Salonsprinter vergroot zijn marktwaarde met zege; Er is geen angst dat de jongens alles voor niks hebben gedaan; Van Poppel reed een week mee zonder hoop.

STRAATSBURG, 15 JULI. Jean-Paul van Poppel verlichtte gisteren de laatste donkere dagen van de PDM-ploeg met een ouderwetse, pure sprintzege. Een dag nadat Breukink door een fatale tijdrit zijn team in rouw dompelde, versloeg de "zonnekoning' in het warme Straatsburg met opvallend gemak het op Cipollini na complete sprintersgilde onder aanvoering van het Oezbekische kanon Abdoesjaparov. Op het moment dat de grote ploeg van weleer door een zijdeur de wielersport leek te moeten verlaten, bezorgde Van Poppel zijn sponsor nog eenmaal publiciteit, als gold het een eerherstel.

Volgens ploegleider Jan Gisbers zal de nieuwe sponsor zich binnenkort presenteren. De afwikkelingen van de oude overeenkomsten zijn al in volle gang. Sinds 1 januari wordt de financiële gang van zaken in de ploeg nauwlettend gevolgd door Ad Simonis, een gepensioneerd directielid van Philips, waarvan PDM een zelfstandige dochteronderneming is. Simonis beheert de begroting van 8,5 miljoen gulden, die hij eind vorig jaar met de inmiddels opgestapte manager Krikke opstelde.

Volgens Simonis, die op grond van zijn ervaring als voorzitter van de stichting wielerevenementen Valkenswaard door Philips te hulp werd geroepen om het laatste jaar als wielersponsor af te wikkelen, heeft de controledienst van de PDM gezegd dat de ploeg financieel “redelijk in de pas loopt”. Met veel minder geld dan de vorige jaren hoeft het wielerteam het niet te doen. Maar hij geeft toe dat Sean Kelly vorig jaar “boven het budget ging”. Simonis controleert of de contracten worden nageleefd en dat niet “onnodig” geld wordt uitgegeven.

Simonis, die een reputatie heeft als organisatie-adviseur met financieel-economische achtergrond, zegt dat ploegleider Gisbers nog niets definitiefs heeft geregeld met een nieuwe sponsor. “Er kunnen nog geen echte zaken worden gedaan.” De zakelijk manager sinds het vertrek van Krikke per 1 februari, die een arbeidsovereenkomst heeft met PDM, voelt zich verplicht de contracten met de renners correct af te wikkelen. De renners Cordes, Den Bakker en Van Poppel hebben als enigen nog een contract voor 1993 met de Stichting PDM Magnetics. De anderen zijn vrij. Gisbers zegt dat hij tien renners wil meenemen naar de nieuwe ploeg, die een buitenlandse sponsor zou krijgen. Mochten de drie niet in aanmerking komen voor een samenwerking met Gisbers' werkgever, dan zet Simonis “ze op m'n bakfiets, want ik wil het netjes met hen regelen”.

Gisbers zei gisteren na het eclatante succes van Van Poppel dat de sprinter bij hem zal blijven. Maar de renner zelf ontkent een definitief akkoord. Hij zegt tal van aanbiedingen van andere buitenlandse ploegen te hebben. “Ik heb een toezegging gedaan, de kans is groot dat ik bij Gisbers blijf, maar er staat nog niets op papier.” Alles hangt bij de 29-jarige renner af van zijn marktwaarde die in Straatsburg weer enorm gestegen moet zijn. Hij behaalde zijn zevende overwinning van dit seizoen en bracht het aantal etappezeges in de Tour op acht. Voorlopig nog twee minder dan Knetemann, Raas en Zoetemelk op wier Nederlandse record hij jaagt. Van Poppel won verder in zijn loopbaan zes etappes in de Ronde van Spanje en vier in de Ronde van Italië. Een erelijst die van hem een aantrekkelijk publiciteitsobject maakt.

Toen Van Poppel twee jaar geleden bij PDM een contract tekende, had zijn reputatie als sprinter een een geweldige deuk opgelopen door een een uiterst zwak seizoen bij Panasonic. Na een hoog oplopend conflict over contractverlenging met Post, dat voor de rechtbank in het voordeel van Post werd beslecht, mocht hij met een vrij laag salaris (op basis van premies) van Gisbers proberen op te krabbelen. Onder impuls van assistent-ploegleider Van den Haute hervond de sprinter zijn allure van vroeger. De aftocht van de ploeg in Quimper na de infuus-affaire betekende vorig jaar het voorlopige einde van zijn revival.

Nog altijd worden de PDM-renners argwanend gevolgd. “Je voelt het”, bekende Van Poppel gisteren. Ik kan niet zeggen hoe. Onze naam heeft een aardige deuk opgelopen. Het wordt ons toch kwalijk genomen.” De affaire sloeg het fundament onder de ploeg weg. Manager Krikke en assistent-ploegleider Van den Haute werden als de kwade geesten beschouwd. De eerste stapte zelf op, maar blijft door leveranties van kleding en materiaal zakelijk verbonden aan de stichting. De tweede werd in de loop van dit seizoen aan de kant geschoven. Voor Van Poppel was dat een moeilijke ontwikkeling omdat juist Van den Haute hem terug had gebracht aan de top. Met hem leek hij naar een nieuwe ploeg te gaan.

Van Poppel dreigde dit jaar als sprinter overtroffen te worden door Abdoesjaparov, Cipollini, Museeuw, Ludwig en Jalabert. Toch won hij nog twee etappes in de Ronde van Spanje, tegenover vier van Abdoesjaparov. Aan de vooravond van de start in San Sebastian was het nog onzeker dat Van Poppel naar de Tour de France ging. Een beenspierblessure dwong hem een week voor het begin van de Tour in het kampioenschap van Nederland al in het begin van de wedstrijd af te stappen. Maar Gisbers stelde hem toch op, hoewel de rol van de sprinter uiterst bescheiden was met het oog op de kansen die Breukink zou kunnen hebben op de Tour-zege.

Van Poppel reed een week mee zonder hoop. Hij was niet in vorm en hing vaak aan de staart van het peloton. “Ik was bang dat er geen massasprint kwam.” Een dag na de ineenstorting van Breukink, greep Van Poppel zijn kans. “Als ik drie weken niet sprint, kan ik toch zomaar ineens winnen.” De etappe naar Straatsburg werd weer in hoog tempo afgelegd (43 km/u). Van Poppel had het weer heel zwaar gehad. Maar de zon scheen. En toen aan de einder een massasprint gloorde, stroomde er plotseling kracht in zijn benen en zijn hoofd. Het zijn de eigenschappen van een salonsprinter. Klasse verloochent zich nooit.

Hij deed in de finale eigenlijk alles alleen. Er waren geen ploeggenoten die voor hem de sprint konden aantrekken. Breukink en Kummer probeerden zich op te offeren. Het was even wennen na de voorgaande jaren, toen gespecialiseerde gangmakers hem naar de frontlinie loodsten. “Maar het is wel relaxter. Er is geen spanning, er is geen angst dat je verliest en dat de jongens alles voor niks hadden gedaan.”

Van Poppel moest even wat gooi- en smijtwerk incasseren, maar bleef koel. Hij liet Abdoesjaparov voorgaan, wilde niet bij de wilde sprinter in het gedrang komen en zette aan. Terwijl de Oezbeek zich op Jalabert concentreerde, schoot Van Poppel hem voorbij. “Het verbaasde me dat ik zo gemakkelijk voorbij kon komen”, relativeerde de renner uit Poppel, in België. “Het zit wel eens mee in het leven. Maar het geeft toch een heel goed gevoel. Dat heb ik nog niet gehad dit seizoen. Dit geeft me zelfvertrouwen.” De PDM-ploeg mag dan zijn grandeur allang hebben verloren, de sprintallure van Van Poppel staat weer recht overeind.