Oude ambachten

Kil en roerloos, raadselachtig was de wereld. We klommen terug en verdwenen in de mist, waar we werden opgewacht door een vaag omlijnd dier, welbeschouwd een gems, een mannetje. Hij stond dwars op onze richting, maar had zijn kop al naar ons toegedraaid en keek.

Het algemene beeld van gemzen berust op foto's, films, boeken en bestaat hoofdzakelijk uit doodsverachting; dieren die zich in onmogelijk terrein van alles kunnen veroorloven omdat ze niet weten wat vallen is.

Wat in werkelijkheid bij deze dieren frappeert is hun allesoverheersende bedachtzaamheid. Wat ze doen, doen ze overwogen. In hun motoriek ligt een altijd elegante aandacht voor houvast besloten. Zelfs in hun sprongen zit een moment van traagheid; eerst de gedachte, dan de beweging.

Gemzen beoefenen het leven in de bergen als een ambacht. Wat de timmerman wist van hout, de smid van ijzer, dat weten gemzen van bergen.

Ze weten precies wat vallen is, daarom vallen ze niet.

Ze hebben respect voor de dood, dat blijkt uit hun respect voor zichzelf.

We werden rustig door die ene gems bekeken en hé, dacht hij, jullie had ik niet verwacht vandaag. Hij deed een stap en nog een stap en weg.