In Bonn wordt geen nieuwe renteverhoging verwacht; Tegenaanval van Bundesbank

BONN, 15 JULI. De economische voordelen van de Duitse hereniging zijn voor Duitslands buren “veel groter” dan de nadelen van de hoge Duitse rentestand (8 procent sinds december 1991). Met onder meer deze conclusie verdedigt de Bundesbank, die morgen zal beslissen over een eventuele verdere renteverhoging, in haar maandverslag over juni de strakke Duitse monetaire- en rentepolitiek. Voor die politiek kreeg zij, juist gisteren, ook bijval van de OESO (Organistie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

In Bonn wordt niet verwacht dat de Bundesbank, de Duitse centrale bank, de rente opnieuw verhoogt. Al is de bank geheel onafhankelijk, zij zal vermoedelijk rekening houden met de nu al grote kritiek uit de Europese Gemeenschap en de VS op de hoogte van de Duitse rentestand. Die rentestand verdedigt zij trouwens met een verwijzing naar de “ankerpositie” van de D-mark in het Europees Monetair Stelsel (EMS), dat niet gediend is met een verzwakking van de mark. Wel zal de Bundesbank, zo wordt aangenomen, het kredietbeleid van de Duitse banken aanpakken om de snelle groei van de geldhoeveelheid af te remmen. Die had dit jaar tussen 3,5 en 5,5 procent moeten liggen, maar schommelt nog steeds rond 9 procent.

Over de geldgroei volgens de M3-definitie (contanten, deposito's tot 4 jaar, vrije bankrekeningen en spaartegoeden met opzegtermijn) maakt de Bundesbank zich al maanden zorgen. De groei wordt mede veroorzaakt door een nogal veranderd betalingsverkeer na de Duitse eenwording (meer plastic geld), wijzigingen in het beleggersgedrag wegens de invoering van een bronbelasting én het op grote schaal hamsteren en gebruiken van de D-mark als betaalmiddel in Oost-Europa.

Ondanks de nerveuze stemming op de valutamarkten weigerde bankpresident Helmut Schlesinger ook gisteren, in een vergadering met zijn collega's van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) in Bazel, elke mededeling over wat de "Zentralbankrat' morgen in Frankfurt gaat doen. In het verslag van zijn bank wordt er wel op gewezen dat de voor investeringen belangrijke “lange” rente in Duitsland en de meeste EG-landen sinds 1990 reëel (rente minus inflatie) met enkele procenten is gedaald.

Volgens de Bundesbank klopt de algemene internationale indruk dat Duitsland, mede via zijn rentepolitiek, de kosten van zijn eenwording door de buren laat betalen van geen kant.

Pag.14: Oeso: rente handhaven

Integendeel: vooral de Oostduitse “inhaalconsumptie” heeft voor een sterke vergroting van de import (gemiddeld 22,5 procent) uit buurlanden gezorgd. De EG-partners dankten hun economische groei daaraan in 1990 voor 33 procent en vorig jaar zelfs voor 90 procent, schrijft de bank.

Het grote Duitse positieve import/exportsaldo daalde tegelijkertijd van 117 miljard mark (West-Duitsland, 1989) tot 4,5 miljard, wat neerkomt op 4,5 procent van het totale Duitse bruto nationaal produkt. Het meest heeft België van de toegenomen Duitse import geprofiteerd (de groei-impuls daarvan bedroeg voor de Belgische economie zelfs 2 procent). Maar ook Frankrijk en Groot-Brittannië (beide met groei-impulsen van 0,5 procent in '90 en '91) en ook Nederland zagen hun exporten naar Duitsland zeer sterk toenemen. Concreet voorbeeld uit de auto-industrie: vorig jaar verdubbelde de Duitse auto-import uit de EG tot 1,55 miljoen stuks, de Duitse auto-export in de EG verminderde met 350.000 tot 1,6 miljoen.

De Duitse centrale bank heeft, min of meer toevallig juist gisteren, steun gekregen van de OESO. Die roept in haar eerste rapport over de economie van het verenigde Duitsland de regering in Bonn en de Bundesbank op om, ondanks alle internationale kritiek, boven alles vast te houden aan inflatiebestijding, een strenge monetaire politiek en een harde D-mark als leidende Europese munt.

Verhoging noch verlaging van de Duitse rente is noodzakelijk of gewenst, vindt de OESO, de 24 landen industriestaten tellende Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in Parijs. Zij prijst het monetaire beleid van de Duitse centrale bank en de voor de komende jaren op een maximale uitgavengroei van 2,5 procent gerichte begrotingsplannen waaraan minister Theo Waigel (CSU, financiën) “blijkbaar met alle vastbeslotenheid” wil vasthouden. De lagere Duitse overheden (die Waigel tot 1996 op maximaal 3 procent extra wil zetten), moeten Bonns voorbeeld volgen, vindt de OESO. De huidige hoge Duitse begrotingstekorten zijn gezien de bijzondere kosten van de Duitse eenwording wel te verdedigen.

De totale Duitse economische groei ('92: 1,8 procent) zal volgend jaar tot 2,8 procent versnellen, de inflatie zal ondanks een BTW-verhoging op 1 januari '93 dalen van 4,1 tot 3,5 procent in West-Duitsland en van 12 tot 8 procent in Oost-Duitsland. De werkloosheid blijft met 3,1 miljoen hoog, schrijft de OESO, die in dit verband de te hoge CAO-inkomens in Oost-Duitsland kritiseert wegens hun wanverhouding tot de daar nog zeer lage produktiviteit.