De echte nieuwe Tweede Kamer

Houd ze in de gaten, de backbenchers. Nu iedereen met vakantie is, is hun tijd aangebroken. Een vermeende misstand? De media draaien, de Kamerleden van het tweede echelon vragen. Weinig binnenlands nieuws, kortom een Kamervraag levert al snel een berichtje in de krant en derhalve naamsbekendheid op.

En soms is er nog meer dan de krant. Daar verscheen toch vorige week plotseling op "prime-time' de PvdA'er Piet Stoffelen in het NOS-journaal. Piet Stoffelen, de man die al jaren bekend staat als een van de meest onbekende Kamerleden. Maar nu bevond hij zich in de voorste linie. Stoffelen kreeg de zaak dan ook in de schoot geworpen. Op niet meer dan twaalf kilometer van zijn achtertuin (dat weten we, omdat hij zo bereidwillig was om ten behoeve van "het plaatje' voor het oog van de camera vanuit zijn huiskamer de achtertuin in te lopen), op niet meer dan twaalf kilometer dus, was de fabriek van het chemiebedrijf Cindu ontploft. Stoffelen “eiste” een diepgaand onderzoek naar de oorzaak. PvdA-voorzitter Rottenberg kon tevreden zijn. De partij was ter plekke!

Per kerend journaal kreeg het alerte Kamerlid de volgende dag al antwoord van minister en partijgenoot Dales. Bij tijd en wijle voert zij haar geheel eigen lik-op-stuk-beleid en dit keer was Stoffelen daar het slachtoffer van. Zijn vraag paste in de categorie "onzinnig' omdat het door hem gevraagde onderzoek bij dit soort calamiteiten tot de standaardprocedure behoort, bromde zij. Arm Kamerlid. Had hij zich eindelijk geprofileerd en dan werd hij, nota bene door nog wel een partijgenoot, op deze manier geschoffeerd.

Piet Stoffelen, al sinds 1971 Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Hij heeft ze allemaal zien komen en meestal ook weer zien gaan: Biesheuvel, Den Uyl, Van Agt, Lubbers. Toen hij voor het eerst beëdigd werd, was iemand als Felix Rottenberg veertien jaar oud. Diezelfde Rottenberg bestempelde begin dit jaar tijdens zijn verkiezingstournee voor het voorzitterschap van de PvdA Piet Stoffelen als een Kamerlid dat anderen in de weg zit. “We moeten gewesten dwingen om het Kamerlid dat er al jaren zit, dat een hele clientèle heeft opgebouwd in het gewest, te laten vallen als hij het niet goed doet”, zei hij tijdens een spreekbeurt in Haarlem. Mensen met bepaalde kwaliteiten, maar met minder affiniteit met het partijkader dringen onmogelijk door tot de kandidatenlijst, was zijn klacht. Want, “dan is er altijd een Piet Stoffelen die al jaren in de Kamer zit”, aldus Rottenberg.

Stoffelen is een van de Kamerleden van de PvdA die na de volgende verkiezingen zeker niet meer zal terugkeren. Er is voor hem één troost: de meesten van de 49 fractieleden zullen een andere baan moeten gaan zoeken. Zwaar verlies, terugkerende bewindslieden en de broodnodige verversing met nieuw elan maken dat de nieuwe PvdA-fractie geheel anders zal zijn samengesteld dan de huidige.

Er is nog een troost: want niet alleen de PvdA zal straks vernieuwd zijn, maar bijna alle fracties. Er wordt sinds de volksvertegenwoordigers eind april hun intrek namen in de nieuwe vergaderzaal dan wel gesproken over de nieuwe Tweede Kamer, maar als een beetje bewaarheid wordt wat nu in partijbesturen speelt en wat de peilingen voorspellen, zal er na de komende verkiezingen pas echt sprake zijn van een nieuwe Tweede Kamer. Na de vernieuwing van de hard-ware wordt er stevig gewerkt aan de "soft-ware', vandaar ook de onrust bij de huidige Kamerleden.

Bij het CDA staan ten minste twaalf Kamerleden op de "dodenlijst' van partijvoorzitter Van Velzen. Het zijn de leden die er bij de volgende verkiezingen de cruciale periode van drie termijnen op hebben zitten. Het rapport van de commissie-De Koning waarin dit wordt voorgesteld, heeft in elk geval weer eens voor discussie in de partij gezorgd. Sommige oud-gedienden zullen vast en zeker mogen blijven (de lobby is reeds in gang gezet), maar het zal betekenen dat anderen, korter dienende Kamerleden zullen moeten plaatsmaken voor nieuw talent. De machinerie van CDA-bestuurders vereist nu eenmaal doorstroming bij alle partijgeledingen. Een stuk of vijftien nieuwe CDA-Kamerleden (uitgaande van rond de vijftig Kamerzetels) is geen overdreven schatting.

Van de al genoemde PvdA-voorzitter Rottenberg is bekend dat hij weinig op heeft met het "departement' dat zich PvdA-fractie noemt. Tien nieuwe gezichten zal de, als gevolg van de verkiezingsuitslag toch al danig uitgedunde, fractie wel te zien geven. De VVD kampt al jaren met een vergrijzingsprobleem. Het Kamerlid Linschoten dat niet ver af zit van zijn lintje in verband met het het twaalfeneenhalfjarig lidmaatschap, was tot voor kort de benjamin van de fractie. Ook de VVD snakt naar nieuwe mensen. Fractievoorzitter Bolkestein heeft het scouten persoonlijk op zich genomen. De vooralsnog bescheiden winst die de polls voorspellen, plus het vertrek van een aantal oud-gedienden, kan er toe leiden dat ook bij de VVD straks een stuk of tien nieuwkomers zullen zijn te verwelkomen.

En dan natuurlijk D66. De grootste zorg van fractievoorzitter Van Mierlo is momenteel hoe hij na de volgende verkiezingen nog een enigszins coherente fractie bijeen krijgt, die bovendien naar alle waarschijnlijkheid niet meer door hem zal worden geleid. Want als de voorspellingen maar enigszins uitkomen, moet het wel heel gek lopen wil D66 en dus Van Mierlo niet in een volgend kabinet zijn vertegenwoordigd. Met hem zal nog een aantal D66-Kamerleden naar het kabinet verhuizen, zodat de ten minste verdubbelde fractie wel rond de twintig nieuwe namen kan tellen.

Maar ook bij de kleinere fracties zal los van de verkiezingsuitslag sprake zijn van vers bloed. Groen Links wil definitief met het verleden breken en met enkele "blanco' nieuwelingen af van het bloedgroepenimago. Aan de andere kant van het spectrum heeft RPF-eenling Leerling al aangekondigd het voor gezien te houden. Alles bij elkaar opgeteld levert dit toch een ruwe schatting op van zo'n zestig geheel nieuwe Tweede-Kamerleden.

Zoveel nieuwe gezichten, het zegt natuurlijk nog niets, maar het biedt op zijn minst een goede mogelijkheid voor de zo noodzakelijke bestuurlijke vernieuwing. Eindelijk krijgt de rest van Nederland weer eens toegang tot het Binnenhof, als er tenminste enigszins orgineel wordt gerecruteerd. Als de Tweede Kamer in één keer zo massaal wordt vernieuwd, is het gevaar van inkapseling door de oudgedienden ook minder groot. Zijn het ook nog Kamerleden met een andere taakopvatting (ze blijven bijvoorbeeld een deel van hun vroegere werk doen), dan kan er iets moois bloeien: een Tweede Kamer die een beetje lijkt op de tegenwoordig zo populaire Eerste Kamer.