Betere kankertherapie door bepaling stralingsgevoeligheid

Het is mogelijk om de werkelijke reactie van kankerpatiënten op bestraling (radiotherapie) te voorspellen als met gekweekte cellen hun gevoeligheid voor bestraling wordt bepaald. Dat blijkt uit de resultaten van een gecombineerd Brits/Zweeds onderzoek bij een klein aantal vrouwen die tien jaar tevoren wegens borstkanker waren bestraald (The Lancet, 27 juni).

Hoe groter de stralingsdosis op de kankercellen, hoe beter de radiotherapie werkt. De normale weefsels rond de afwijkende cellen kunnen echter slechts een beperkte stralingsdosis aan. Er bestaat een sterke variatie in de stralingsgevoeligheid bij individuele patiënten. Wat de één gemakkelijk verdraagt, kan bij een ander ernstige weefselschade opleveren en zelfs levensbedreigend zijn. Als het mogelijk wordt de gevoelige patiënten er uit te pikken kan de stralingsdosis bij de rest van de patiënten (het grootste deel) worden verhoogd. De kans op uitzaaiingen wordt dan verkleind en de kanker zal minder vaak terugkomen.

Voor het onderzoek werden zes patiënten uitgekozen die tien jaar tevoren allemaal een vergelijkbare stralingsdosis hadden gekregen, maar daar heel verschillend op gereageerd hadden. Hun reactie varieerde van acuut hevige roodheid na bestraling en ernstige latere huidreacties (uitgebreide bloedvaatverwijdingen) tot nauwelijks roodheid en geen duidelijke huidafwijkingen na tien jaar.

Van de patiënten werden bindweefselcellen afgenomen en gekweekt op een voedingsbodem (in vitro). Deze celkweken werden vervolgens blootgesteld aan verschillende doses straling. Als maat voor de stralingsgevoeligheid nam men het aantal cellen dat na bestraling verder deelde. De stralingsgevoeligheid van de verschillende patiënten "in vivo' bleek nauw gecorreleerd te zijn aan de reactie van de bindweefselcellen "in vitro'. Het aantal patiënten was weliswaar erg klein en de statistische betrouwbaarheid van de resultaten dus gering, maar de parallel was opvallend duidelijk.

Wellicht zal dus op niet al te lange termijn iedere patiënt voorafgaand aan een bestraling eerst een stralingsgevoeligheidstest ondergaan. Zo kan het aantal stralingsziekten afnemen. Eerst moet overigens nog wel bepaald worden in hoeverre de gevoeligheid van allerlei andere weefsels verschilt van die van het bindweefsel, zodat de dosis steeds aan de omgevende gezonde weefsels kan worden aangepast. Ook moet er een handzamer test komen, want het hier gebruikte "clonogeen assay' is erg bewerkelijk.