Ministerraad geeft nationale ombudsman meer bevoegdheden

DEN HAAG, 15 JULI. De taken van de nationale ombudsman worden uitgebreid. Naast klachten over gedragingen van de rijksoverheid en de politie zal de ombudsman nu ook bevoegdheid krijgen om te oordelen over beslissingen van zelfstandige bestuursorganen.

Daarbij gaat het om een groot aantal instellingen als De Nederlandsche Bank, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, de Kamers van Koophandel, de Ziekenfondsraad, de OV Studentenjaarkaart, de Open Universiteit, de rijksuniversiteiten, de Onderwijsraad, Bureau afgifte rijvaardigheidsbewijzen, de raden voor de kinderbescherming. Ook instellingen op het gebied van de sociale zekerheidssector zoals de Sociale verzekeringsraad en van de gezondheidszorg zoals de Ziekenfondsraad behoren hiertoe.

Dit heeft het kabinet besloten. Over de financiering van de uitbreiding van de taken van de nationale ombudsman moet nog overleg worden gevoerd tussen de ministeries.

De ombudsman is tien jaar geleden in functie getreden en van het begin af aan was het de bedoeling dat zijn bevoegdheden zouden worden uitgebreid ook naar lagere overheden als provincies en gemeenten. Daartoe is echter nog niet besloten.

Minister Dales van Binnenlandse zaken heeft er bij herhaling in de Tweede Kamer opgewezen dat er in een periode van grote bezuinigingen geen geld voor de uitbreiding van de taken van de nationale ombudsman kon worden gevonden. De extra investering van 3,8 miljoen gulden moet nu over een aantal ministeries worden verdeeld.

Ombudsman M. Oosting is verheugd over de uitbreiding van zijn bevoegdheden. “Het is belangrijk dat wij ook hier zeggenschap krijgen. Op de zelfstandige bestuursorganen was tot nu toe geen democratische controle mogelijk”, aldus Oosting. Hij heeft er begrip voor dat de uitbreiding van bevoegdheden in fases wordt ingevoerd. Hij erkent dat het een financieel probleem oplevert. “Het is goed dat we eerst de zelfstandige bestuursorganen erbij krijgen. Dan kunnen we onze organisatie aanpassen.”