"Afluisteren per telefoon is godgeklaagd'

Nu deze week duidelijk werd dat de politie technisch in staat is de telefoon bij iemand thuis als een permanent afluisterapparaat te gebruiken, is het de vraag of dit ook inderdaad gebeurt.

ROTTERDAM, 16 JULI. Voor de advocaten mr. P. Doedens en mr. Th. Hiddema lijdt het geen twijfel dat de politie via de telefoon in de huiskamer meeluistert, en ook de Amsterdamse hoogleraar mr. C. Rüter vreest dat de politie verder gaat dan de wet toestaat. Mr. H. de Doelder, hoogleraar strafrecht aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit, noemt het een godgeklaagd schandaal als de politie inderdaad op deze manier afluistert: “Ze liegen dan de rechter voor”. Het ministerie van justitie onthoudt zich van commentaar.

Dinsdag diende voor de rechtbank in Den Bosch de zaak tegen de 39-jarige A.V. die de leider zou zijn van een bende die XTC produceerde en verhandelde. Volgens diens advocaat Doedens zijn via een technische truc niet alleen telefoongesprekken, maar ook huiskamergesprekken in de woning van een medeverdachte afgeluisterd. Dat leidde begin februari tot een inval bij A.V. waarbij dertig kilo XTC werd gevonden. Doedens toonde voor de rechtbank in Den Bosch aan dat via een telefoon te allen tijde een ruimte kan worden afgeluisterd en vroeg de rechter een nader onderzoek van de bandopnamen.

De politieman die in het proces-verbaal had vermeld dat de hoorn van de haak lag, was op verzoek van Doedens gedagvaard. “Ik vroeg hoe hij dat wist. Hij antwoordde dat als er legaal werd afgeluisterd, hij op geen andere manier de gesprekken in de kamer had kunnen volgen.” Toen Doedens vroeg of hij op de band mocht horen dat de hoorn weer op de haak werd gelegd, bleek dat er niet op te staan.

De Amsterdamse persofficier van justie mr. A.E. Broek- Blaauboer is er niets van bekend dat met de hoorn op de haak gesprekken kunnen worden afgeluisterd. “Ik ben het in geen van mijn zaken tegengekomen en ook van mijn collega's heb ik nog nooit zulke geluiden gehoord. Als je gesprekken afluistert zonder toestemming ben je gewoon strafbaar. Alleen de rechter-commissaris kan die toestemming aan de politie geven en de minister van binnenlandse zaken aan de BVD.

De Maastrichtse advocaat mr. Th. Hiddema heeft zeker niet de indruk dat het geval A.V. op zichzelf staat. “Ik ken tien van dergelijke zaken van alleen al de laatste twee jaar. Dat verhaal van de hoorn van de haak dient om het gebruik van richtmicrofoons buiten de boeken te houden. Als wat Doedens beweert waar is, dan verklaart dat veel. Of het nu met richtmicrofoons gebeurt, of met de telefoon, het resultaat is hetzelfde: het werpt grote twijfel op het door de politie aangedragen bewijs en dat betekent dat de controle door de rechter-commissaris niet functioneert. Zo worden we afhankelijk van de kwaliteit van de processen-verbaal en die blijkt nu juist niet groot te zijn. De rechter-commissaris is een gepasseerd station. De politie heeft iedereen bedonderd.

Ook de eerste reactie van Rüter, hoogleraar in de strafrechtwetenschappen te Amsterdam, is dat het in deze XTC-zaak om richtmicrofoons gaat. “Ik hoor het zó vaak, dat je mag aannemen dat er op vrij forse schaal illegaal wordt afgeluisterd. Dat gepraat over de hoorn van de haak is niets anders dan het legaliseren van een verboden praktijk. De Hoge Raad heeft dit in 1989 willens en wetens mogelijk gemaakt. Sindsdien zijn er steeds vaker strafzaken met toevallig van de haak liggende hoorns. De Hoge Raad doet de laatste jaren hele rare dingen en die uitspraak van 1989 past daar heel goed bij. Vooral bij drugzaken vindt de Hoge Raad dat alles moet mogen.”

Rüter zegt dat hij in politiekringen hoort dat er richtmicrofoons worden gebruikt. “Ze kunnen in het verbaal niet schrijven dat ze het gesprek daarmee hebben afgeluisterd en daarom lees je dat de hoorn naast de haak lag. Dat is meineed. Doedens moet daar aangifte van doen. De rechter in die XTC-zaak mag dit in geen geval laten passeren.”

Mr. J. Sjöcrona is strafrechtadvocaat in Den Haag en secretaris van de adviescommissie strafrecht van de orde van advocaten. Hij kent uit zijn praktijk enkele zaken waarin de telefoon naast de haak lag. Het verbaast hem niet dat Doedens en Hiddema er veel meer mee geconfronteerd worden, omdat zij gespecialiseerd zijn in grote drugzaken. “Als het zo is gebeurd als Doedens zegt, dan is dat zo onrechtmatig als je je maar kunt voorstellen. Het is een ongericht projectiel in handen van de politie. Het gebruik ervan is flagrant in strijd met het wetboek van strafvordering. Zo vergaar je niet alleen de gesprekken waaraan de verdachte deelneemt, maar alle gesprekken die zich in de omgeving van de telefoon afspelen.”

Sjöcrona heeft de indruk dat de politie grenzen wil verleggen. “De rechter-commissaris mag de politie alleen toestemming geven voor het tappen van telefoons, geen faxen en ook geen telex. Maar de politie is nooit tevreden met zulke beperkingen. Ik geef cursussen aan politie-ambtenaren, en dan hoor ik vaak "als we ons aan de regels houden, komen we nergens'. Je ziet het ook op andere momenten, zoals wanneer ze niet tegen de verdachte zeggen dat hij niet tot antwoorden verplicht is. Ik zeg niet dat zulke dingen regelmatig gebeuren, maar iedere keer is te veel.”

“Als Doedens gelijk blijkt te hebben, en het gebeurt feitelijk dat de politie via de telefoon een ruimte voortdurend afluistert, dan wordt daarmee het gesloten stelsel van het wetboek van strafvordering doorbroken. Daarin is juist limitatief omschreven welke dwangmiddelen in een onderzoek mogen worden toegepast.” Sjöcrona, die gespecialisserd is in strafrechtzaken voor de Hoge Raad, ziet dan ook grote betekenis in deze zaak. “Al blijft het wel de vraag hoe het oordeel van de rechter in Den Bosch luidt. Hij is verplicht op zo'n onrechtmatig-verkregen-bewijsverweer van Doedens expliciet in de volgende zitting in te gaan. Als hij dan zegt dat hij niet gelooft wat Doedens beweert, dan is het daarmee afgedaan. Maar als hij het wel gelooft, maar vindt dat het volgens de geest van de wet moet worden toegestaan, krijg je een andere situatie. Dan kan Doedens de zaak voor de Hoge Raad brengen. Het is dan aan de Raad om te oordelen of de rechter de wet al of niet juist interpreteert.”