgas) sinds 1973 te halveren, constateert het IEA. Dat gebeurde door een succesvol beleid voor energiebesparing en de opbouw van een enorm nucleair programma. Kerncentrales zorgen nu voor 75 tot 80 procent van de elektriciteitsproduktie en 37 procent van het totale energieverbruik.

Het IEA acht dit aandeel wel erg hoog en pleit voor meer diversificatie van brandstoffen waardoor risico's worden gespreid. Frankrijk moet oppassen niet het "nucleaire fort' van Europa te worden, vindt het IEA, want het exporteert nu ook veel elektriciteit. Buurlanden kunnen daar te te zeer van afhankelijk worden. Ook heeft het IEA de indruk dat zowel bij de export als aan de binnenlandse afnemers niet alle kosten van de elektriciteitsproduktie in de prijzen worden verdisconteerd, waardoor een prikkel voor energiebesparing ontbreekt. Verder vindt het IEA dat meer concurrentie nodig is tussen de grote Franse energiemonopolies voor elektriciteits- en gasdistributie.