Werk in huishouden is buiten de markt geplaatst

In de discussie tussen Marga Bruyn-Hundt en Rolf Schöndorff blijft de laatste volhouden dat de economische wetenschap sekseneutraal is. Tevens stelt hij dat de economische wetenschap zich uitsluitend kan bezighouden met wat meetbaar is: hij beweert dat de waarde van een schoon milieu en die van onbetaalde arbeid onmeetbaar zijn.

Aangezien reeds lang geleden enige methoden zijn ontwikkeld om de waarde van onbetaalde arbeid te berekenen, en een methode om het milieu te verdisconteren onlangs is gelanceerd door dr. R. Hueting, is de laatste bewering in elk geval onjuist. De economische wetenschap heeft tot nu toe verzuimd het profijt te berekenen dat kostwinners trekken van partners die huishoudelijk werk doen. Er zijn ook nauwelijks kosten-batenanalyses gemaakt van huishoudpartners voor de maatschappij (al maakt het inzetje bij het artikel van Bruyn-Hundt, op 8 juli, melding van een Oeso-onderzoek naar onder meer verdiscontering van huishoudelijk werk in het Bruto Nationaal Produkt, red.). Evenmin is de netto-arbeidsuurbeloning berekend die huishoudpartners zelf, grotendeels in natura, in ruil daarvoor ontvangen.

Men moet goed voor ogen houden dat veel van het absoluut noodzakelijke werk in de maatschappij via kunstgrepen buiten de markt wordt gehouden. De torenhoge belasting- en premiedruk maakt dat een groot deel van de commerciële dienstverlening aan particulieren niet meer betaalbaar is. Dientengevolge moeten consumenten òf afzien van deze diensten (wat bijvoorbeeld voor het bereiden van voedsel uitgesloten is), òf deze zelf verrichten (wat tijdrovend en onaangenaam is), òf een ander ertoe brengen deze diensten buiten de officiële markt om te verrichten (dat wil zeggen of "zwart' of onbetaald).

In de laatste gevallen bespaart men zich de belasting en premie. De druk daarvan is in Nederland zó zwaar dat het brutoloon ongeveer twee keer het nettoloon is, ook bij de laagste lonen. Wie ten onrechte geen belasting en premie afdraagt, of die niet hoeft af te dragen door zelf de arbeid te verrichten of onbetaald door een ander te laten verrichten, bespaart dus evenveel als de netto opbrengst (de netto waarde) van die arbeid.

In de belastingwetenschap wordt al sinds 1974 door enige vrouwen de kwestie gesignaleerd van het ontbreken van premie- en belastingdruk op onbetaalde arbeid, het ontstaan van een dubbele druk bij het verrichten van betaalde arbeid en de problemen bij het aantrekken van betaalde vervanging in tevoren onbetaald verrichte arbeid. Een verzorgende ouder moet bij de huidige druk bruto ten minste drie keer zoveel verdienen als de vervangers aan netto beloning verlangen, om nog iets over te houden van zijn of haar verdiensten.

Dit veroorzaakt een ernstige verstoring van de allocatie van de produktiefactor arbeid (het ten gevolge van beloningsverschillen op de juiste arbeidsplaats terechtkomen van de verschillend begaafde en opgeleide arbeidskrachten). Accountants, belastingadviseurs, hoogleraren, enzovoorts staan thuis te spijkeren, ramen te lappen en te stofzuigen, omdat voldoende commerciële dienstverlening "wit' niet te betalen is.

Wie deze verstoring aan de orde wil stellen vindt geen gehoor in de economische wetenschap. En aangezien juist vrouwen - die traditiegetrouw het leeuwedeel van de onbetaalde arbeid in het gezin op zich nemen - de dupe zijn van de allocatieverstoring, is de wetenschap bepaald niet sekseneutraal.