Een tipsy Liz Taylor

Sweet Bird of Youth. Regie: Nicolas Roeg. Met: Elizabeth Taylor, Mark Harmon, Rip Torn, Valerie Perrine. Uitgebracht op video door First Release Home Entertainment.

“Legendes sterven niet gemakkelijk. Ze houden vol. En hun ijdelheid kent geen grenzen.” Sweet Bird of Youth, een zelden uitgevoerd stuk van Tennessee Williams uit 1959, wervelt loom rond en omsluit steeds nauwer deze zin. Eenmaal uitgesproken, bezegelt hij het lot van de beide hoofdpersonen. De ene voldoet aan deze definitie van de legende, de andere niet. De ene zal zich weten te redden, de ander wacht een tragisch en fataal eind. Ze zijn tot elkaar veroordeeld, deze twee - de plaatselijke legende, een mooie jongen, nu gigolo en ooit de bink van zijn geboorteplaats in het Zuiden van de VS, tegenover de Hollywood-legende. Williams legde de zin in haar mond. Rijk is ze, beroemd, gevierd, dat is duidelijk. In de eerste scène zagen we haar in volle haast voortijdig de première van haar eigen film verlaten: op de vlucht voor de rimpels en de uitdijende vormen die zich onmiskenbaar aftekenden, daar hoog op het scherm. Weg moest ze, weg van dat beeld, van de snerpende recensies die ze de volgende ochtend zou moeten lezen. Dan liever vergetelheid in de nevelen van de alcohol; dan liever troost in de armen van een betaalde minnaar.

Gelukkig de regisseur die voor deze rol de beschikking zou hebben over een echte legende die het aandurft haar eigen geschiedenis in de schaal te leggen. Nicolas Roeg was zo gelukkig. Elizabeth Taylor is op dit moment meer Ster dan wie ook, daadwerkelijk actief als levende legende en daarbij ook nog een geslaagd actrice. Zij nam de rol op zich van deze in haar eigen grandeur verstikte vrouw en ze speelt haar fenomenaal. Bijna jeugdig op afstand, maar niet te beroerd voor close ups die de fijne spinnewebjes rond haar ogen en mond onthullen. Voorzien van een consequente, duidelijk maar nooit te nadrukkelijk, dronken loopje dat ze nu en dan afmaakt met een onweerstaanbaar lonkende, tipsy knipoog. En in staat ook de meest galmende toneelzinnen uit te spreken of ze ze net bedacht, onder invloed van misère en drank.

Toen Sweet Bird of Youth in 1959 in première ging, speelde Geraldine Page de rol van de actrice, tegenover Paul Newman als de gigolo. Regisseur van destijds, Elia Kazan, maakte zich zorgen over de opbouw van het stuk, schrijft hij in zijn autobiografie, en hij liet de daarop volgende verfilming (in 1961) over aan Richard Brooks. Kazan had moeite met een overheersende tweede plot, rond de machinaties van een corrupte, fel racistische lokale politicus. De auteur van Roegs filmscript zag dezelfde problemen. Hij liet veel weg, vulde het een en ander aan, en legde het zwaartepunt waar het hoort: bij de relatie tussen de twee legendes die afscheid moeten nemen van hun rijkste bezit: hun jeugd en schoonheid. Maar Tennessee Williams bouwde zijn stuk te hecht op om er straffeloos in te kunnen schrappen. Zo wordt in Roegs film de subplot volledig onduidelijk en met name de verwijzingen naar rassenhaat en Ku Klux Clan-methoden komen in de lucht te hangen.

De film Sweet Bird of Youth uit 1989 duurt anderhalf uur en is te huur in de videotheken. Anders dan het doorsnee videotheek-aanbod werd hij niet als speelfilm gemaakt maar voor de televisie. Cineast Nicolas Roeg, maker van legendarische films als The Man Who Fell to Earth, Don't Look Now en Insignificance, beschouwde dit als een eerste kennismaking met het televisiespel maar het ging hem moeilijk af. Nu en dan zie je hem snakken naar het zo veel rijkere filmmateriaal in plaats van die altijd wat onbestemd blijvende video-tape. In zijn films doorslaggevende elementen als kleur en geluid komen hier onvoldoende tot hun recht, de montage is arbitrair en de mise en scène ontbreekt het meermalen aan de helderheid en precisie die Roeg, vaak opzettelijk cru, in al zijn speelfilms aan de dag legde. Een aantal scènes overleeft nauwelijks het obligate sfeermuziekje dat er, vermoedelijk door een tv-producer, onder werd gelegd.

Maar op de doorslaggevende momenten, de botsingen van de twee legendes wier comebacks dreigen uit te lopen op mislukkingen, laat Roeg zich kennen voor wat hij is - een filmer die lust, angst en psychologisch geweld weet samen te kneden tot een sensuele tijdbom. Met zijn trage camera en zijn bijna onheus aandoende aandacht voor de blikken die de nog net jonge man en de niet meer jonge vrouw uitwisselen, kondigt hij een ramp aan. Een ramp waar we niet van willen weten, maar waar we ook niet van weg kunnen lopen. De ijdelheid van legendes houdt ons gevangen.