Dwarsgracht; Vaarboer kampt met strenge milieuregels

De overheid wil 8.500 hectare landbouwgrond veranderen in moerasgebied, zo werd vorige week bekend. Een van de gebieden waar moeras moet komen is De Wieden in Overijssel. In het dorpje Dwarsgracht in De Wieden zijn de laatste jaren al veel boeren verdwenen.

DWARSGRACHT, 16 JULI. Op de bodem van het platte motorbootje van Gerrit Smit staan drie volle melkbussen. De agrariër is op weg naar het melklokaal, een klein gebouw met rieten dak waar het zoetig ruikt. Dagelijks brengen de vier melkveeboeren van Dwarsgracht er hun melk. Tien jaar geleden, toen het melklokaal werd gebouwd, was er ruimte voor zes reservoirs. Twee boeren hebben hun bedrijf in de tussentijd opgedoekt.

“Het wordt steeds moeilijker om hier als boer te overleven”, zegt Smit. “In dit natuurgebied gelden zware beperkingen. Zo mogen wij pas half juni beginnen met maaien. Er ligt ook een verbod op chemische bestrijdingsmiddelen en zware bemesting. Alleen de brandnetel en de akkerdistel mogen we bespuiten.”

De 27-jarige agrariër werkt op een bescheiden familiebedrijf met twintig koeien en vijftig schapen. De helft van zijn inkomsten verkrijgt hij uit het snijden van riet. Hij is een van de weinige "vaarboeren' die Nederland nog rijk is: boeren die hun versnipperde land alleen per boot kunnen bereiken. Alles vervoeren vaarboeren over water: mest, voer en koeien. Naast de boerderij van Smit, die alleen via een smal voetpad is te bereiken, ligt een boot waarop het hooi hoog opgetast ligt. “Gisteren hebben we nog zestig bunder ingekuild”, zegt hij. “We waren pas om twaalf uur binnen.” Om zijn land te bereiken is de agrariër minstens twintig minuten onderweg.

In de jaren vijftig telde het waterrijke Dwarsgracht, in de kop van Overijssel, nog een dertigtal vaarboeren. De 59-jarige vader van Gerrit Smit, die vanaf zijn veertiende op de boerderij werkt, zag de een na de ander vertrekken. Hij wierp zich op als spreekbuis voor zijn collega's die overbleven. In 1971 richtte hij een boeren werkgroep op, die regelmatig zijn grieven uit bij de provincie en Natuurmonumenten.

“Men probeert het ons hier onmogelijk te maken”, zegt Smit senior. “Er kan hier niets, omdat het een natuurgebied is. Zo vroegen we de provincie begin jaren zeventig om ontsluiting, zodat de melk over de weg kan worden afgevoerd. Via die weg zouden we ook krachtvoer kunnen aanvoeren. Maar van ontsluiten wil Natuurmonumenten niets weten.”

Natuurmonumenten is in de jaren dertig begonnen land in De Wieden aan te kopen. Inmiddels bezit de vereniging 5000 van de 7000 hectare in het gebied. Begin jaren zeventig werd De Wieden natuurreservaat. Y. Loff, districtsbeheerder van Natuurmonumenten in De Wieden, legt uit waarom zijn vereniging tegen ontsluiting is: “Als je een weg aanlegt in Dwarsgracht, haal je vormen van recreatie in huis waar wij niet van gediend zijn, zoals auto's.”

“Het is lastig boeren in zo'n vaargebied”, erkent H. Reimerink van de afdeling landelijk gebied van de provincie Overijssel. “Daarom ondersteunt de provincie de vaarboeren. Als ze deelnemen aan de relatienota, een steunfonds voor boeren, krijgen ze een jaarlijkse vergoeding van 260 gulden per hectare. Bovendien kunnen ze geld krijgen als ze werkzaamheden verrichten die de natuur ten goede komen.”

Werkzaamheden die de natuur ten goed komen, daar heeft Smit senior weinig vertrouwen in. “We mogen bijvoorbeeld in het voorjaar niet maaien, maar weidevogels willen juist om zich heen kijken als ze broeden. In de jaren vijftig, toen die regels niet golden, barstte het hier van de vogels.”

Ook mèt de vergoeding van de provincie blijft het moeizaam het bedrijf draaiend te houden, moppert Smit. Aan tafel in zijn woonkamer rekent hij voor: “Onze melkproduktie is vierduizend liter per hectare. Op andere bedrijven is dat al gauw vijftienduizend liter.” Hij maakt zich nog boos als hij denkt aan de invoering van de melkquotering in 1984. “We hadden al minder, maar moesten net als de anderen twintig procent inleveren.”

Zijn woede richt zich vooral op de weigering van provincie en Natuurmonumenten om zijn boerderij te ontsluiten. “Ze bouwen wel allerlei bruggen voor recreanten, maar zelfs een bescheiden weggetje is er voor ons niet bij.” Districtsbeheerder Loff ontkent de bewering van de vaarboeren dat Natuurmonumenten het hen onmogelijk probeert te maken in De Wieden. “Ze vormen een uitstervend ras, maar wat ons betreft mogen die kleinschalige bedrijven blijven bestaan.” Dat is precies wat vader en zoon Smit van plan zijn. Vorig jaar investeerden ze nog 120.000 gulden in een nieuwe, houten stal. “Natuurmonumenten heeft laten doorschemeren dat ze ons in dienst willen nemen, maar dat nooit”, zegt Smit fel. “Ze willen onze inzet, maar wij geven onze vrijheid niet op.”