Britten verhinderen moordaanslag op vluchteling Z-Afrika

JOHANNESBURG, 16 JULI. Twee inlichtingenofficieren van het Zuidafrikaanse leger zijn in april in Londen gearresteerd, omdat zij ervan werden verdacht de moord voor te bereiden op een voormalige Zuidafrikaanse politieman, Dirk Coetzee. Coetzee vluchtte in 1989 zijn land uit en maakte het bestaan openbaar van politie-doodseskaders in Zuid-Afrika, die ANC-activisten vermoordden en vergiftigden. Hij woont sindsdien onder politiebescherming in Londen en heeft zich aangesloten bij het ANC.

President De Klerk en het Zuidafrikaanse leger hebben gisteren toegegeven dat het tweetal, dat inmiddels is teruggekeerd naar Zuid-Afrika, door Scotland Yard is aangehouden. De agenten waren volgens het leger naar Londen gestuurd om mogelijke banden te onderzoeken tussen de IRA en Umkhonto we Siszwe, de gewapende vleugel van het ANC. “Een van de twee heeft, zonder goedkeuring of kennis van het leger of enige andere regeringsinstantie, naar bewering besloten Dirk Coetzee in de gaten te houden”, aldus een verklaring van het leger.

Volgens het Britse blad The Independent, dat de affaire gisteren onthulde, hadden de Zuidafrikanen het plan Coetzee te laten vermoorden door IRA-leden. Het complot werd voorkomen door de Britse inlichtingendienst, die een tip zou hebben gekregen uit het Zuidafrikaanse politiekorps.

President De Klerk verklaarde gisteren volledig op de hoogte te zijn geweest van het incident. Hij had alle medewerking toegezegd aan de Britse autoriteiten. De Klerk heeft een onderzoek gelast. Het beweerde moordplan komt voor de president op een uiterst ongelukkig moment naar buiten: daags vóór het debat over Zuid-Afrika in de Veiligheidsraad waarin het ANC de regering beschuldigde van het vermoorden van politieke tegenstanders.