EZ grijpt in bij besprekingen van Fokker en Dasa

ROTTERDAM, 16 JULI. Het ministerie van economische zaken heeft hard ingegrepen in het onderhandelingsproces tussen Fokker en Dasa over de overname van de Nederlandse vliegtuigbouwer. Het ministerie is ontevreden over de loop van de besprekingen omdat de Fokker teveel van zijn zelfstandigheid dreigt op te geven.

Het "operationele akkoord' dat deze maand door het bestuur van Fokker met Dasa werd gesloten, is in Den Haag ervaren als een “zeer zwak document”, dat ondanks fraaie Engelstalige termen als master of operations en integrity of the enterprise geen garanties biedt voor het behoud van Fokker-activiteiten in Nederland.

Het akkoord staat “bol van ontsnappingsclausules”. Zo werden aan het belangrijke aspect van de werk- en financieringsverdeling maar vier regels gewijd, terwijl dit juist de basis is voor de toekomstige verdeling van de activiteiten tussen Dasa en Fokker. Ingewijden in het overleg stellen zich voor dat “de bestuurders van Dasa hun lachen hebben moeten inhouden toen ze het aanvankelijke akkoord met Fokker tekenden”.

Als het aan de overheid ligt ziet de toekomstige structuur van Dasa/Fokker er als volgt uit: boven Fokker wordt een holding geplaatst, die 51 procent van de aandelen Fokker bezit. De staat verkoopt zijn huidige belang van 32 procent in Fokker, en besteedt een deel van de opbrengst aan de koop van een belang van circa 23 procent in bovengenoemde holding. Dasa houdt het overige belang van 77 procent.

In een tweede stap verkoopt Dasa aan zijn partners, het Italiaanse Alenia en het Franse Aerospatiale, elk 8 procent. Dasa heeft dan zelf nog een meerderheid van 51 procent in de holding, de staat nog steeds circa 23 procent.

In een derde en stap verkoopt de staat zijn belang van 23 procent. Dasa houdt uiteindelijk 50 procent in de holding, Aerospatiale en Alenia elk 25 procent. Wanneer, en onder welke voorwaarde die laatste stap wordt genomen, is nog onderwerp van gesprek.

De inhoud van het akkoord tussen Fokker en Dasa moet volgens de overheid op verschillende punten worden verduidelijkt. Door de gekozen constructie en aanvullende garanties wil de overheid bereiken dat de volgende generatie vliegtuigen ook daadwerkelijk door Fokker wordt ontwikkeld en geproduceerd.

Zo staat er in het oorspronkelijke akkoord te weinig over de verdeling van activiteiten en financieringen tussen de twee vliegtuigbouwers. Het leiderschap van Fokker over vliegtuigen tussen de 65 en 130 stoelen moet worden uitgebreid met een clausule die rek brengt in deze definitie. Wanneer zou worden besloten een vliegtuig te maken met 132 stoelen dient dit ook onder Fokkers verantwoordelijkheid te vallen. Tevens streeft de overheid naar een hard concurrentiebeding. Daarmee moet worden voorkomen dat er alsnog een concurrerend project door Dasa wordt gestart.

Ook voor de F-50, de ruimtevaart en de militaire activiteiten van Fokker worden garanties over een eerlijke verdeling van de kosten en activiteiten verlangd.

Wanneer Dasa zich niet aan het contract houdt, zou Fokker - als dochteronderneming - in de oorspronkelijke opzet nauwelijks in staat zijn geweest om dit juridisch aan te vechten. Daarom wil de overheid zelf partij worden in het contract. Over dat laatste zou overeenstemming bestaan tussen de overheid en Dasa.

Om te voorkomen dat Dasa in plaats van zich niet aan het contract te houden, het simpelweg wijzigt, wil de overheid een vetorecht over wijzigingen van het contract. Over het principe van het veto zijn partijen het eens, alleen over duur van het vetorecht bestaat nog verschil van mening.

De negenkoppige raad van commissarissen krijgt bij Fokker straks een belangrijke rol. Zij treedt op als het beslissende gremium bij een verschil van mening in het bestuur van Fokker. Daarin zit tenminste één Duitse vertegenwoordiger. Wijzigingen in de overeenkomst tussen Fokker en Dasa kunnen worden aangebracht door een besluit met tweederde meerderheid van de commissarissen.

De staat eist twee commissariszetels op. Dasa wil op dit moment niet verder gaan dan één. De overheidscommissarissen moeten toezien op de besteding van de kredietenfaciliteiten die Fokker van de staat ontvangt voor de ontwikkeling van vliegtuigen. Die bestaan uit een kredietfaciliteit van 1 miljard gulden via het NIVR en uit staatsgegarandeerde commerciële leningen ter waarde van een half miljard gulden. Daarnaast zal de staat in de toekomst nog 200 tot 300 miljoen gulden aan leningen toekomst beschikbaar stellen als de overheid uiteindelijk uit de nieuwe holding stapt. Op dat moment wordt in het voorstel van de overheid het aantal commissiarissen ook teruggebracht tot een.

Hoe het bestuur van Fokker het aanvankelijke, ongustige akkoord heeft kunnen sluiten is in Den Haag een raadsel. Ondanks geruststellende signalen in het begin van de onderhandelingen, een lijst van overheidseisen en uitingen van zorg van de zijde van Andriessen, sloeg de verbijstering in Den Haag toe toen partijen op 3 juli een operationeel akkoord voorlegden. Fokker zou zich te kwetsbaar hebben opgesteld, onvoldoende vanuit de eigen kracht hebben onderhandeld, en te weinig gebruik hebben gemaakt van de gretigheid van Dasa.

In Fokker-bestuurskringen stelt men zich juist op het standpunt dat vertragingen door de ministeries van economische zaken en financiën het overleg zo lang hebben opgerekt. Fokker kwam daardoor, volgens deze lezing, naarmate de tijd verstreek in een steeds moeilijker onderhandelingspositie terecht.

De onderhandelingen worden maandag hervat.