Geologen in Vlaanderen leren sneller

UTRECHT, 15 JULI. Nederlandse studenten geologie doen één tot twee jaar langer over hun studie dan hun Vlaamse collega's. Ook vallen in Nederland meer studenten tussentijds af, ongeveer de helft. Toch zijn beide groepen tevreden over hun studie.

Dat blijkt uit een onderzoek van de visitatiecommissie aardwetenschappen bij drie Nederlandse (Delft, Amsterdam en Utrecht) en drie Vlaamse universiteiten. Het is het eerste gezamenlijke Vlaams-Nederlandse visitatierapport.

Op de visitatiecommissie maken de Nederlandse studenten een gemotiveerde indruk. Toch doen de meesten minstens zes jaar over hun vierjarige studie. Met name het tweede jaar blijkt extreem zwaar. Een eenmaal opgelopen vertraging kan moeilijk weer worden ingehaald.

Volgens de commissie is het programma mogelijk te zwaar voor vier jaar, al wijst ze er ook op dat een deel van de problematiek te wijten valt aan “het merkwaardige onderscheid tussen cursus- en inschrijvingsduur”. Hoewel studenten niet klagen over het genoten onderwijs, bepleit de visitatiecommissie het verplicht stellen van een cursus didactiek voor aankomende docenten.

In Vlaanderen halen de meeste studenten hun bul in 4 à 5 jaar, wat volgens de visitatiecommissie onder meer is te danken aan een redelijk grote aandacht voor het onderwijs. Ook stellen de docenten zich zeer toegankelijk op. Toch is ook in Vlaanderen onderzoek belangrijker dan onderwijs.

Van de afgestudeerde Nederlandse geologen komt ongeveer eenderde terecht in de petroleumindustrie en nog eens eenderde “verdwijnt uit het vak” en wordt bijvoorbeeld computerspecialist. In beide landen is de werkloosheid onder geologen gering. Toch heeft de visitatiecommissie de indruk dat de universiteiten onvoldoende bekend zijn met de eisen van de arbeidsmarkt.