Lagen en listen in de VS om tegenstanders uit te schakelen; De zwarte tocht naar de zege

NEW YORK, 15 JULI. Politiek is sport, amusement en opwinding voor de meer dan 10 procent actieve deelnemers onder de Amerikaanse bevolking. Kandidaten en zittende politici beramen nu met hun stafleden en adviseurs listen om de tegenstander symbolisch af te schieten voor de verkiezingen in november. Elke voltreffer wekt een algemeen hoera op maar de tegenstander gooit ook terug. In hotelhallen en zaaltjes in New York houden specialisten tijdens de week van de Democratische conventie seminars over de campagnetactiek voor de overwinning. Contact met de kiezers en de brievencampagne komen aan de orde.

De meest aggressieve campagnetactiek is het zwart maken van de tegenkandidaat. En daarvoor is gedegen onderzoek van de oppositie nodig. Het hele verleden van de tegenstander moet worden uitgeplozen.

Het grondigste onderzoek van een tegenkandidaat kost bijna twee miljoen dollar. Dat is alleen voor presidentskandidaten weggelegd. Dan worden niet alleen alle belastingboeken en strafregisters nagezocht op eventuele zonden van de tegenstander. Ook voormalige collega's worden ondervraagd. Tienduizenden overheidsstukken worden opgevraagd en nauwkeurig nagelezen op eventuele beleidsfouten of zelfs wangedrag. Mensen reizen naar plaatsen waar hij gewoond heeft. Al tijden reizen Republikeinen door Arkansas om het verleden van Clinton na te gaan. Op dezelfde manier reizen waarschijnlijk Democratische onderzoekers naar Connecticut en Texas en zoeken ze in Washington naar het verleden van Bush.

Dan worden er opiniepeilingen gehouden over de zwakke kanten van het imago van de tegenkandidaat. In focusgroepen wordt gedetailleerd op diens nare trekjes ingegaan. Met de resultaten worden negatieve campagnes ontworpen. Met nieuwe peilingen en focus-onderzoeken wordt gekeken hoe het werkt. Zo gaat het door.

Republikeinen waren het eerste met onderzoek in de oppositie omdat zij het meeste campagnegeld hadden te besteden. President Nixons campagne-organisatie gebruikte bij zijn herverkiezing in 1972 trucs om Democratische opponenten zwart te maken. Het leidde uiteindelijk tot de bekende huilscène van senator Muskie in New Hampshire. De presidenten Reagan en Bush hebben de traditie voortgezet.

Politieke kandidaten met weinig geld kunnen ook wel voor enkele tienduizenden dollars redelijke Opposition Research laten uitvoeren. Jeffrey Browns van het "American Research Management' helpt Democratische kandidaten voor het Huis van Afgevaardigden en het burgemeesterschap bij verkiezingen en gisteren gaf hij in een zaaltje uitleg over de overwinningstechnieken. Volgens hem zijn het karakter van de kandidaten en vraagstukken over de kiezersportemonnee belangrijk geworden nu het einde van de Koude Oorlog ideologische tegenstellingen heeft vervaagd.

De resultaten van zijn werk laat Browne zien in verkiezingspamfletten van zijn kandidaten. Daarin wordt bij voorbeeld de tegenstander aangeklaagd voor achterstallige belasting. Het zijn de kleine schandaaltjes en beschuldigingen over en weer, die politiek tot zo'n gespecialiseerde bezigheid maken, waar de Amerikanen, die er niet aan deelnemen, weinig verwantschap mee voelen. De schandaaltjes domineren, maar vraagstukken waarover ze zich zorgen maken blijven achterwege. Volgens Browne is dat onvermijdelijk. “De kandidaten die in bijzonderheden willen treden over politieke vraagstukken, doen het niet zo goed”, zegt Browne.

Als er negatieve informatie wordt gevonden, kan die het beste via de pers worden verspreid, doceert Browne. Een krantebericht van een onafhankelijke journalist is geloofwaardiger dan een beschuldiging van een politicus. Browne lokte journalisten aan door zijn kandidaat hints te laten plaatsen als: “Ik betaal tenminste mijn belastingen?”. Een goed luisterende journalist pikte dat op en vroeg wat de kandidaat daarmee bedoelde. “Ga maar eens goed kijken in de belastingregisters”, antwoordde de kandidaat. Een week later stond in de krant dat de opponent zwaar achterstallig was en dat betekende zijn einde.

Negatieve boodschappen over de tegenkandidaat zijn altijd onderdeel geweest van Amerikaanse campagnes. De Democratische president Grover Cleveland werd het slachtoffer van het kind dat hij bij iemand anders dan zijn vrouw had verwekt: “Ma, ma, waar is mijn pa? Hij is in het Witte Huis.” Berucht was de Willy-Horton-boodschap tegen presidentskandidaat Dukakis, vier jaar geleden. Het onderzoeksteam van Bush had toen gevonden dat onder Dukakis weekeindverloven werden uitgegeven aan misdadigers. De zwarte Willy Horton had tijdens een dergelijk verlof iemand verkracht en vermoord. Zijn foto werd in de televisiecampagne getoond ne versterkte latente stereotypen over zwarten als verkrachters en moordenaars.

Dit jaar heeft een groep een televisiecampagne ontworpen over Gennifer Flowers, de vermeende vriendin van Clinton. Bush vond dat het te ver ging en veroordeelde de hem geboden hulp. Volgens Browne is het gevaarlijk om reeds bekende informatie, zoals Clintons overspel, voor een tweede keer te gebruiken in een campagne. Dat slaat vaak terug op de kandidaat, die ervan zou willen profiteren.

Zwart maken kan te ver gaan. Een van Brownes kandidaten kreeg een ongefundeerde aantijging te verduren. Toen hij erin slaagde deze recht te zetten, ging de tegenkandidaat onder aan zijn eigen lage listen.

Het buitenland is verdwenen als campagne-vraagstuk. Browne voorziet dat senatoren en Afgevaardigden met een indrukwekkend verleden in buitenlands beleid en defensie het moeilijk zullen krijgen tegen aanvallen van tegenstanders. “Meestal hebben de buitenlandspecialisten op binnenlands gebied weinig belangrijks uitgericht. Waarom heb je ons geld verspild, wordt dan de vraag. Daar kunnen ze zich moeilijk tegen verdedigen. De politieke omgeving verandert, maar hun voorgeschiedenis niet”, zegt Browne.

Een voorbeeld is de voorzitter van de machtige Defensiecommissie, Senator Sam Nunn, twee jaar geleden nog genoemd als mogelijk presidentskandidaat. Nu zit hij anoniem in de delegatie van Georgia. Hij zal de Democratische conventie niet toespreken. Toch heeft hij lokale betekenis wegens de defensieprojecten die hij naar zijn deelstaat Georgia heeft gebracht. Zodra er echter in de kazernes en wapenfabrieken van Georgia wordt gesneden, komt Nunns herverkiezing in gevaar. Vice-presidentskandidaat, Senator Albert Gore, die zich toelegde op wapenbeheersing, is na het einde van de Koude Oorlog op tijd omgeschakeld naar het milieu als zijn specialisatie.