Omgekeerde natuurfilm met apocalyptische beelden

De dode Golf Ned.1, 18.30-19.25u.

Het in brand steken van de Koeweitse oliebronnen en het weg laten vloeien van de olie in de Perzische Golf vorig jaar door de Iraki's was zonder twijfel de grootste opzettelijke daad van milieuvandalisme tot nu toe gepleegd. Waar bij ons eerst een olietanker moet zinken, volstond bij hen het opendraaien van een kraan voor het bereiken van vergelijkbare effecten.

Ruim een jaar na de Golfoorlog raakt men nieuwsgierig hoe erg die branden en olielozingen nu eigenlijk zijn geweest. Hoe groot was de schade en hoe blijvend? Hoe juist zijn de vele taxaties gebleken die destijds de ronde deden, waaronder zeer pessimistische?

Op deze vragen zal de kijker naar de documentaire De dode Golf van Michael McKinnon het antwoord bijster blijven. McKinnon onderscheidde zich in het begin van de jaren tachtig door een serie natuurfilms over het Golfgebied, die her en der in de prijzen vielen. Na de Golfoorlog keerde hij er terug en filmde er de inmiddels overbekend geworden spookbeelden van de brandende oliehaarden en de sterfscènes van vogels aan de kust.

Maar veel verder dan deze op zichzelf bezienswaardige en spectaculaire beelden aan elkaar praten gaat McKinnon eigenlijk niet. In feite maakte hij een soort omgekeerde natuurfilm, met in plaats van de fraaiste juist de meest apocalyptische beelden, maar wel met het gebruikelijke anekdotische commentaar. Zo leren we wel hoeveel tienduizenden vogels van verschillende soorten door de lozingen in de Golf het loodje legden, maar niets over de omvang van de aanslag die dit pleegt op de totale populaties, laat staan een schatting over het effect op het gehele ecosysteem. We weten na afloop wel dat in het vogelopvangcentrum 27 groepen uit tien verschillende landen een helpende hand hebben geboden en we horen ook hoeveel zieltogende vogels er werden binnengebracht en hoeveel er weer gezond en schoon uitkwamen, maar niet of de avifauna in het gebied op de lange termijn nu wel of niet serieus is bedreigd.

De ecoterreur van Saddam Hoessein werd destijds door de Amerikanen afgeschilderd als de grootste milieuramp aller tijden. Die uitspraken waren onjuist, zij het tactisch gezien begrijpelijk. Nu is het tijd om de omvang van de gevolgen geduldig wetenschappelijk vast te stellen. Dat onderzoek duurt jaren, maar uit een wetenschappelijk rapport van Greenpeace dit voorjaar bleek al dat de nadelige milieu-effecten van de branden en de lozingen niet eens met zekerheid kunnen worden aangetoond. Belangrijkste reden: er zijn geen goede gegevens voorhanden over de situatie voor 1991. In De dode Golf vindt men van de resultaten van serieuze pogingen tot wetenschappelijke evaluatie helaas geen spoor.