Hof: verdachte werpen verfbom Kosto vrijlaten

DEN HAAG, 15 JULI. Het Gerechtshof in Den Haag heeft gisteren vrijlating gelast van een verdachte die vorige maand een verfbom naar staatssecretaris Kosto (justitie) zou hebben gegooid. Het Hof vernietigt daarmee de beschikking van de rechtbank, die op 24 juni verlenging van zijn voorarrest met dertig dagen toeliet. De verdachte heeft tot op heden geweigerd zijn naam te zeggen.

NN (nescio nomen), zoals hij wordt aangeduid, nam op 17 juni deel aan een "lawaai-demonstratie' van het Politiek Informatie Centrum in Leiden tegen het asielbeleid van staatssecretaris Kosto. Kosto was die dag in Leiden om in de Pieterskerk een congres te openen. Toen de bewindsman het plein op kwam, begon een demonstrant tegen de wil van de initiatiefnemers met verfbommen te gooien en voerde de Leidse politie een charge uit.

Eén man werd hardhandig gearresteerd op verdenking van het gooien van een verfbom, openlijke geweldpleging en verzet tegen zijn arrestatie.

Kosto, die een paar verfspatten op zijn kostuum kreeg, heeft geen aangifte gedaan, maar alleen een verslag van bevindingen opgesteld. Advocaat van verdachte, mevrouw mr. C.J.M. van den Brûle wijst ook op het proces-verbaal. Daaruit blijkt dat niet één agent heeft gezien wie er een verfbommetje heeft gegooid.

Volgens de Haagse officier van justitie mr. A.C.M. Welschen had het openbaar ministerie de verdachte tot zijn berechting willen opsluiten, omdat hij "vluchtgevaarlijk' is en er vrees bestaat dat hij zich aan zijn berechting onttrekt. Mr. Van den Brûle wijst het argument van het belang van het onderzoek van de hand omdat verdachte vanuit het huis van bewaring vrijelijk met de buitenwereld heeft kunnen communiceren. Zij houdt het er op, dat de opsluiting van de verdachte zolang heeft geduurd, omdat hij zijn naam niet wil zeggen. De officier van justitie zou dat ook hebben gesteld. “Het recht van een verdachte om zijn naam niet te zeggen lijkt nu in de praktijk vooral een formeel recht. In werkelijkheid verslechtert en bemoeilijkt het de positie van de verdachte aanzienlijk,” aldus mr. Van den Brûle. Verdachte heeft het Hof toegezegd tezijnertijd op de zitting te zullen verschijnen.