Delft Instruments treft schikking met de VS

ROTTERDAM, 16 JULI. De Nederlandse handelsonderneming Delft Instruments is met de Amerikaanse overheid een schikking overeengekomen in de kwestie van de export van nachtzichtkijkers aan Irak en Jordanië. Delft heeft bekend de produkten te hebben uitgevoerd zonder de benodigde vergunningen. De onderneming moet een boete betalen van 3,3 miljoen dollar (5,4 miljoen gulden). De raad van bestuur van het bedrijf heeft dat gisteren bekendgemaakt.

Een Belgische dochteronderneming had voor de inval van Irak in Koeweit twee zogenoemde warmtebeeldcamera's naar Irak geëxporteerd. In december 1990 ging een camera naar Jordanië. De produkten bevatten onderdelen van Amerikaanse makelij die voorkomen op de lijst van strategische goederen van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken. Voor de herexport van die onderdelen is een vergunning van de Amerikanen vereist. De drie gewraakte kijkers werden zonder die toestemming uitgevoerd.

De defensie-dochters van het bedrijf zullen gedurende drie jaar, waarvan twee voorwaardelijk, geen nieuwe exportvergunningen van het Amerikaanse ministerie krijgen. Voor leveranties aan NAVO-landen zullen aanvragen voor vergunningen evenwel in “welwillende” overweging worden genomen.

De vergunningenkwestie is het bedrijf duur komen te staan. In 1991 leed Delft een verlies van 50 miljoen gulden ten gevolge van sancties die in februari van dat jaar door de Amerikanen waren opgelegd. De sancties bleven van kracht tot november 1991.