Lichtenbergiana

Net als de anijsmelk op de ijsbaan en de gaslantaarn in de steden is het nachtkastje naast het bed verdwenen, maar het zou opnieuw moeten worden uitgevonden om er Lichtenberg op te leggen.

Nachtkastjes-auteurs zijn auteurs van hangkastformaat die men altijd bij zich zou willen hebben. Ze gaan een leven lang mee en laten in de marges van hun boeken een spoor van uitroeptekens achter. Ze zijn schaars, en Georg Christoph Lichtenberg is er één van. Een dosis van zijn werk voor het slapengaan en een dosis bij het opstaan: het verjaagt de wolken en vormt de ijkmaat voor elke lezer die het zicht op zijn lectuur en elke schrijver die het zicht op zijn schrijverij realistisch wil houden. Deze maand is het 250 jaar geleden dat Lichtenberg werd geboren. We hebben god-weet-hoeveel pronkerige en opvallende Columbus-herdenkingen gehad, maar de echte Columbus heet Lichtenberg. Ik besef dat ik niet waard ben een van de poten van het denkbeeldige nachtkastje te zijn waarop hij in een beduimelde driestuiverseditie ligt, maar bij wijze van hommage heb ik me verstout een paar zinnen van hem uit te kiezen en te vertalen.

Als een boek en een hoofd op elkaar stoten en het klinkt hol, ligt dat altijd aan het boek?

Zulk soort mensen verdedigt eigenlijk het christendom niet, het laat er zich door verdedigen.

Hij had een paar deuntjes op de metafysica leren spelen.

Een mooie eer houden vrouwen er op na - op een centimeter afstand van het aarsgat.

Zijn boeken waren allemaal heel keurig, ze hadden verder ook weinig te doen.

Ik dank de lieve God duizendmaal dat hij me een athest heeft laten worden.

Het is haast onmogelijk de fakkel van de waarheid door een menigte te dragen zonder bij iemand een baard te verschroeien.

Wij, de staart van de wereld, weten niet wat de kop van plan is.

In onze tijd, waarin insekten insekten verzamelen en vlinders over vlinders kletsen.

Eén enkele ziel was voor zijn lichaam te weinig, hij had werkverschaffing genoeg voor twee.

Zo zegt men dat iemand een ambt bekleedt, wanneer hij door het ambt bekleed wordt.

Zo treurig stond hij er bij - als het drinkschaaltje van een gekrepeerde vogel.

Hij verbaasde zich erover dat er bij katten precies op die plaats twee gaten in de pels gesneden waren, waar de ogen zaten.

Men sprak hem woorden van warme, ietwat verbrande dank toe.

Kon ik maar kanalen aanleggen in mijn hoofd, om de binnenlandse handel tussen mijn gedachtenvoorraden te bevorderen! Maar daar liggen ze bij honderdtallen, zonder gebruik van elkaar te maken.

Hij had zijn beide pantoffels namen gegeven.

Majesteitelijker heeft nog nooit een verstand stilgestaan.

Zo gek als het de kreeft moet lijken als hij de mensen vooruit ziet lopen.

Zijn eigen figuur lacht hem uit.

Hoe gaat het, zei een blinde tegen een lamme. Zoals u ziet, antwoordde de lamme.

Zoals men heiligen een nul boven het hoofd schildert.

De Indiaan die voor het eerst Columbus zag deed een lelijke ontdekking.