Hoge chip-kosten brengen kemphanen tijdelijk bijeen

ROTTERDAM, 15 JULI. Als de baat maar hoog genoeg is, zijn zelfs de grootste kemphanen tot eendracht te bewegen. Vormden chips in de afgelopen jaren het middelpunt van felle handelsoorlogen tussen de Verenigde Staten, Japan en de EG, in toenemende mate brengt het kleine, peperdure, elektronische wonder de continenten dichter bij elkaar.

De chip-alliantie tussen Siemens, Toshiba en IBM, die tegen de eeuwwisseling een nieuwe generatie geheugenchips moet opleveren, is het nieuwste bewijs van de ontluikende pacificatie. Gezamenlijk zullen deskundigen van de drie elektronica-concerns gedurende zeven jaar in één laboratorium ruim 1,7 miljard gulden spenderen aan een chip die maar liefst zestien keer zoveel gegevens kan bevatten als de meest geavanceerde componenten die nu op de markt zijn.

De deze week gelanceerde driehoeksverhouding kent veel bilaterale voorgangers. De Amerikaanse telefoonmaatschappij AT & T zocht samenwerking met het Japanse NEC. Het kleine Advanced Micro Devices (AMD) uit Sillicon Valley stapt in een joint venture met het grote Fujitsu uit Japan. IBM en Siemens haalden vorig jaar hun banden al aan en exploiteren nu gezamenlijk een fabriek voor de produktie van 16 megabit chips in Frankrijk. Plannen voor de gezamenlijke produktie van de 64 megabit werden onlangs afgeblazen, die zullen de bedrijven afzonderlijk ter hand nemen.

De redenen voor die plotselinge uitbreiding van vriendschappelijke betrekkingen is eenvoudig: de ontwikkeling van chips is onbetaalbaar geworden. In het begin van de jaren '80 moest voor een nieuwe generatie, de 4 megabit D-ram, nog 250 miljoen dollar op tafel worden gelegd. Aan de huidige generatie, de 16 megabit, hangt al een prijskaartje van 850 miljoen dollar. De chip waarop Siemens cum suis hun zinnen hebben gezet kost een slordige 1 miljard dollar. Omdat de concurrentie op de chipmarkt moordend is en de kennis van de verschillende bedrijven elkaar niet veel ontloopt, komen de fabrikanten in de regel snel achter elkaar met de nieuwe chips op de markt. Alleen de allereerste aanbieder vangt een redelijke prijs en ziet kans zijn ontwikkelkosten terug te verdienen.

De markt voor geheugenchips wordt gedomineerd door Japan. In de VS blaast Texas Instruments nog een aardige partij mee en houdt ook IBM stand. De Amerikaanse computergigant ontwikkelt en fabriceert geheugenchips uitsluitend voor interne consumptie. In Europa houdt Siemens zich in dit marktsegment kranig, maar de technologie-race kost het Duitse concern handen vol geld. Al sinds het begin van de jaren '80 probeert Siemens zich met steeds weer nieuwe allianties te verzekeren van de nieuwste technologie. Op die manier blijft het bedrijf weliswaar up to date, maar tot een winstgevende chip-divisie heeft de samenwerking nog niet geleid. Philips heeft zich uit de geheugenchips teruggetrokken en de Italiaans/ Franse combinatie SGS Thomson kampt al jaren met verlies.