Complimenten uit Brussel

HET EXAMEN goede bedoelingen heeft Nederland deze week met succes afgelegd.

Ten overstaan van zijn EG-collega's heeft minister van financiën Kok in Brussel het Nederlandse beleidsprogramma voor toetreding tot de economische en monetaire unie (EMU) verdedigd. Moeilijk werd het hem niet gemaakt: het beleidsprogramma zit goed in elkaar en de Europese collega's waren vol lof. Bovendien is het einddoel van de EMU, één munt in een aantal EG-landen voor het einde van deze eeuw, nog ver weg.

De Brusselse beoordeling van nationaal beleid is vorig jaar ingevoerd. Het doel is om in de aanloopfase naar de monetaire unie het financieel-economische beleid van EG-landen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Want als dat beleid per land een andere kant op loopt, is het onmogelijk om ooit op één munt over te stappen. In het Verdrag van Maastricht, dat nu ter ratificatie zijn rondgang door de EG-lidstaten maakt, zijn vijf criteria opgenomen waarop het financieel-economische beleid wordt beoordeeld: inflatie, rente, stabiliteit van de munt, begrotingstekort en omvang van de staatsschuld. Een land dat niet aan de gestelde criteria voldoet is in beginsel uitgesloten van toetreding tot de monetaire unie.

VOOR NEDERLAND lijken deze criteria haalbaar. Met de hoogte van de rente, de inflatie en de hardheid van de gulden doen zich - mits geen spectaculaire beleidsfouten worden gemaakt - binnen de gestelde termijn geen problemen voor. Het begrotingstekort loopt onder het beheer van Kok gestaag terug en zal de EMU-norm van maximaal drie procent van het bruto binnenlands produkt ruimschoots halen. Nederland is trouwens een van de weinige industrielanden waar het overheidstekort op het ogenblik daalt. De norm voor de omvang van de staatsschuld (maximaal zestig procent van het BBP) zal lang niet worden gehaald, maar de overige EG-landen zijn bereid het Nederlandse gelegenheidsargument te accepteren dat de pensioenreserves bij het ABP worden meegewogen. Nederland is het enige EG-land dat toekomstige pensioenen voor ambtenaren volledig heeft gefinancierd.

Lof dus in Brussel voor het financieel-economische huiswerk van dit kabinet. Dat levert binnenlands weliswaar geen politieke populariteit op, maar prettig is het wel voor de eerstverantwoordelijke bewindsman, Kok.

TOCH IS ER geen reden voor zelfgenoegzaamheid. De moeizame besprekingen van het kabinet over de begrotingsuitgaven voor volgend jaar tonen opnieuw aan hoe klem Nederland nog steeds zit doordat in de jaren zeventig de overheidsfinanciën zijn verslonsd en in de jaren tachtig de aanpassingen zijn uitgesmeerd. Bovendien heeft Kok het financieringstekort wel goed op spoor, maar dat heeft hij meer bereikt door lastenverzwaringen en minder door herschikking van de uitgaven. De collectieve-lastendruk is geen EMU-criterium, maar vormt wel het opvallendste sociaal-economische verschil tussen Nederland en andere EG-landen. Dit besef begint geleidelijk in Den Haag door te dringen. Helaas valt van dit kabinet voor het komende jaar op dit punt geen positieve bijdrage te verwachten, maar in 1994 zal verlaging van de lastendruk een van de hoofdpunten voor het beleid van het volgende kabinet moeten worden. Ook moet dan de hoognodige verschuiving van overdrachtsuitgaven naar overheidsinvesteringen de aandacht krijgen die zij de afgelopen jaren heeft ontbeerd.

VERANDERINGEN verlopen traag in Nederland. Dat is een reden te meer om in het oordeel van de Europese ministers van financiën over het Nederlandse financieel-economische beleid een aansporing te zien stevig door te gaan met vermindering van het begrotingstekort en aanpassing van de overdrachtsuitgaven, om op die manier ruimte te scheppen voor lagere collectieve lasten. Dat doel is helder en de weg ligt open voor vooruitziende politici om deze te bewandelen.