"Gladde Willy' moet nu staatsman worden

NEW YORK, 16 JULI. Bill Clinton is een presidentskandidaat die vragen beantwoordt alsof hij zijn proefschrift verdedigt. Gretig luistert hij naar de vragenstellers om vervolgens puntsgewijs te antwoorden. Hij verbindt de kwestie van ziekteverzekering met werkgelegenheid, de overheidsbegroting en internationale concurrentie.

Van een straatarm gezin in Arkansas schopte hij het tot de beste universiteiten van Amerika en Groot-Brittannië en tot het gouverneurschap van zijn eigen deelstaat. Hij krijgt er niet genoeg van te bewijzen dat hij tot de top behoort. Vroeger haalde hij hoge cijfers, nu moet hij verkiezingen winnen. En daarin toont hij een uitzonderlijk doorzettingsvermogen.

Na onthullingen over zijn overspel en zijn ontwijken van de dienstplicht in Vietnam werd hij door alle politieke commentatoren afgeschreven. Maar hij ging gewoon door alsof er niets aan de hand was. Hij had toen al het machtigste campagnenetwerk van alle Democratische kandidaten. Hij had ook het sterkste politieke vuur. En zijn vrouw, Hillary Clinton, redde hem van het schandaaltje over overspel. Gisteren bij de Democratische conventie werd hij beloond met de officiële benoeming tot kandidaat van de partij. Na een paar ronden werd deze met algemene stemmen aanvaard.

Zijn vrienden en medestudenten herinneren zich hem als iemand die niet kon ophouden met praten. Het publiek herkent in hem de ambitieuze jonge man, die vertegenwoordiger van de klas en voorzitter van de studentenvertegenwoordiging wordt. Dergelijke, al te gretige types wekken weerstanden. Aan zijn zichtbare ambitie voor politiek, niet aan de kleine schandaaltjes met dienstplicht en overspel uit zijn verleden, heeft hij de bijnaam "Gladde Willy' te danken.

Gisternacht, nadat hij in de conventie het vereiste aantal stemmen voor zijn benoeming had gehaald, kon hij zijn geduld niet bedwingen en betrad hij tegen de oude regels in de Conventiezaal om de overwinning te vieren en iedereen te bedanken. Daarvóór had hij bijna alle aanwezigen bij een feestje van de deelstaat Arkansas omhelsd.

Hij is geen tricky Dick, zoals Richard Nixon werd genoemd, maar het lijkt soms alsof hij iedereen wil plezieren. Hij heeft een overmatige hoffelijkheid, zoals in het zuiden van de Verenigde Staten gebruikelijk is. Hij bedankt zelfs de cameramensen die hem filmen. Zijn soms wat saaie redevoeringen zijn in tegenspraak met de persoonlijke, warme uitstraling die hij heeft.

Het liefst staat hij midden tussen zijn gehoor, met de microfoon in de hand, bijna als de gastheer van een talkshow. Erg presidentieel staat het niet. Hij heeft nog niet kunnen kiezen tussen de vele programmapunten, die hij met zijn stafleden heeft bedacht. Doorgaans hanteert hij een vier- of vijfpuntsprogramma. Hij leest graag rapporten over nieuwe onderwijsmethoden of bestuurstechnieken. Zijn campagne heeft het vage thema "verandering'. Dit past wel in de ideologische pauze na de Koude oorlog.

Clinton is niet zo'n groot redenaar als gouverneur Mario Cuomo, die hem gisteren heeft voorgedragen voor de kandidatuur voor het Amerikaanse presidentschap. Clinton was onder de indruk van de toespraak en hij nam notities van Cuomo's scherpe uitspraken. Zelf heeft hij last van heesheid. Zijn toespraken krijgen een wat lijzig ritme en ze missen beeldende kracht. Vier jaar geleden gaf hij een lange rede bij de Democratische Conventie om de toenmalige presidentskandidaat Michael Dukakis voor te dragen. Het meeste applaus kreeg toen, tegen het einde, zijn uitspraak “conclusie”. In het verleden voelde Cuomo zijn stembanden vaak jeuken als hij Clinton in de weer zag. Hij heeft vaak kritiek op hem geleverd maar gisteren legde hij alles bij.

Na de ruige voorverkiezingen, waar het gaat om het behagen van de meest uiteenlopende Democratische pressiegroepen, moet Gladde Willy zich inspinnen en verpoppen tot president William Clinton in spe. Zijn grote toespraak tot de Democratische conventie vandaag is fase één van de metamorfose. Hier moet hij zich over de hoofden van de meer linkse deelnemers aan de Democratische Conventie in New York richten tot het grote televisiepubliek in het politieke centrum.

Hij is er al in geslaagd om de meer conservatieve filosofie van de door hem mede opgerichte en voorgezeten "Democratic Leadership Conference' door de conventie te loodsen. Voorheen moest elke Democratische kandidaat altijd het hoofd buigen voor eisen van de invloedrijke linkervleugel van de partij, zodat hij na de conventie de zwaai naar het midden niet meer op overtuigende wijze kon maken. Nu zijn zelfs de linkse delegatieleden bereid om voor alles een Democraat in het Witte Huis te krijgen.

Het partijprogramma van 1988 bevatte opsommingen van rechten van maar liefst 59 soorten minderheden. Het stuk dat gisteren werd aangenomen, noemt naast rechten ook persoonlijke verantwoordelijkheid. Gescheiden vaders moeten alimentatie betalen voor hun kinderen, bijstandtrekkers moeten onderwijs volgen. De angst voor economische monopolies van 1988 is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor een pleidooi voor innovatie, infrastructuur, investeringen en opleidingen voor werknemers. Er is ook een opvolger voor Kennedy's Peacecorps: het Democracy Corps voor vrijwilligers voor de opbouw van Democratische instituten in het buitenland.

Clinton zal in zijn nieuwe verpakking meer persoonlijke bijzonderheden geven. De bedoeling is dat er vannacht thema's en gevoelens aan de orde komen. Mensen, die in focus-groepen werden gepeild, leiden uit Clintons opleiding aan elite-instellingen af dat hij een geprivilegieerde achtergrond heeft. Het nieuwe verhaal van Clinton moet duidelijk maken dat hij in 1946 in Arkansas werd geboren nadat zijn vader, een vertegenwoordiger, bij een auto-ongeluk was omgekomen. Gedurende zijn eerste levensjaren werd hij opgevoed door zijn grootouders, die een winkel hadden in de zwarte wijk van het plaatsje Hope. Zijn moeder, die graag gokte bij de paarderennen, hertrouwde. Clintons nieuwe stiefvader bleek een alcoholist, die zijn moeder sloeg. Eén keer heeft hij zijn stiefvader tegengehouden.

Hij ging studeren aan de Georgetown-universiteit waar hij zich specialiseerde in buitenlandse betrekkingen. Daarna werd het rechten aan de Yale-universiteit, waar hij zijn vrouw Hillary tegenkwam, een zeer sterke, intelligente vrouw. Hij kreeg een prestigieuze Rhodes-beurs voor Oxford. Toen had hij zich al aangemeld bij de militaire vrijwilligers van de universiteit van Arkanasas om onder de militaire dienst in de Vietnamoorlog te ontkomen. Later herzag hij zijn beslissing en meldde hij zich wegens zijn politieke ambities toch aan maar hij werd uitgeloot. Terug in Arkansas doceerde hij aan de universiteit en stelde hij zich in 1974 verkiesbaar voor het Congres. Hij verloor met een zeer smalle marge.

In 1978 won hij het gouverneurschap maar in 1980, het jaar van de Reagan-conservatieven, werd hij niet herkozen. De volksvertegenwoordiging van Arkansas vond hem te eigenzinnig en te arrogant. In 1982 werd hij herkozen als gouverneur en sloeg hij een meer verzoeningsgezinde weg in. Oude progressieve geestverwanten vonden hem te mild. Hij was heel coulant tegenover de industrie in zijn eigen deelstaat, gaf hen belastingverlagingen en schafte regelingen tegen vervuiling af. Hij verhoogde een verkoopbelasting op voedingswaren zodat de armen relatief meer moesten betalen dan de rijken. Het meeste deed hij aan de verbetering van het onderwijs. Leraren moesten een test afleggen, klassen werden kleiner en spijbelaars werden gestraft met inname van het rijbewijs.

Voor zijn herverkiezingscampagne in 1990 beloofde Clinton dat hij niet zou meedoen aan de presidentsverkiezingen. Die belofte heeft hij inmiddels gebroken maar veel kiezers uit Arkansas nemen het hem inmiddels niet eens kwalijk, want ze zien graag iemand uit hun arme deelstaat op het podium.