Schotse golfclub koestert arrogantie op privé-domein

ROTTERDAM, 15 JULI. Op de golfbaan van Muirfield begint morgen aan de oostkust in Schotland het 121ste Britse Open. Van de 1666 deelnemers zijn er na drie kwalificatieronden op vijftien verschillende banen 64 overgebleven. Zij voegen zich bij de beste 92 spelers van de wereld, die automatisch zijn geplaatst.

Golf op het allerhoogste niveau gaat om veel geld. Behalve het prijzengeld van ruim drie miljoen gulden komt ook de commercie op dit grootste golfevenement af. De eerste hole van 400 meter wordt aan een kant geheel begrensd door een tentendorp met 223 stands. Langs de zeventiende hole van 500 meter is in de volle lengte een dorp verrezen met ruimten waar firma's hun relaties kunnen ontvangen. Het hoort er allemaal bij, maar op een lokatie als Muirfield is het contrast groot.

Het is de thuisbasis van de Honourable Company of Edinburgh Golfers, de oudste golfclub ter wereld en daterend van 1744. In dat jaar stelde een groep excentriekelingen uit de Schotse hoofdstad de eerste dertien golfregels vast en legde daarmee de basis voor verspreiding van de sport over de gehele wereld. Na banen in Leith en Musselburgh kreeg de club in 1891 haar eigen, huidige bestemming in Muirfield. De club heeft de tradities uit de vorige eeuw zoveel mogelijk gehandhaafd en geldt nog altijd als zeer exclusief. Er is geen professional en de leden hebben geen handicap die hun spelniveau aangeeft. Meestal wordt deze tijdens het glas port vooraf aan de ronde onderling bepaald, waarna de leden in groepjes van vier de baan ingaan.

De secretarissen, allen met een hoge post in het leger of de marine als achtergrond, hebben zeker meegewerkt aan de mythevorming van Muirfield. Ooit werd de Prince of Wales, de latere Duke of Windsor, de toegang geweigerd en vorig jaar nog werd Payne Stewart, die net het Amerikaanse Open had gewonnen, verteld dat hij niet terecht kon omdat het te druk was. “U kunt eind september terugkomen, vooropgesteld dat er dan plaats is.” Stewart besloot toen op een naburige baan te gaan spelen en zag vandaar over een baai dat de baan van Muirfield zo goed als onbespeeld was.

De club is een anachronisme van het zuiverste water en houdt dat hardnekkig in stand. Onder de leden bestaat eens in de zes jaar grote verdeeldheid over de organisatie van het Britse Open op hun baan. Het gros heeft er moeite mee dat hun privédomein een week lang in bezit wordt genomen door bijna 200.000 toeschouwers, de commercie en dat er op de televisie reclame wordt gemaakt voor hun prachtige baan. Anderen zien er juist een gelegenheid om sier te kunnen maken en zodoende de exclusiviteit nog eens extra te benadrukken, want wat heb je er aan als de nieuwe generatie niet weet hoe het op Muirfield toegaat.

Voor een belangrijk deel heeft de arrogante houding te maken met trots. Muirfield is al 100 jaar een van de beste golfbanen ter wereld en wordt door velen erkend als de volkomen linksbaan. Jack Nicklaus heeft er zijn eigen baan in Ohio naar genoemd (Muirfield Village), Gary Player heeft er zijn huis naar genoemd en James Braid heeft er zijn zoon naar vernoemd als eerbetoon aan zijn twee overwinningen in het Britse Open op deze baan in het begin van de eeuw.

In tegenstelling tot de tradities van het clubleven is de baan sinds 1891 regelmatig veranderd en aangepast aan de moderne eisen. De baan is eerlijk, perfect in balans en kent niet één zwakkere hole. De hindernissen, waaronder 150 bunkers, zijn vanuit de verte allemaal zichtbaar. Sommige potbunkers zijn zo diep dat alleen het hoofd van de speler nog te zien is. Na een goede slag staat de speler rechts achter de bal voor zijn volgende slag en niet scheef zoals op duinbanen meestal het geval is. Omdat de baan pal langs zee ligt en er geen enkele boom staat, is de wind op Muirfield meestal van bepalende invloed op de scores. Het parcours is zo aangelegd dat slechts op drie opeenvolgende holes de wind uit dezelfde richting komt. Op alle andere holes komt de wind telkens uit een andere hoek en wordt de speler gedwongen goed na te denken over zijn strategie en de keuze van de stok.

De baan is volledig in handen van de natuur en is aangelegd op pure zandgrond. In het Schotse klimaat is dat niet onbelangrijk, want overtollig regenwater wordt meteen verwerkt. Starttijden tijdens het Britse Open zijn min of meer vergelijkbaar met de loting bij schaatskampioenschappen op een buitenbaan. Jack Nicklaus heeft deze week laten doorschemeren dat dit wel eens zijn laatste toernooi op de Britse Eilanden zou kunnen zijn. Als belangrijkste reden voert hij het weer aan. Het weer kan er vier keer per dag veranderen. Op een dag waarop duidelijk werd waarom de Schotten whisky hebben uitgevonden, maakte Sandy Lyle vijf jaar geleden in de derde ronde 71, en formidabele score in de stromende regen en de keiharde wind. Laat in de middag kwam de latere kampioen Nick Faldo tot dezelfde score in een licht briesje met zonneschijn. Het is dan ook moeilijk om een voorspelling te wagen wie zondag de nieuwe Britse Open-kampioen wordt.