Hoogovens lijkt alleen nog voor speculanten

Wie op de zolder van een overleden oud-tante een stapeltje aandelen aantreft van Hoogovens hoeft zich niet al te veel te verheugen. Bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en de explosieve economische groei in de jaren vijftig en zestig verwierf de winstgevende staalindustrie de rol van strategische speerpunt. Sinds het begin van de jaren zeventig echter hebben kunststoffen en in mindere mate aluminium staal langzaam teruggedrongen en deze teloorgang is op de beurs goed te zien.

In de maand juli van het jaar 1973 - ten tijde van het absolute hoogtepunt van de staalindustrie - schommelde de koers van het aandeel Hoogovens tussen de 61 en de 64 gulden. Na jaren van inflatie en economische groei noteerde Hoogovens vanmiddag rond het middaguur een koers van 45,70 gulden. Dat is een koersdaling van ongeveer 25 procent in bijna twintig jaar tijd, terwijl de CBS-index met ruim 300 procent toenam van 60,80 in juli '73 tot 203,90 gisteren.

De aandelen-Hoogovens zijn deze jaren dus ongeschikt gebleken om de waarde van het vermogen van de lange-termijn-belegger op peil te houden. “De aandelen Hoogovens zijn op de lange termijn een hopeloze belegging”, verwacht een beleggingsanalist. Naar verwachting stijgt de staalproduktie minder dan het bruto nationaal produkt en vorige week werd bekend dat de hoeveelheid staal het afgelopen jaar zelfs is teruggelopen.

Alleen voor speculatieve beleggers is Hoogovens nog aantrekkelijk, zo lijkt het. Hoogovens begon dit jaar met een koers van 42,30 gulden, die binnen enkele weken opliep naar een koers boven de 50 gulden. De hoogste koers was 59,90 gulden die op 20 mei werd genoteerd. De afgelopen weken liep de koers terug naar het voorlopige dieptepunt van 45,40 gulden waarmee gisteren werd gesloten.

De schommelingen zijn behalve door de slechte berichten van Hoogovens volgens analisten vooral verklaarbaar door het gedrag van beleggers die snel kopen en weer verkopen. De vraag dringt zich dan ook op wanneer de langdurige aandeelhouders Nederlandse staat (12,3 procent) en de gemeente Amsterdam (5,24 procent) hun niet erg renderende deelnemingen eens onder de loep zullenleggen.